Leger Indonesië geeft 'communisten' schuld; Leden studentenorganisatie ondergronds

JAKARTA, 31 JULI. Hoge officieren van het Indonesische leger leggen de verantwoordelijkheid voor de onlusten die Jakarta het afgelopen weekeinde teisterden bij een door hen als communistisch bestempelde studentenorganisatie.

De leden van de organisatie, die zichzelf Democratische Volkspartij (PRD) noemt, zijn dit weekeinde ondergedoken. Verder is de advocaat Muchtar Pakpahan, voorzitter van het niet-erkende Indonesische Vakverbond 'Welzijn' (SBSI), gisteravond laat voor verhoor opgepakt. De militaire commandant van Jakarta kondigde gisteren aan de staande order om niet op demonstranten te schieten te zullen intrekken als de ordeverstoringen zich herhalen.

Jakarta is al drie dagen ongewoon rustig. Doorgaans drukke winkelstraten zijn nagenoeg verlaten, winkeliers sluiten vroeger dan anders en op kruispunten en voor openbare gebouwen patrouilleren soldaten met M-16 geweren. Gisteren kwamen bij enkele banken en overheidsdiensten in Jakarta telefonische bommeldingen binnen. Die leidden tot panische taferelen, maar bleken bij nader inzien vals. De militaire commandant van Jakarta, generaal-majoor Sutiyoso, riep de bevolking gisteren via de televisie op “niet toe te geven aan paniekzaaiers” en haar kalmte te bewaren. “Jakarta is veilig”, aldus de generaal.

Het hoofd sociaal-politieke zaken van de Indonesische strijdkrachten (ABRI), luitenant-generaal Syarwan Hamid, belegde vanochtend in het ABRI-hoofdkwartier een ongebruikelijke bijeenkomst met diplomaten en buitenlandse correspondenten, waar hij zich beklaagde over de “misleidende berichtgeving” in de internationale pers. Gistermiddag had een ontmoeting plaats tussen de voltallige ABRI-top en hoofdredacteuren van landelijke dagbladen.

De boodschap was in beide gevallen dezelfde: de brandstichtingen, vernielingen en andere ordeverstoringen die zaterdag en zondag plaatshadden in de Indonesische hoofdstad maken deel uit van een “communistische samenzwering tegen de regering”. De samenzweerders zouden zich hebben genesteld binnen de semi-oppositionele Democratische Partij van Indonesië (PDI) en in het bijzonder onder de aanhangers van de populaire Megawati Soekarnoputri Kiemas, de oudste dochter van wijlen president Soekarno.

De penningmeester van het Megawati-getrouwe PDI-bestuur, Laksamana Sukardi, meldde gisteren dat sinds zaterdag 158 PDI-leden worden vermist. Volgens de jongste gegevens kwamen bij de onlusten dit weekeinde vier mensen om het leven, raakten er bijna honderd gewond en werden ruim tweehonderd betogers gearresteerd. Tot dusverre verstrekken noch de politie noch de militaire ziekenhuizen aan de PDI, de pers of buitenlandse diplomaten gegevens over aantal en identiteit van arrestanten en verpleegde betogers.

Pagina 4: 'Dit is een georganiseerde opstand van communisten'

Megawati werd vorige maand door dissidente bestuursleden, met steun van leger en regering, afgezet als verkozen voorzitster van de PDI en vervangen door haar voorganger Soerjadi. Diplomaten gaan ervan uit dat haar populariteit werd gezien als een bedreiging voor de regeringspartij Golkar en de positie van president Soeharto. Megawati en met haar nog tien verkozen bestuursleden noemden hun afzetting 'onwettig' en weigerden het landelijke partijbureau in Jakarta te ontruimen.

Dat gebouw groeide de afgelopen weken uit tot een trefpunt van de oppositie. Op het voorplein van het PDI-hoofdkwartier werd een 'vrij podium' opgericht, waar niet alleen Megawati en haar medestanders in de PDI het woord voerden, maar ook activisten voor democratie en mensenrechten en andere critici van de regering, zoals de gisteravond gearresteerde vakbondsleider Pakpahan.

Op zaterdagmorgen 27 juli werd het pand na een urenlange veldslag ingenomen door in partijrood gestoken vechtersbazen, die zich uitgaven voor 'Soerjadi-aanhangers', en oproerpolitie. Deze bestorming en de charges van leger en politie tegen protesterende Megawati-aanhangers ontketenden zaterdag de ernstigste onlusten die Jakarta in ruim twintig jaar heeft meegemaakt.

Volgens generaal Hamid en de coördinerende minister voor politiek en veiligheid, generaal b.d. Soesilo Soedarman, waren de ongeregeldheden het werk van in de PDI-gelederen geïnfiltreerde PRD-ers. “Dit is niet langer een conflict tussen Megawati en Soerjadi', zei Hamid, “dit is een georganiseerde opstand”. Volgens de generaal zijn sommige PRD-leden “opgeleid in de Filippijnen”. Hij gaf geen nadere bijzonderheden.

De groep werd in het voorjaar van 1994 opgericht onder de naam Persatuan Rakyat Demokratik (Democratische Volksvereniging). Oprichters en leden waren studenten van verscheidene universiteiten op Java en beroepsactivisten. Eerder dit jaar herdoopten zij zichzelf van 'vereniging' tot 'partij'. De PRD gebruikt marxistisch jargon en noemt zichzelf 'sociaal-democratisch'. Dat deze linkse activisten in hun beginselprogramma niet met zoveel woorden de Indonesische staatsfilsofie Pancasila omhelzen - in het huidige Indonesië hét waarmerk van politieke betrouwbaarheid - acht minister Soesilo het beste bewijs dat dit “communisten zijn die aansturen op omverwerping van de heersende orde”.

De PRD kent sinds kort een vakbondsvleugel, het Centrum voor Arbeidersstrijd, die op 8 juli in Surabaya een grote staking op touw zette. Deze organisatiestructuur, zo zeggen de generaals, heeft de PRD afgekeken van de in 1966 verboden en sindsdien bloedig geliquideerde communistische partij, de PKI.

De PRD verklaarde zich solidair met de in het nauw gebracht Megawati en sprak “kritische steun” uit voor haar vleugel van de PDI. Die was bereid tot samenwerking, mits de PRD in PDI-demonstraties geen eigen spandoeken meevoerde en zich onthield van inmenging in de besluitvorming van de PDI.

Tot dusverre opereerde de PRD in het openbaar. Zodra dit weekeinde echter duidelijk werd dat zij de schuld kregen van de jongste politieke onrust sloten de PRD-ers hun kantoor in Jakarta-Zuid en gingen ze ondergronds. Hun voorzitter, ex-studentenleider Budiman Sudjatmiko, wordt door het leger gezocht.