Emmer topambtenaren woedend over strafontslag; 'Onderzoek heel eenzijdig'

Twee topambtenaren van de gemeente Emmen hebben per 24 juni strafontslag gekregen en de bestuursrechter in Assen heeft de gemeente vorige week vrijdag volledig in het gelijk gesteld. Strafontslag betekent: geen uitkering, geen wachtgeld, geen WW, niks. De beide ambtenaren tonen zich zeer verbolgen.

EMMEN, 31 JULI. Op 26 februari 1996, om elf uur 's avonds, werden algemeen directeur H. van den Elst en directeur middelen H. Boersma ontboden op het Emmense stadhuis. Burgemeester A. Lensen schoof beide topambtenaren een rapport van het bureau Boer Croon Group (BCG) onder de neus. Daarin stond hoe zij zich jarenlang schuldig hadden gemaakt aan machtsmisbruik, intimidatie en een arrogante stijl van leidinggeven. Het rapport moet hard zijn aangekomen. Drie weken eerder hadden Van den Elst en Boersma nog met de burgemeester en de overige leden van het college en hun partners gezellig gedineerd om de benoeming van P. Reuver tot gemeentesecretaris te vieren. Dat kostte voor in totaal vijftien personen ruim 2.100 gulden.

Maar nu kregen de beide disgenoten te horen dat er in het stadhuis een klimaat van angst heerste: kijk uit wie achter je loopt en wat je zegt. Ook werd hen exorbitant declaratiegedrag en een opzichtige eet- en drinkcultuur verweten. Na een paar minuten lezen begon Van den Elst te giechelen, zegt hij. Sloeg dit op hem? Hij keek zijn collega Boersma ongelovig aan. Boersma: “Ik heb tot die avond niet geweten dat ik met verkeerde dingen bezig zou zijn geweest. Ik dacht nog: heb ik misschien ergens een blinde vlek. Ik ben er ziek van geweest. Je wordt als een crimineel afgeschilderd en dat is heel erg. Ik heb geen geld achterovergedrukt. Ik heb jarenlang keihard gewerkt voor de gemeente Emmen.”

Van den Elst voelde zich door de inhoud van het rapport “gigantisch gekrenkt”. Van een verziekt klimaat heeft hij nimmer iets gemerkt. En de achttien getuigenissen dan en de tachtig beschikbare die de conclusies van BCG desgevraagd kunnen onderbouwen?

Beiden halen de schouders op. Praat hen niet van BCG. Op de werkwijze van dit bureau hebben ze juist felle kritiek. Onderzoekers van BCG in Emmen waren oud-burgemeester E. van Thijn van Amsterdam en J. Engelen. Supervisor van het onderzoek was J. Staatsen, voormalig burgemeester van Groningen en voorzitter van de sectie betaald voetbal van de KNVB. Staatsen heeft zelf geen onderzoek in het Emmense gedaan. Dat deden Van Thijn en Engelen.

Nadat er drie weken lang gesprekken waren gevoerd met raadsleden, de ambtelijke top, de subtop en bestuursorganen, was niet duidelijk wat er aan de hand was, zegt Van den Elst. “Toen heeft BCG een klachtenlijn geopend, in plaats van onderzoek te doen op basis van verifieerbare dossierstukken en hoor en wederhoor toe te passen.”

Het rapport is volgens beide topmanagers eenzijdig, en louter gebaseerd op een verslag van voormalig adjunct-secretaris Weber en op het 'zwartboek' van D. Janknegt, de ambtenaar die een computerdagboek bijhield op zijn werk. Beiden verloren hun functies bij een reorganisatieproces.

Vooral Van Thijn moet het bij hen ontgelden. Ze twijfelen aan zijn bekwaamheid als onderzoeker. Van den Elst: “Van Thijn is lui en gemakzuchtig. De klus moest in vijf weken geklaard zijn. Ze liepen tegen dat zwartboek en dat verslag van Weber aan en dachten: klaar is Kees.” Positieve verhalen van ondervraagden over Boersma en Van den Elst zouden zijn genegeerd, ze werden althans niet opgenomen in de eindrapportage.

Zij vinden het een kwalijke zaak dat interim-secretaris L. Rasser, afkomstig van het bureau Moret, Ernst en Young, niet op het lijstje van Van Thijn stond. Onder het bewind van Rasser was besloten tot een ingrijpende reorganisatie waarbij tachtig mensen hun baan zouden verliezen. Rasser nam zelf op 7 februari, negentien dagen voordat de eindrapportage klaar was, het initiatief. Hij vroeg om een gesprek met de onderzoekers van BCG. Rasser stelde daarna in een brief aan Van Thijn dat het gesprek voor hem onbevredigend was en de woordkeus van Engelen noemde hij 'suggestief' en 'tendentieus'. Rasser wilde een tweede gesprek, dat werd gepland op 20 februari. Maar dit gesprek werd door Van Thijn afgezegd, omdat hij andere prioriteiten had. Daarentegen zou wel twee dagen lang met Weber zijn gesproken.

Van den Elst was een van de eersten met wie Van Thijn een gesprek had. Het was de verjaardag van de algemeen directeur. “Ik heb hem een sigaar en een gebakje aangeboden. Het was een plezierig en geanimeerd gesprek. Op het eind vroeg hij me waarom ik zo aardig en vriendelijk was. Ik antwoordde: 'Omdat ik eigenlijk zo ben.' Boersma sprak een week voor het uitkomen van het rapport met Van Thijn. “Hij stelde me de algemene vraag hoe ik tegen de gemeente Emmen aankeek.” Boersma veronderstelde dat hij een van de 88 mensen was die ondervraagd werden door Van Thijn. “De opdracht aan BCG luidde immers om de raad, het college, de managers en de veertig afdelingschefs te horen.”

Van den Elst vertelt hoe een aantal mensen hem toevertrouwde wat ze Van Thijn en Engelen hadden verteld. “Engelen vroeg een medewerker van mij hoeveel chefs hij had gehad in de twintig jaar dat hij bij de gemeente werkte. Dat waren er vijf. Hij moest ze op een rijtje zetten en een cijfer geven. Nou, ik kreeg een acht van hem. Maar in het hele rapport is er niet één positieve mededeling over mij te vinden.”

Boersma ontkent de krenkingen, kleineringen, machtsspelletjes en het tartend gedrag waaraan hij zich volgens het rapport schuldig heeft gemaakt. “Ik heb in 1989 één keer iemand voor stevig uitgescholden. In elke werkkring zal dat wel eens voorkomen. Ik gaf een jaar lang leiding aan honderd man. Slechts één heeft zich negatief over mij uitgelaten over de periode dat ik directeur middelen was.”

Wat kwaad bloed heeft gezet, zo zeggen beide managers, is dat zij een einde maakten aan de cultuur in Emmen waarbij er 'overal' wel ergens een 'potje' voor was. Bij de operatie om 12,5 miljoen te bezuinigen, werd dat beleid voorgoed verlaten.

“Dat was een cultuurbreuk en bedreigend. Naar alle budgetten werd strakker gekeken.” Maar niet naar hun eigen declaraties en budgetten, zo blijkt uit het vonnis van de rechter. Beide ambtenaren houden echter vol dat ze niet meer declareerden dan de leden van het college. “Veel nota's moesten door ons worden afgetekend.” Vorig jaar declareerden het management van Emmen en het college van B en W samen voor 65.000 gulden aan horeca-kosten. In totaal ging er in Emmen een bedrag van 150.000 gulden om aan horeca-uitgaven.

Volgens de advocaat van de ambtenaren, G. van Amstel, is het niet terecht dat zijn cliënten nu worden afgerekend op de declaratie- en bestedingscultuur in de gemeente Emmen. “Het is uiterst onbillijk en onredelijk om hen af te schieten en de rest ongemoeid te laten.”

Maar had dan niet verwacht mogen worden dat Van den Elst en Boersma vanuit hun positie vraagtekens zouden plaatsen bij overdadige eet- en drinkgewoonten? “Het is altijd de vraag wie het eerst de vinger opsteekt. Er gaan miljoenen rond binnen de gemeente. De burgemeester rijdt rond in een auto met chauffeur. Er wordt in Emmen jaarlijks voor 150.000 gulden besteed in horeca-gelegenheden. Zoiets kun je mijn cliënten niet alleen aanrekenen. En het kan zeker geen grond zijn voor ontslag.”

    • Karin de Mik