'Doos met gaten' wordt een restaurant

AMSTERDAM, 31 JULI. Toen Sylvester Stallone op 5 november 1995 in de Amsterdamse Reguliersbreestraat het startsein gaf voor de verbouwing van de Cineac-bioscoop, zei hij onder de indruk te zijn van de architectuur van het gebouw.

Met zijn bewondering voor de door Jan Duiker ontworpen Cineac uit 1935 toonde de gespierde Amerikaanse acteur zich een groot architectuurkenner, want de beroemde nieuwsbioscoop was toen niet veel meer dan een ruïne waarin alleen specialisten een belangrijk monument van het Nieuwe Bouwen konden herkennen. De grote lichtreclameconstructie met het woord Cineac in schreefloze letters, ook wel 'het wasrek' genaamd en een essentieel onderdeel van het gebouw, was toen al 14 jaar verdwenen, en de rest van het gebouw was jaren zodanig verwaarloosd dat het inderdaad was verworden tot een 'grijze ijzeren doos met een paar gaten erin', zoals een recensent het gebouw vlak na de oplevering omschreef.

Sylvester Stallone is, samen met acteurs als Bruce Willis en Demi Moore, aandeelhouder van Planet Hollywood, een restaurantketen die inmiddels vestigingen heeft in tal van Amerikaanse steden, Londen, Parijs, Barcelona en binnenkort ook in Amsterdam. Het restaurant in de Cineac zal niet veel afwijken van al die andere Planet-Hollywood-vestigingen: over ongeveer een half jaar zal men er kunnen eten temidden van allerlei originele spullen en decorstukken uit Hollywood-films. Praten met de tafelgenoot is niet nodig, want tijdens de maaltijd worden op tal van beeldschermen en ook op het oorspronkelijke doek filmfragmenten vertoond. Daarvoor ondergaat de Cineac een grote, ongeveer zes miljoen gulden kostende opknapbeurt, die nu in volle gang is. Voor een deel gaat het gebouw schuil achter groene schermen, maar vanuit de Regsteeg is goed te zien dat het bouwwerk geheel is ontdaan van de bekleding van stalen platen, zodat het stalen skelet zichtbaar is.

De eerste plannen voor een restaurant in de Cineac dateren al van 1989, toen architect Cees Dam door Cannon, de toenmalige eigenaar van de Cineac, werd gevraagd om een ontwerp voor een restaurant in de vervallen bioscoop.

Pagina 9: Monument hersteld

Maar van uitvoering kwam niets: Cannon kwam in financiële moeilijkheden en MGM Cinemas, de nieuwe eigenaar, besloot de bouwval te exploiteren als riksbioscoop. In 1994 verkocht MGM het gebouw aan de bekende Amsterdamse onroerend-goedmagnaat Caransa op voorwaarde dat het nooit meer als bioscoop dienst zou doen. Caransa haalde in samenwerking met Planet Hollywood het oude restaurantplan van stal. Complicatie hierbij was dat Planet Hollywood altijd gebruik maakt van een eigen huisarchitect, de Rockwell Group in New York, zodat ten slotte twee architecten zich met de Cineac gingen bezighouden: Cees Dam namens eigenaar Caransa en Marco Goversnamens exploitant Planet Hollywood.

Inmiddels was de Cineac in 1993 tot rijksmonument verklaard, zodat ook de Amsterdamse Dienst Monumentenzorg zich met het gebouw ging bemoeien. En ten slotte waren er nog de bezorgde gelovigen van het Nieuwe Bouwen, voor wie Duiker, de architect van onder meer sanatorium Zonnestraal bij Hilversum, tot de grootste profeten behoort. Zij hielden hun hart vast toen bekend werd dat de Hollywoodbarbaren het Nederlandse rijksmonument onder handen zouden nemen en kwamen met het tegenvoorstel de Cineac als 'Heritage-center' te exploiteren. Dit plan bleek onhaalbaar, maar wel werd in 1994 het Comité Redt Duikers Cineac opgericht.

“Over de buitenkant hebben we niet te klagen”, zegt architect Klaas Visser, een van de tien leden van het Comité. “Alleen de entree verandert: in plaats van twee toegangen aan weerszijden van een gebogen stalen buitenwand, komt er nu een gekromde glazen wand met een toegang. Maar voor de rest verandert er niet veel. De profielen van de ramen worden even smal als in het oorspronkelijke gebouw, de gevelbekleding zal bestaan uit stalen platen in het oorspronkelijke grijs en de grote lichtreclameconstructie wordt in originele staat hersteld, al komt daar jammer genoeg wel Planet Hollywood op te staan.

“Maar wat het interieur betreft, zijn we de grote verliezers. Dat wordt volledig veranderd. De schuine vloer, een essentieel onderdeel van de zaal, wordt recht gemaakt en het sobere interieur wordt door alle decorstukken, videoschermen en andere aankleding geheel aan het oog onttrokken.”

Diederik Dam, die op het bureau Cees Dam in de voetsporen van zijn vader treedt, is minder somber. “Wat restauratie van zo'n jong gebouw als de Cineac moeilijk maakt, is dat er zoveel informatie over bestaat”, zegt hij. “Met de restauratie van een 17de-eeuws pand heeft een architect veel meer vrijheid, omdat er veel minder over het oorspronkelijke gebouw bekend is. Maar van de Cineac bestaan van alle details nog de tekeningen. Die hebben we bestudeerd en daar houden we ons zoveel mogelijk aan.

“Uitgangspunt bij de restauratie is de reversibiliteit: de ingrepen moeten ongedaan gemaakt kunnen worden. De buitenkant wordt vrijwel volledig in oude staat hersteld en in het interieur zijn grote ingrepen vermeden. Dit werd mogelijk, doordat de keuken wordt ondergebracht in het oude pand achter de Cineac. En de transformator, die net als een keuken een ingrijpende verbouwing zou eisen, komt in het pand naast de Cineac aan de Reguliersbreestraat, waar ook de kantoren en de winkel met Planet Hollywood-spullen worden gehuisvest. De Cineac is zo een soort lege huls geworden: wat er nu in komt, bestaat uit losse objecten zoals de bar, stoelen, tafels, tussenwandjes en al die Hollywood-spullen. De enige echt grote ingreep is het vlak maken van de vloer, maar zelfs dit is reversibel: mocht het gebouw ooit nog een andere bestemming krijgen, dan kan er altijd weer een schuine vloer worden ingezet.”

Ook de interieurarchitect Marco Govers heeft in het door hem ontworpen interieur gestreefd naar reversiblititeit, voor zover het oude interieur niet kon worden gehandhaafd. “Het karakteristieke plafond in de vorm van een eierschaal blijft behouden”, zegt hij. “En er komen geen spotjes in, die Planet Hollywood in al zijn restaurants wel gebruikt, maar het plafond wordt van onderen aangelicht. Ook de spiltrap, die nog is voorzien van origineel glas, blijft bewaard. Verder worden alle ruimtes benut als restaurant, want de Cineac wordt met 225 plaatsen een kleine Planet Hollywood-vestiging. De eerste verdieping, waar vroeger de projector stond, wordt restaurant, en ook het balkon wordt, zonder de constructie te veranderen, geschikt gemaakt voor tafels en stoelen. Wat er aan losse Hollywood-attributen in komt, blijft tot op het laatste moment onzeker. Maar het is een gegeven dat Planet Hollywood bij de inrichting rekening houdt met de nationale filmcultuur. Zo staat het restaurant in Londen vol met James Bond-spullen. Wie weet komt er in de Cineac wel iets uit Blade Runner, de film waarin Rutger Hauer speelt. Of uit films waarin Monique van de Ven of Jeroen Krabbé acteren.”

Met al deze monumentbewuste architecten kan Monumentenzorg niet anders dan tevreden zijn. “We hebben het maximale bereikt.”, zegt Martin Pruijs van de Amsterdamse Dienst Monumentenzorg. “Juridisch gezien konden we bijvoorbeeld niet eisen dat de lichtreclameconstructie terugkwam, want die was al lang verdwenen toen het gebouw tot monument werd verklaard. Maar de Amerikanen vonden het wasrek juist een van de mooie dingen aan het gebouw. Natuurlijk wilden ze hun eigen naam in plaats van de Cineac op het dak hebben, maar we hebben wel als eis gesteld dat de letters er gemakkelijk af te halen moeten zijn. Het Comité Redt Duikers Cineac wil ook daar weer de letters Cineac terug en verder ook alles in oude staat herstellen. Maar dat kan niet. Het gebouw is van functie veranderd, en dat kan niet zonder gevolgen blijven.”