Artistiek beleid in Salzburg door velen opgeëist

SALZBURG, 1 AUG. Zoveel belang hebben de Salzburger Festspiele, dat de voornaamste betrokkenen een grote en soms zelfs doorslaggevende stem willen hebben in de uitwerking van het artistieke beleid van intendant Gerard Mortier. Zoniet, dan moet 's werelds belangrijkste kunstfestival het maar zonder een aantal topkunstenaars doen.

Dirigent Nikolaus Harnoncourt, die vorig jaar nog de feestrede hield ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de Salzburger Festspiele, zegde begin dit jaar zijn medewerking voor twee jaar op.

En de Wiener Philharmoniker, die sinds 1922 in Salzburg optreden en zorgen voor een onwrikbaar kwaliteitsfundament in de programmering, beraden zich de komende herfst op de verlenging van hun conctract met Salzburg. Een deel van het orkest is ontevreden over de omstandigheden in Salzburg, waar ze dit jaar drie opera's begeleiden en twaalf concerten geven. Net als Harnoncourt zeggen de Wiener hier alleen te kunnen werken als dat gebeurt met inspraak en plezier.

Op een persconferentie in het sjieke hotel Goldener Hirsch, tegenover het Festspielhaus en het kantoor van Mortier, verkondigden de Wiener deze week op vriendelijke, maar besliste toon dat de medewerking van dirigent Riccardo Muti aan het operaprogramma van de Festspiele voor hen een absolute voorwaarde is bij de verlenging van hun contract met Salzburg. De Wiener willen nu eenmaal bij operavoorstellingen uitsluitend werken met dirigenten met wie zij een goede werkrelatie hebben. Bij concerten hebben zij in Salzburg al het recht te bepalen wie dirigeert.

De eis dat Muti opera's dirigeert is in Salzburg explosief. Vier jaar geleden zegde Muti acht dagen voor de premiere van Mozarts La clemenza di Tito zijn medewerking af, nadat hij voor het eerst de decors van regisseur Karl-Ernst Herrmann had bekeken. Hij vond ze niet in overeenstemming met de geest van Mozart.

Het was een klap voor Gerard Mortier, die zijn tienjarig bewind in Brussel was begonnen met juist deze fantastische en indringende enscenering. Het was toen de eerste keer dat Herrmann regisseerde, zijn Tito-produktie en de vele die erop volgden markeerden een epoche van vernieuwing in de operaregie en verschaften Brussel, Herrmann en Mortier wereldfaam.

Het vertrek van Muti was daarom een dolkstoot in het hart van Mortier, die nu gedwongen zou zijn opnieuw met hem in zee te gaan. Volgens de Wiener is Muti helemaal niet zo conservatief. Hij heeft alleen andere idee'en en zoiets moet in Salzburg kunnen. De Wiener bepalen al meer dan anderhalve eeuw zelf wie bij hun concerten voor hen staat. Met Riccardo Chailly, onder wiens leiding zij in de jaren '80 in Salzburg een mislukte voorstelling van Rossini's La cenerentola gaven, is de vrede weer getekend: hij dirigeert in het komende seizoen in Wenen de Glagolitische mis van Janacek.

En Harnoncourt zal hen na zeer lange tijd ook weer dirigeren, met de uitdrukkelijke verzekering van het orkest dat hij de klank van de Wiener niet wil veranderen. Ruzie hebben de Wiener nu sinds het voorjaar met Christoph von Dohnanyi, al zullen ze met hem na een 'nadenkpauze' volgend jaar in Salzburg wel Mozarts Zauberflöte in de regie van Hermann uitvoeren.

De Wiener staan nu pal voor Muti, de chef van de Milanese Scala, die hen tijdens het komende Nieuwjaarsconcert weer zal dirigeren. Vlakbij Salzburg heeft Muti een zomerhuis in Anif, waar Karajan woonde en begraven ligt. Muti zal het komende weekeinde hier twee Beethoven-concerten geven met de Wiener. Ook de Salzburger Festspiele zouden Muti graag meer aan het werk zien, zo verklaarde concert-chef Hans Landesmann al verzoenend. “Hij zou bijvoorbeeld een Brahms-cyclus kunnen dirigeren. Bij de discussie over opera-regie steun ik Mortier, maar ons festival is groot genoeg om beide kanten van de Scala te kunnen presenteren.” De vraag is of Mortier dat ook vindt.

De onafhankelijke toon van de Wiener Philharmoniker, de zichzelf besturende orkestleden van de Wiener Staatsoper, klonk ook door in hun blijvende afwijzing van vrouwelijke orkestleden. De sterk historisch denkende Wiener, die na meer dan anderhalve eeuw gewoon een mannenclub willen blijven, zeggen officieel dat zij in de opera, tijdens concerten en op tournee zó hard werken dat zoiets voor vrouwen echt geen doen is. “Het zal er dan misschien wel ooit van komen, maar voorlopig niet en zeker niet afgedwongen door de Oostenrijkse regering of door gelijkberechtigheidswetgeving.”

Een ministerieel dreigement om een subsidie van vier ton in te trekken doet de Wiener niets: “We kunnen wel zonder zo'n bedragje, daarop kun je niet zo'n gecompliceerde problematiek afmaken.”

Niettemin zal er in het komende seizoen een aantal vrouwen bij de Wiener meespelen: dirigent Sir Simon Rattle wil de Symphonie fantastique van Berlioz uitvoeren met zes harpen. Er zullen vier extra harpisten moeten worden ingehuurd en dan kom je noodgedwongen al snel terecht bij vrouwen. “Wij hebben overigens niets tegen vrouwen!”

    • Kasper Jansen