Boetewet maakt einde aan 'gevoelige' aanpak WW

DEN HAAG, 31 JULI. Een werknemer in een doe-het-zelfwinkel die voortdurend bouwmaterialen voor zijn verbouwing achterover drukt, heeft een gerede kans op ontslag. En dat ontslag heeft hij aan zichzelf te danken. Hij is 'verwijtbaar werkloos' en krijgt dus geen werkloosheidsuitkering.

Vergelijk dat met een bouwvakker die materiaal voor eigen gebruik van de bouwplaats meeneemt. Dat komt in de bouw zo vaak voor dat het, zelfs door de bedrijfsvereniging, bijna als een secundaire arbeidsvoorwaarde wordt beschouwd. Werd de bouwvakker niettemin ontslagen, dan verstrekte de bedrijfsvereniging tot op heden toch een uitkering, al was het een lagere dan normaal. Hoe verwijtbaarder het ontslag was, hoe lager de uitkering.

Vanaf morgen is het afgelopen met deze dubbele standaard. De wet 'Boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid' ontneemt de bedrijfsverenigingen de mogelijkheid het gevoel te laten spreken bij de beoordeling van ontslag.

De nieuwe wet, kortweg 'Boeten en maatregelen' genoemd, leidt tot wijziging van alle sociale-zekerheidswetten, uiteenlopend van de bijstand en de Ziektewet tot de AOW. Doel van de wet is terugdringing van uitkeringsfraude, een van de speerpunten van het kabinetsbeleid.

De wet trekt het sanctiebeleid van de uitvoeringsorganen gelijk en verscherpt de voorwaarden om voor WW in aanmerking te komen. Als het meezit, kan de overheid later nog wat aan de wet verdienen. Want het ministerie van Sociale Zaken heeft becijferd dat na 1999 jaarlijks zo'n 240 miljoen gulden op de uitkeringen wordt bespaard. Het kabinet hoopt vooral veel op de bijstand te besparen.

Bij de totstandkoming van de wet is de meeste aandacht uitgegaan naar de verscherping van de WW-voorwaarden. Centraal daarin staat het begrip 'verwijtbare werkloosheid'. Een werknemer die het aan zichzelf te wijten heeft dat hij op straat is komen te staan, krijgt geen WW-uitkering meer. Dat zorgde de afgelopen maanden voor een lichte ontslaggolf en meer werk voor kantonrechters die het ontslag moesten goedkeuren. Werknemers die op hun werkgever waren uitgekeken lieten zich snel ontslaan om nog onder de oude voorwaarden recht te hebben op een WW-uitkering.

Werkgevers kwamen zo betrekkelijk eenvoudig van hun overtollig personeel af en werknemers meden de 'verwijtbare werkloosheid' van de nieuwe wet, een begrip waarvan de betekenis waarschijnlijk pas na veel jurisprudentie inhoud en vorm krijgt.

Pagina 14: Uitvoerders sociale verzekering missen 'grijstinten' in wet

De naam van de wet geeft het al aan - sancties voor ten onrechte uitbetaalde en uit te betalen uitkeringen zijn ondergebracht in twee categorieën: boeten en maatregelen. De werkloze krijgt een boete van maximaal 5.000 gulden als hij onjuiste informatie heeft verstrekt. Ingrijpender zijn de administratieve maatregelen die de wet introduceert. De meest vergaande is het weigeren van een uitkering, bijvoorbeeld omdat een uitkeringgerechtigde onvoldoende doet om aan een baan te komen; hij laat zich niet scholen of solliciteert te weinig.

De Sociale Verzekeringsbank, verantwoordelijk voor de AOW en de kinderbijslag zal de nieuwe wet loyaal uitvoeren en onthoudt zich verder van “politiek commentaar”. De uitvoeringsinstellingen die de overige sociale verzekeringswetten moeten uitvoeren zijn echter niet gelukkig met de aanstaande “zwart-wit situatie met één grijstint ertussen”, zoals de wet in de wandeling wordt getypeerd. De zogenoemde uvi's - GAK, Cadans, GUO en SFB - zijn de talloze grijstinten kwijt die ze voorheen tot hun beschikking hadden om van geval tot geval vast te stellen òf een straf aan hun klant moest worden uitgedeeld en hoe zwaar die dan moest zijn. Met de wet boeten en maatregelen zijn de instellingen niet alleen verplicht straffen uit te delen, de maximale hoogte van de straf is bovendien wettelijk voorgeschreven.

Maar, zo vinden de uitvoeringsorganen, een matroos die met vijf mannen een half jaar op een koopvaardijschip zit en na een woordenwisseling zijn kapitein een klap geeft en ontslagen wordt is nog altijd iets anders en valt minder te verwijten dan een bankbediende die ontslagen wordt omdat hij slaags is geraakt met zijn chef. Dergelijk gedrag is, wat de wetgever betreft, voortaan in beide gevallen even verwijtbaar en wel zodanig dat het gelijk staat aan vrijwillige ontslagname. En daarop stond al de sanctie: geen WW-uitkering.

“De sanctie zou natuurlijk in verhouding moeten staan met de verwijtbaarheid”, zo formuleert directeur Scheerder van het Sociaal Fonds Bouwnijverheid, de uitvoeringsinstelling voor de bouw, het algemeen gevoelen van de uvi's. “Redelijkheid en billijkheid spelen in deze nieuwe wet geen enkele rol. Ruimte om de sanctie af te stemmen op de individuele problematiek is er niet.”

Dezelfde kritiek - “de evenredigheid tussen daad en straf valt weg” - heeft FNV-bestuurslid H. Muller op de nieuwe wet. Hij valt over het voorschrift dat de weigering van de uitkering bij verwijtbare werkloosheid blijvend is. “Daardoor komen op hetzelfde vergrijp verschillende straffen te staan”, is Mullers redenering. “Iemand van 25 die ontslagen wordt omdat hij of zij net op het verkeerde moment tegen de verkeerde persoon het verkeerde woord gebruikt wordt lichter gestraft dan iemand van 40 jaar die om dezelfde reden wordt ontslagen. Die 40-jarige werknemer heeft namelijk een langer arbeidsverleden en zou langer op de WW recht hebben gehad dan de 25-jarige.”

Het geheel of gedeeltelijk moeten weigeren van de uitkering door een uitvoeringsinstelling dwingt de cliënt uit te wijken naar de bijstand, zo verwacht Scheerder van het SFB. “De gemeentelijke sociale diensten krijgen een grotere instroom.” Een gestrafte uitkeringsgerechtigde mag immers niet onder het sociaal minimum komen.

De directeuren van de sociale diensten zien deze instroom als extra werk bovenop de extra werkdruk die wordt verwacht als gevolg van de wet boeten en maatregelen. Daarbij komt nog de invoering van de nieuwe Bijstandswet op 1 januari van dit jaar, die eveneens voor veel extra werk heeft gezorgd. De gemeentelijke sociale diensten zullen dan ook de grootst mogelijke moeite hebben om de ingangsdatum van de wet boeten en maatregelen, 1 januari 1997, te halen. Dat is de verwachting van Divosa, waarin de directeuren van die diensten verenigd zijn.

De kritiek van de bewakers van het sociale vangnet, de bijstand, op de nieuwe wet spitst zich net als bij de uitvoeringsinstellingen toe op de standaardisatie van sancties. “De mazen van het vangnet worden groter”, vat dagelijks bestuurslid M. Hazebroek van Divosa samen. “Juist bij de bijstand gaat het om de individuele benadering en hebben de mensen van vooral de kleine sociale diensten een relatie met de klant opgebouwd.”

Deze relatie, waarbij redelijkheid en billijkheid de boventoon voerden, komt volgens Hazebroek onder druk te staan als verplicht een straf moet worden uitgedeeld waarvan de hoogte wettelijk is voorgeschreven. “Het strafrecht is het administratief recht binnengetreden, waardoor onze mensen met twee petten komen te zitten.”

Daardoor ontstaat een onmogelijke situatie in de spreekkamer van de sociale dienst, meent Hazebroek: “Eerst moet de consulent van de sociale dienst zoveel mogelijk inlichtingen los zien te peuteren, maar als hij merkt dat er iets niet in de haak kan zijn, moet hij opeens een politiepet opzetten. De man of vrouw die een uitkering aanvraagt moet de cautie worden afgenomen en gewezen worden op de zwijgplicht. Want je mag niet in de situatie komen dat je aan je eigen veroordeling meewerkt. Tegelijkertijd moet de consulent zoveel mogelijk rekening houden met het belang van de klant.”

Volgens Hazebroek rekent het kabinet zich ten onrechte rijk met de wet boeten en maatregelen: “Of er terugverdieneffecten zijn is uiterst dubieus.” Hij verwacht dat de uitvoeringskosten hoger zullen zijn dan de opbrengsten, alleen al omdat er blijvend meer werk op de sociale diensten afkomt doordat de wetswijzigingen moeten worden doorgevoerd en meer mensen een beroep op de bijstand zullen doen. Daarnaast speelt volgens Hazebroek dat de 'kale kippenstapel' door de wet boeten en maatregelen alleen maar groter wordt. Dit zijn mensen met een bijstanduitkering die weliswaar een boete aan de broek hebben, maar onder het sociale minimum zouden komen als ze de boete betalen. “Zie dan maar eens je geld te krijgen.”

    • Robert Giebels