Watersnood kan eenheid Canada ten goede komen

MONTREAL, 30 JULI. Met gulle donaties voor noodhulp aan het bolwerk van de separatistische beweging in de Canadese deelstaat Québec, dat vorige week door zware overstromingen werd geteisterd, hopen Canadezen uit de rest van het land het tij van de onafhankelijkheidsbeweging in de overwegend Franstalige deelstaat te keren.

Overstromingen van de Saguenay rivier, in het gelijknamige noordoostelijk deel van Québec, hebben aan tien mensen het leven gekost.

Twaalfduizend mensen moesten worden geëvacueerd, van wie ongeveer 2.300 hun huizen voorgoed kwijt zijn. Volgens de laatste schattingen is voor ten minste een miljard Canadese dollar (1,2 miljard gulden) schade aangericht, voornamelijk in de steden Jonquière en Chicoutimi (elk ongeveer 60.000 inwoners). Zware regenval was de voornaamste oorzaak van de overstromingen, de grootste natuurramp in Canada sinds een orkaan in 1954.

Inmiddels is het water gezakt en is een nationale hulpactie op gang gekomen. De Canadese regering, bedrijven en burgers geven gul, in de hoop dat de wederopbouw van de steden en dorpen in het getroffen gebied gepaard zal gaan met een zeker herstel van de Canadese nationale eenheid. Deze verkeert in een crisis sinds Québec, de op een na grootste deelstaat van Canada, in oktober vorig jaar in een referendum met een uiterst krappe meerderheid tegen onafhankelijkheid stemde.

Het feit dat juist in het Saguenay-gebied 75 procent van de stemmers voor afscheiding koos, “heeft Canadezen er niet van weerhouden nu bij te springen”, zegt Don Shropshire, coördinator van de noodhulp van het Rode Kruis in Ottawa. Vele Canadezen, zo zegt hij, grijpen de ramp aan om de inwoners van Québec te laten weten: “We denken aan jullie als jullie in nood zitten, niet alleen als er een referendum is.” Een inzamelingsactie van het Canadese Rode Kruis leverde in vier dagen 3,4 miljoen dollar voor noodhulp op, terwijl in het hele land particuliere acties op touw zijn gezet om onder meer kleding naar het rampgebied te sturen.

Ook de federale regering in Ottawa, die sinds het referendum diverse lauw ontvangen pogingen heeft ondernomen de nationale eenheid in Canada op te krikken - decentralisering van regeringsbevoegdheden, een huis-aan-huisfoldercampagne, de benoeming van een Québécois tot minister van nationale eenheid - ziet nu haar kans schoon de inwoners van het getroffen gebied te overtuigen van de voordelen die Canada te bieden heeft.

Zo werden helikopters van het Canadese leger ingezet voor honderden evacuaties en aarzelde Jean Chrétien, de Canadese minister-president, niet toe te zeggen dat Ottawa zeker driekwart van de schade voor haar rekening zal nemen.

Chrétien zei er nadrukkelijk bij dat het hem niet om het bevorderen van nationale eenheid te doen is, maar “om het helpen van Canadezen in nood”.

De Canadese pers is directer. De Ottawa Sun schreef dat “de mensen die Canada het minst wilden, Canada nu het hardst nodig hebben”. Ook is de soepele federale hulp afgezet tegen een oude uitspraak van Lucien Bouchard, premier van Québec en leider van de separatisten, dat “Canada geen echt land is”. Bouchard, aartsvijand van de federale regering, liet bij zijn aantreden als premier eerder dit jaar weten dat er wat hem betreft een herkansingsreferendum komt.

Bouchard, die in Chicoutimi opgroeide en het kiesdistrict Jonquière vertegenwoordigt in het parlement in Québec-Stad, toonde zich ontroerd door de noodhulp van Canadezen buiten Québec en zei “volkomen tevreden” te zijn met de inspanningen van de regering in Ottawa. Maar “dit gaat niet over politiek”, voegde hij eraan toe. “Dit gaat over leven en dood. Over twee kinderen die in hun slaap verdronken zijn. Dit is geen tijd voor politiek.”

Volgens Reginald Gervais, gemeenteraadslid in Jonquière, zal de landelijke hulp echter “zeker invloed hebben” op de manier waarop de bewoners van het rampgebied tegen Canada aankijken. Gervais stemde in oktober voor onafhankelijkheid, maar zegt nu: “Je kunt er niet om heen je meer Canadees te voelen en Canada meer te waarderen.”