Troostfinale voor hockey-vrouwen hoogst haalbare

ATLANTA, 31 JULI. Tom van 't Hek nam als hockeyer deel aan één Olympische Spelen. Toen, in 1984, eindigde hij met de nationale ploeg op de zesde plaats. Hij herinnert zich dat toernooi in Los Angeles als “een drama” omdat er van Nederland veel meer werd verwacht.

Nu, als coach van de vrouwenploeg, maakt Van 't Hek morgen tegen Groot-Brittannië kans op een bronzen medaille. Dat kan zijn olympische kater van twaalf jaar geleden wegspoelen. “Ik krijg zelf geen medaille, maar het gaat om het gevoel.”

Van 't Hek is tevreden met het bereiken van de 'troostfinale'. Dat is gezien de huidige krachtsverhoudingen in het vrouwenhockey “de top”, zoals de bondscoach het uitdrukte. Australië en Zuid-Korea zijn de sterksten en zullen in Atlanta ook terecht om het goud hockeyen. Daaronder bevindt zich een groep subtoppers, waaronder Nederland. “We spelen voor een positie waar we horen”, concludeerde Van 't Hek.

Toch hoopten de Nederlanders gisteren nog op een plaats in de eindstrijd en dus op zijn minst op een zilveren plak. Dan moest de ploeg van Van 't Hek op de tweede plaats eindigen in de halve competitie waaraan acht landen deelnamen. Dat was mogelijk als Zuid-Korea puntverlies zou lijden tegen Duitsland en Nederland zelf van Australië won. Maar dat zat er niet in. Zuid-Korea won 's ochtends al met 1-0 van de Duitse ploeg, waardoor Nederland met 6-0 moest winnen om een plaats op te schuiven in de eindstand.

Dat was geen reële mogelijkheid. Daarom had Van 't Hek zijn speelsters afgelopen nacht het veld ingestuurd met de opdracht er een “volwassen, goede wedstrijd” van te maken. Dat lukte tot halverwege de tweede helft, maar daarna werd Nederland door de ongenaakbare 'Aussies' naar een nederlaag van 4-0 gespeeld. Dat was geen prettige score met het oog op de strijd om het brons. Van 't Hek sprak na afloop dan ook over een opgelopen “deukje”, maar hij verwacht niet dat er tegen Groot-Brittannië een gebroken ploeg op het veld staat. “Eerst lekker slapen en morgen weer fris beginnen”, zei de coach tegen de aangeslagen Dillianne van den Boogaard.

Nederland zakte door het ruime verlies van de derde naar de vierde plaats in de eindstand, maar dat maakt geen verschil voor het vervolg van het toernooi. Het gaat morgen om het brons. Een derde plaats is gezien de voorgeschiedenis een goed resultaat. Het Nederlandse vrouwenhockey was jarenlang oppermachtig en won alles wat er te winnen viel, waaronder olympisch goud in 1984. Vier jaar later werd nog brons behaald en in 1990 ook nog een wereldtitel, maar daarna was het voorbij met de successen. Het dieptepunt was de zesde plaats op de vorige Olympische Spelen in Barcelona.

Van 't Hek kreeg twee jaar geleden de opdracht om de hockeysters terug te brengen naar de wereldtop. Dat leek te lukken toen al meteen de Europese titel werd gewonnen. De sterkste hockeylanden bevinden zich echter al jaren buiten Europa, waardoor Nederland op wereldniveau bleef sukkelen. Ternauwernood werd kwalificatie voor de Spelen afgedwongen. In Atlanta plaatst de ploeg zich nu voor het eerst sinds 1990 bij de beste vier van de wereld. Dat geeft hoop voor de toekomst.

Als Nederland een medaille wint, is dat een goede basis om het verschil met Australië verder terug te brengen. “We moeten, ordinair gezegd, gewoon proberen van die ploeg te leren”, zegt Van 't Hek. Maar gezien de ontwikkelingen in Atlanta lijkt het gat tussen Australië en de rest alleen maar groter geworden. Van 't Hek: “Die ploeg speelt met afstand het beste hockey ter wereld. Daarom verdienen ze die gouden plak ook als geen ander.” Australië is inmiddels al 38 interlands ongeslagen.

Het 'probleem-Australië' is voorlopig van later zorg. Eerst wacht Nederland het gevecht om de bronzen medaille tegen Groot-Brittannië. Uitgerekend tegen dat land speelde het nationale team in de groepswedstrijd de slechtste wedstrijd van het toernooi. Het werd 1-1. Na die tegenvaller vroeg Van 't Hek zich hardop af of het voor hem nog zin had om na Atlanta door te gaan als bondscoach. Die sombere gedachte heeft hij inmiddels niet meer. Maar een teleurstellend optreden tegen de stugge Britten kan hem alsnog aan het twijfelen brengen. Daarom is een overwinning om verscheidene reden van groot belang.

“We moeten echt alles in de strijd gooien tegen Groot-Brittannië”, zei aanvoerster Wietske de Ruiter na de wedstrijd tegen Australië. “Ik moet die medaille hebben.”

    • Hans Klippus