Landmacht waagt zich aan zelfkritiek

DEN HAAG, 31 JULI. De club weer vertrouwen geven en enige saamhorigheid kweken, dat ziet de nieuw aangetreden bevelhebber van de landmacht, luitenant-generaal M. Schouten, als zijn belangrijkste taak. Vooral de landmachtstaf op de Juliana-kazerne in Den Haag maakt naar buiten toe de indruk 'aangeschoten' te zijn.

De staf voelt zich verongelijkt, met name over de interpretatie van de gebeurtenissen in de moslim-enclave Srebrenica, die Dutchbat juli 1995 overhaast en in wanorde verliet.

De speciale rapporteur van de VN over mensenrechten, mevrouw Rehn, verklaarde onlangs voor het VN-oorlogstribunaal in Den Haag dat de Nederlandse militairen zich wel erg strikt aan hun oorspronkelijke opdracht hadden gehouden en meer hadden kunnen doen voor de moslim-vluchtelingen.

De lange lijst van incidenten en lekken naar de pers wijzen er de laatste maanden op dat de landmachtorganisatie kost wat kost verhaal wil halen op wat zij zelf ziet als een unfaire behandeling na de heldenintocht in Zagreb, vorig jaar juli, waar premier Kok, kroonprins Willem Alexander en minister Voorhoeve de Dutchbatters uitbundig huldigden.

In de nadagen van zijn voorganger, luitenant-generaal H. Couzy, kreeg iedereen nog eens de schuld van het fiasco dat nog steeds niet is verwerkt: de media, de Tweede Kamer, het ministerie en de Verenigde Naties. Toch willen Schouten en een aantal nieuwe medewerkers in de komende maanden nagaan wat er bij de landmacht zelf moet veranderen om de 'oenigheden' uit het verleden uit te bannen. Hij wil de organisatie een meer professionele uitstraling geven. Ondanks het officiële onderzoek van Defensie, dat Dutchbat vrijpleit van schuld bij de aftocht, stellen zij nu toch voorzichtig de vraag of de commandovoering en het optreden van het gehavende bataljon niet anders hadden gekund.

Bij de leiding van luchtmacht en marine en bij de defensiestaf op het ministerie is onrust ontstaan over de 'verongelijkte' houding van de landmachtstaf. Blijven animositeit, verdachtmakingen en gebrek aan loyaliteit lang doorsijpelen, dan kan dat de reputatie van de gehele krijgsmacht schaden. Wanneer deelneming aan vredesoperaties door interne strubbelingen en gebrek aan vertrouwen moeilijker wordt, rest er maar weinig van de taakopvatting uit de Prioriteitennota van januari 1993. Daarin staat dat Nederland aan vier vredestaken tegelijkertijd wil meedoen.

Als er in de toekomst om welke reden dan ook minder vredestaken voor Nederland zijn, kan dat betekenen, zo meent men op Defensie, dat ook heel gemakkelijk de begroting van 13 miljard gulden per jaar in gevaar komt. Juist voor dat laatste zijn de bevelhebbers van marine en luchtmacht beducht, want ze moeten grote investeringen doen voor nieuw of opgeknapt materieel. De steun in het parlement voor de relatief hoge Nederlandse defensiebegroting (dubbel zoveel als buurland België) zou dan kunnen afnemen. Zeker als andere gaten moeten worden gevuld bij een wat terugvallende economie.

Minister Voorhoeve zal in zijn memorie van toelichting op de begroting, op de derde dinsdag in september, aangeven hoe hij de nieuwe 'gedragscode' voor het geherstructureerde en verkleinde leger ziet. Nu er geen dienstplichtigen meer zijn, kunnen de regels worden aangescherpt en militairen gemakkelijker worden uitgezonden en vervangen. De VVDM (Vereniging voor Diensplichtige Militairen) is met haar vaak ludieke acties geen partij meer, omdat er geen dienstplichtigen meer hoeven op te komen. Weliswaar zijn jonge beroepsmilitairen minder geschoold en komen zij niet uit een verscheidenheid van milieus, zoals de dienstplichtigen, maar animo om een contract te tekenen is er volop.

Training, opleiding en professionele uistraling worden steeds sterker bepaald door de internationale samenwerking. Er zijn op Defensie talloze voorstanders om het vakbondsimago en het beeld van een wat losse taakopvatting bij leger-onderdelen, dat bij de bondgenoten is ontstaan, terug te dringen. Dat zou Nederland geschikter maken om in internationaal verband met andere beroepslegers op te treden. Die samenwerking vereist dat de Nederlanders de discipline en mores, die bij buitenlandse onderdelen gelden, niet langer kunnen verontachtzamen.

De Tweede Kamer maakt ernstig bezwaar tegen het drugsgebruik in het Nederlandse leger dat volgens de officier van justitie voor militaire zaken Besier uit Arnhem “wijd en zijd verbreid is”. Met name in de legerplaats Seedorf in Duitsland gebruiken militairen veel verdovende middelen en pepmiddelen. Besier pleit voor strengere selectiecriteria bij het aannemen van toekomstige militairen.

Bevelhebber Schouten ziet het als zijn taak om daar waar de landmacht in internationaal verband optreedt, maar ook in eigen land meer toe te zien op normen en waarden. “Het gaat mij niet als eerste om kort haar en oorbellen. Waar het om gaat is dat de militair zelf bereid is om zijn werk naar behoren te verrichten, bereid af te blijven van andermans eigendommen, respect heeft voor andermans lijf en goed. De gedragscode moet ook een stukje banier van de eenheid zijn”, zegt hij in zijn eerste vraaggesprek in Armex, het blad van de vereniging 'Ons Leger'.

En over de toepassing van die nieuwe code die voor alle krijgsmachtdelen moet gaan gelden, zegt hij in het blad: “Makker, wij hebben een afspraak gemaakt toen je bij dit bedrijf kwam. Jij wist verdraaid goed dat een bepaalde gedragscode voor jou een richtsnoer moest zijn en als jij je daar niet aan wil houden dan is het kiezen of delen.”

    • Willebrord Nieuwenhuis