Mariniers in reserve voor Bosnië

DEN HAAG, 31 JULI. Het Korps Mariniers heeft van de chef defensiestaf generaal H. van den Breemen opdracht gekregen om een bataljon gereed te houden voor een mogelijke taak in Bosnië na 20 december 1996. Bij de training moet het bataljon rekening houden met vredestaken en zich voorbereiden op een eventuele uitzending.

Dezelfde opdracht is verstrekt aan een gemechaniseerd bataljon van infanterie en cavalerie, een onderdeel van het Korps Commandotroepen en een eenheid van de Explosievenopruimingsdienst. Ook wordt een squadron (18) F16 vliegtuigen gereed gehouden.

Een woordvoerder van Defensie zegt dat de 'aanwijzing' aan de mariniers en aan de andere eenheden niet betekent dat Nederland een besluit heeft genomen over uitzending van militairen als het IFOR-mandaat eind dit jaar afloopt. Slechts uit voorzorg hebben de eenheden te horen gekregen dat er een mogelijkheid bestaat dat zij samen met de Britten in Bosnië kunnen worden ingezet in het post-IFOR tijdperk.

Nederland is er voorstander van om snel na te gaan wat er na het vertrek van de IFOR-troepen in Bosnië nog nodig zal zijn aan vredestroepen om toe te zien op naleving van het Dayton-akkoord. Bij de NAVO in Brussel en bij Saceur (het NAVO-oppercommando) in Bergen is men van mening dat een militaire aanwezigheid ook na 1 januari nodig zal zijn.

Ook de Franse en Britse regering houden rekening met een militaire rol na 1 januari. De Amerikanen hebben tot nu toe gezegd dat alle troepen naar huis terug zullen keren voor het einde van het jaar. Die beslissing heeft sterk te maken met de verkiezingen in november. Clinton heeft het publiek nu eenmaal beloofd dat de missie van korte duur zou zijn. Ook Nederland vertrekt op dat tijdstip.

Nederland en andere bondgenoten hebben evenwel de hoop uitgesproken dat de Amerikanen bereid zullen zijn om ook aan een post-IFOR militaire presentie deel te nemen. Maar Den Haag verwacht niet dat die beslissing al vóór de presidentsverkiezingen wordt genomen.

    • Willebrord Nieuwenhuis