Vingerafdruk springstoffen al lang onderwerp discussie

De vingerafdruk voor springstoffen die onderdeel is van de voorstellen van de Amerikaanse president Clinton om terrorisme te bestrijden, is al jaren gespreksonderwerp op internationaal overleg van springstoffabrikanten en springstofproducerende landen.

B.A. Zijp, oud-bedrijfsleider bij de niet meer producerende Koninklijke Nederlandse Springstoffenfabriek, herinnert zich dat tien jaar geleden al over toevoeging van spoortjes metaalverbindingen aan springstoffen werd gesproken. Afhankelijk van de verhoudingen waarin het wordt toegevoegd zou een springstof altijd te herleiden zijn tot een fabrikant (waarvan er wereldwijd ongeveer 500 zijn) of zelfs tot een bepaalde partij die geproduceerd is. Veel marker is niet nodig, volgens Zijp. Eén deeltje marker op een miljoen deeltjes springstof (1 ppm) is genoeg om een analyse op de restanten uit te voeren. Combinaties van koper-, nikkel- en ijzerzouten, in bekende onderlinge verhoudingen toegevoegd, maken een eerste indentificatie mogelijk. Bijmengen van minimale hoeveelheden zeldzame aarden (lanthaniden) biedt verdere differentiatiemogelijkheden. Zijp: “Bij metalen maakt het in feite niet uit in welke verbinding je ze toevoegt. Als ze tijdens een brand na de explosie oxyderen, vind je bij het sporenonderzoek de oxyden wel terug.”

Volgens dr. Albert van der Steen, hoofd van een onderzoeksgroep die de eigenschappen van springstoffen onderzoekt bij het Prins Mauritslaboratorium van TNO in Delft, is het idee van de metaalmarkers verlaten. “Tegenwoordig wordt gedacht aan het toevoegen van lange en complexe organische moleculen. Ook als er brand uitbreekt, blijft er van die moleculen altijd wat over. De apparatuur meet tegenwoordig verfijnd genoeg om ook nog picogrammen van die moleculen, of eventueel de resten ervan te identificeren.”

De eigenschappen van de organische moleculen zijn wel aan het gebruik aangepast. Ze zijn gemakkelijk detecteerbaar en ontleden pas bij hoge temperatuur. De identificeerbare verschillen ontstaan door aan de lange keten selectief kleine chemische groepen te synthetiseren. Iedere partij springstof krijgt daardoor zijn eigen moleculaire vingerafdruk.

Geïdentificeerde springstof is niet alleen voor terrorismebestrijding van belang. Zijp: “Bij een sloper werd ooit springstof van ons gestolen. Waarschijnlijk is daarmee later een kluis opgeblazen. Als we de partij identificeerbaar hadden gemaakt zou het verband tussen de diefstal en de kraak veel makkelijker zijn gelegd.”

Een fabrikant wordt niet graag geconfronteerd met het feit dat zijn springstoffen uiteindelijk bij terroristen of in het criminele circuit terecht komen. Van der Steen: “Internationaal staat of valt het idee met de bereidheid van producerende landen en de fabrikanten om hun producten te merken. Het begin is er nu. Twee jaar geleden heeft op een springstoffenconferentie in Montreal een aantal landen toegezegd mee te werken aan de markering van springstoffen.”

Een probleem in de Verenigde Staten is dat onder meer bij de zware aanslag in Oklahoma City, waarbij tientallen doden vielen, een bom is gebruikt die bestond uit ammoniumnitraat (vreedzaam gebruikt in kunstmest) en dieselolie. Beide stoffen zijn vrij verkrijgbaar en de herkomst is slecht te achterhalen.