Olieprijs schraagt optimisme over resultaat Shell

ROTTERDAM, 31 JULI. Naarmate het tweede kwartaal verstreek zijn de verwachtingen voor de winst over de voorbije drie maanden, die de Koninklijke/Shell Groep morgen publiceert, met sprongen gestegen, tot misschien wel 1,4 miljard pond sterling.

Beleggers wachten met spanning op de cijfers. Niet dat de publicatie van de winst zelf een koerssprong zal veroorzaken. Het zijn de kasstroom en de kaspositie van de Koninklijke die ditmaal de werkelijke aandacht hebben. Zij geven nieuwe aanwijzingen over het interim-dividend van de Koninklijke, dat in september wordt vastgesteld. Een blue chip als het aandeel Koninklijke moet het daar vooral van hebben.

De wereld-oliemarkt heeft sterk bijgedragen aan de hoge verwachtingen rondom Shell. Aanvankelijk werd door het concern zelf dit jaar een gemiddelde olieprijs verwacht van circa 16 dollar per vat van 159 liter. Maar twee ontwikkelingen hebben de prijs van olie al snel opgestuwd. Allereerst gaat het veel langzamer met de verwachte verkoop van olie uit Irak, dat sinds het begin van de Golfoorlog in 1991 van de wereldmarkt wordt geweerd. Volgende maand zal een eerste stroom olie, waarvan de opbrengst voor humanitaire doeleinden binnen Irak moet worden gebruikt, Irak via Turkije verlaten. Olie-analisten zijn intussen steeds minder beducht voor een prijsverlagend effect van zo'n tijdelijke oliestroom.

Bovendien kampten Europa en de Verenigde Staten met een strenge winter, en duurde het slechte weer tot ver in het tweede kwartaal. Met name in de Verenigde Staten bleek het terugbrengen van de olievoorraden door raffinaderijen, om zo een minder groot kapitaalsbeslag te bereiken, zo ver te zijn doorgevoerd dat de resulterende krapte op de oliemarkt de prijs kortstondig tot tegen de 21 dollar opstuwde. Noordzee Brent-olie schommelde in het tweede kwartaal rond 19 dollar per vat, en dat was een volle dollar hoger dan in het tweede kwartaal van vorig jaar. Een grote daling in de loop van de zomer is volgens analisten onwaarschijnlijk.

De upstream-activiteiten van de grote oliemaatschappijen, waar de exploratie en winning van olie in zijn ondergebracht, hebben zo hogere inkomsten gekend dan verwacht, hoewel het record van het eerste kwartaal van dit jaar niet zal worden geëvenaard. Downstream, bij de raffinage en verkoop van olieprodukten, zijn de marges ondanks de blijvende overvloed aan raffinage-capaciteit op de wereldmarkt nagenoeg gelijk gebleven of licht gestegen. Alleen de chemie, de derde poot van een geïntegreerde oliemaatschappij als Shell, blijft ondanks de gunstige eerste helft van vorig jaar een probleemkind.

Een aanwijzing hoe de resultaten uit de drie belangrijkste activiteiten zich tot elkaar verhouden werd vorige week verstrekt toen de grote oliemaatschappijen in de Verenigde Staten gunstige resultaten publiceerden over het tweede kwartaal. Mobil kwam met een record-kwartaalwinst van 783 miljoen dollar, 15 procent hoger dan het tweede kwartaal van 1995 - wanneer een omvangrijke buitengewone last over die periode buiten beschouwing wordt gelaten. Texaco zag de winst toenemen tot 689 miljoen dollar, hoewel een buitengewone opbrengst uit de verkoop van een aandeel in een Japanse raffinaderij zorgde voor een eenmalige bate van 224 miljoen dollar. Zelfs zonder die bate steeg de winst met 72 procent ten opzichte van vorig jaar. Chevron verdiende 872 miljoen dollar. Ook hier stuwde een buitengewone bate de winst op, maar zonder die extra inkomsten steeg de winst met 31 procent.

Alleen de grootste maatschappij viel tegen. Exxon, Shells grote rivaal, rapporteerde vorige week een winst van 1,57 miljard dollar, en dat is vier procent lager dan vorig jaar. De pijn bij Exxon zat hem met name in de chemiesector, na exploratie en produktie en raffinage en verkoop, de derde pijler van de geïntegreerde oliemaatschappij. Bij chemie viel de winst met 53 procent terug ten opzichte van het tweede kwartaal van vorig jaar. Exxon was niet de enige. De hele oliesector kampt in de VS met teruglopende winst in de chemiesector. Bij Mobil duikelde het resultaat in het chemiebedrijf met 65 procent, bij Chevron met 71 procent, en bij Amoco met 30 procent. Shells Amerikaanse dochter Shell Oil rapporteerde vorige week een winststijging met 15 procent tot een record van 445 miljoen dollar. Ook daar stond de chemiesector in de weg. Een winst in het tweede kwartaal van vorig jaar sloeg om in een verlies in de zelfde periode dit jaar.

Wat betekenen de resultaten van de grote Amerikaanse maatschappijen en de eigen Amerikaanse dochter voor de Koninklijke Shell Groep? In ieder geval een verhoging van de winstramingen die op de beurs circuleren. Was vorige week, net vóór de Amerikaanse oliemaatschappijen en Shell Oil met hun cijfers kwamen, 1,3 miljard pond (zo'n 2 miljard dollar) nog de hoogste schatting die in de mark circuleerde, nu lopen de ramingen uiteen van 1,15 miljard pond tot meer dan 1,4 miljard pond (op basis van actuele kosten, dus uitgezonderd prijsschommelingen in de olievoorraad). Dat laatste, hoge cijfer zou een winststijging inhouden van 20 procent ten opzichte van vorig jaar. In dat geval is de Koninklijke, na het kwartaalrecord van 1625 miljoen pond op basis van actuele kosten dat in de eerste drie maanden van dit jaar werd gevestigd, een eind op weg naar een recordwinst over het eerste halfjaar.