'Wereldberoemde verworvenheid' weg

ROTTERDAM, 30 JULI. De Vereniging Belangenbehartiging Militairen (VBM) wil op korte termijn opheldering van de luchtmacht-leiding over het terugroepen, wegens hun lange haar, van twee Nederlandse militairen van de basis Villafranca in Italië.

Voorzitter J. Golsteijn van de vakbond zegt niet alleen verrast te zijn (“waarom was de bijzondere haardracht tot nu toe wel toelaatbaar?”), hij meent ook dat “de nieuwe eisen met betrekking tot het uiterlijk van uit te zenden militairen niet getuigen van het juiste inzicht bij de top”.

“De eisen zullen niet leiden tot meer aanmeldingen voor buitenlandse missies”, verduidelijkt Golsteijn. “Integendeel. Ze kunnen zelfs ontduikingen in de hand werken. Wie niet naar een gevaarlijk land wil, laat zijn haar groeien of gaat naar een tatoeage-boer voor een pearcing.” De VBM vraagt de luchtmacht-leiding, in het bijzonder bevelhebber Droste, wat het naar huis sturen van de langharigen tot gevolg heeft voor hun rechtspositie. “Worden zij ontslagen omdat zij niet meer uitgezonden kunnen worden?” vraagt Golsteijn namens zijn 22.000 leden tellende vakbond.

Golsteijn meent dat de luchtmacht-top bezig is “de klok terug te zetten”. “Nu de opkomstplicht is verdwenen, zien de ijzervreters binnen Defensie daar kans toe. Zij zoeken naar mogelijkheden om te tornen aan de maatschappelijke verworvenheden binnen het leger. De nieuwe beroepssoldaten, in veel gevallen liefhebbers, zijn hun slachtoffers. In de wandelgangen hoort de VBM dat het comité van bevelhebbers samen met de invloedrijke directeur-generaal van het ministerie van Defensie, W. Bunnink, praten over het stroomlijnen van allerlei dingen in het leger. Het gaat niet alleen over de haardracht, maar ook over de gedragscodes, het drugsbeleid, het dragen van sieraden en de werktijden.”

De voorzitter van de VBM meent dat de top van Defensie “de militairen weer in het oude keurslijf willen dwingen”. “Zo van: niet zeuren, ook niet op het gebied van werktijden. Als militair moet je 24 uur per dag beschikbaar zijn. Wanneer je die opvatting hebt, sta je naar mijn idee niet met beide voeten op aarde. Maar dat realiseren de hoge heren van Defensie zich te weinig.”

Golsteijn meent dat de nieuwe eisen betreffende uiterlijk niet in overeenkomst zijn met de aanbevelingen van de Maatschappelijke Raad van de Krijgsmacht (MRK), het adviesorgaan voor het kabinet en Defensie. “De raad heeft geconstateerd dat de touwtjes na het opschorten van de opkomstplicht strakker worden aangetrokken”, zegt hij. In artikel 2 van het in februari verschenen MRK-advies Vermaatschappelijking en normstelling in een veranderde krijgsmacht staat: “Beklemtoon zowel extern (voor imago en werving) als intern (voor het personeel) dat maatschappelijke verworvenheden en ontwikkelingen zo veel mogelijk ook binnen de krijgsmacht worden doorgevoerd. Zorg ervoor dat de mentaliteit daarbij een positieve 'ja mits' is en dat geen houding van 'nee, tenzij' wordt aangenomen.”

In artikel 11 schrijft de raad: “Zorg ervoor dat expliciete en impliciete normen altijd op hogere waarden zijn gebaseerd. Laat aandacht voor uiterlijke verzorging daarom niet verworden tot een formele groepsnorm van uniformiteit of tot een informele groepsnorm die niet op algemene waarde is gebaseerd.”

De Vereniging van Diensplichtige Militairen (VVDM) heeft zich “zeer geërgerd” aan het feit dat militairen bij de luchtmacht voor 1 september naar de kapper moeten. De vakbond, bezig aan de laatste maanden van zijn bestaan, omschrijft de vrije haardracht als “een wereldberoemde verworvenheid”. Onder zware druk van de VVDM stond Defensie 25 jaar geleden toe dat soldaten zelf mochten uitmaken hoe ze hun haar droegen. Dit gebeurde nadat de dienstplichtige R. Wehrmann het vertikte de schaar in zijn haar te laten zetten en daarvoor in de cel verdween.

Jarenlang voerde de VVDM met Defensie strijd over de haardracht van de dienstplichtigen. De betrokken bewindslieden in Den Haag voelden niets voor het vrij laten van de haardracht. Bekend is in dat verband een televisie-vraaggesprek van de actualiteitenrubriek Brandpunt met minister Den Toom, op 21 maart 1968. Den Toom herhaalde daarin dat lang haar beslist onbespreekbaar was, dat het in het leger absoluut niet thuishoorde. Tegelijkertijd richtte de camera zich enige tijd op een portret van de beroemde (langharige) zeeheld Michiel de Ruyter, achter hem aan de muur.

    • Guido de Vries