Post-communistische zorgen

PARIJS, 31 JULI. Klaus Kinkel, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, beloofde na afloop zes redenen waarom zijn land de gemaakte 25 afspraken op de 'G7+1'-conferentie in Parijs zo belangrijk vond. Toen bedacht hij een zevende: “Omdat we moeten zien te voorkomen dat het internationale communisme via Internet zijn plannen kan uitwisselen.”

Het duurde even voordat de Russische bewindslieden, Primakov (Buitenlandse Zaken) en Kovalev (Staatsveiligheid), achter de zelfde tafel, de vertaling in hun oor kregen. Zij verschoten een ogenblik van kleur om vervolgens te beseffen dat de collega uit Bonn 'terrorisme' moest hebben bedoeld toen hij over 'communisme' sprak. Terrorisme in nieuwe gedaantes bleek een bron van nieuwe zorg èn nieuwe eensgezindheid in een nieuw, post-communistisch tijdperk.

De harde sancties tegen landen die terreur aanmoedigen en bedrijven die met die landen zaken doen, zijn er niet gekomen. De Verenigde Staten wisten van te voren dat zij er in Europa de handen niet voor op elkaar kregen. Clinton had het op de top van de G-7 in Lyon eind juni al gemerkt. Sindsdien hebben Parijs, Londen en Bonn in diverse toonsoorten hun voorkeur voor de kritische dialoog met staten als Libië, Iran, Irak of Soedan beleden. In Washington heeft de stemming zich intussen verder in de richting van sanctiewetgeving ontwikkeld - Clinton tekent waarschijnlijk volgende week de wet die bedrijven straft die in verdachte landen goede zaken doen. De Europese Commissie heeft tegenmaatregelen ontworpen die over twee maanden worden behandeld door de vijftien ministers van Buitenlandse Zaken van de EU.

Het zou gisteren in Parijs dus vergeefse moeite zijn geweest dat verschil in aanpak nog eens uit te meten. In plaats daarvan spraken de acht ministers van Buitenlandse Zaken en hun acht collega's van Binnenlandse Zaken of Justitie over een lijst van 25 maatregelen die de strijd tegen het terrorisme feller, effectiever en dus succesvoller zouden moeten maken. “Het is nu niet meer de tijd voor algemene verklaringen”, vatte conferentie-voorzitter Charette de stemming van de bijeenkomst na afloop samen. “Wij hebben zeer concrete maatregelen afgesproken in de strijd tegen deze moderne plaag, dit absolute kwaad.” De Russen, die er als buitenlid van de Zeven Grote Industrielanden wat op een hoekje van de tafel bijzaten, wezen er niet zonder trots op dat het hun technologie was geweest die het hun mogelijk maakte voor te stellen samen nieuwe analysetechnieken te ontwikkelen om explosieven te ontdekken. Ook de strijd tegen illegaal internationaal financieel verkeer was cruciaal; de Russen ondervonden er veel schade van, zei Primakov.

Verdere afspraken omvatten onder meer:

Verscherpte grenscontrole en toezicht op de uitgifte van identiteitspapieren om terroristen het reizen te bemoeilijken; voorkomen dat asielrechten de uitlevering van terreur-verdachten in de weg staan;

de meest volledige en intensieve uitwisseling van informatie over terreurpreventie en opsporingsinformatie over terroristen, met zo veel mogelijk respect van privacy-aspecten;

gecoördineerd onderzoek naar alle mogelijke charitatieve en culturele mantelorganisaties die terreur bevorderen, financieren of organiseren;

exportbeperking van alle denkbare soorten wapens;

verzwaren van de strafbaarheid van alle misdaden die verband houden met terrorisme;

samenwerking bij de ontrafeling van coderings-technieken gebruikt door terroristen in het internationale dataverkeer;

waar nodig nog ratificeren en aanvullen van internationale conventies ter bestrijding van terrorisme;

versnellen van internationaal overleg om betere verzekering van vliegveld- en luchtvaartveiligheid te bevorderen.

“De mondialisering geldt in ieder geval voor het terrorisme”, constateerde de Japanse minister Ikeda. “Een chemische aanslag in Japan, of een bom in Atlanta of Europa, het is voor iedereen even pijnlijk nieuws dat een internationaal gecoördineerde strijd noodzakelijk maakt.”