Visser woedend over verbod op 'gestresst' aasvisje

Meer dan honderdduizend Nederlanders vissen regelmatig met levend aas op snoeken, baarzen en snoekbaarzen. Minister Van Aartsen (Visserij) verbiedt dat vanaf 1 januari.

KORTENHOEF, 30 JULI. Het baarsje wordt met een netje uit de emmer gevist. Het licht spartelende dier, dat niet groter is dan een forse handpalm, is makkelijk in bedwang te houden. Sportvisser H. Peeters heeft in een oogwenk een haakje door de bek van de aasvis geslagen. Vanuit zijn boot op de 'Wijde Blick' in Kortenhoef slingert hij met een zwiep de vis het water in. Het wachten is op de snoekbaars die zich vergrijpt aan de levende lekkernij die aangelijnd rondzwemt.

Meer dan honderdduizend sportvissers gebruiken nog regelmatig levend aas om snoeken, baarzen of snoekbaarzen te lokken. De roofvissen worden daarna doorgaans weer teruggeworpen. Snoeken die een aasvisje met haak en al binnenkrijgen zijn volgens de Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij (OVB) “absoluut niet ten dode opgeschreven”. Onderzoek heeft uitgewezen dat de haakjes vanzelf uit het dier verdwijnen of worden opgenomen in het bindweefsel. De roofvis groeit normaal door.

Voor het aasvisje is het leven meestal wel ten einde als één van de roofvissen zich heeft laten beetnemen door de hengelaar. Maar wat volgens onderzoekers en De Dierenbescherming erger is: het aasvisje is al die tijd gestresst.

Het kabinet heeft enkele weken geleden besloten dat het vissen met levend aas vanaf 1 januari 1997 verboden zal zijn in Nederland - wormen, maden en vliegen uitgezonderd. Of de dieren pijn kunnen lijden is nooit wetenschappelijk bewezen, maar wel is al enkele jaren geleden aangetoond dat aasvisjes last kunnen hebben van stress. Minister Van Aartsen (Visserij) had er aanvankelijk bij de sportvisorganisaties op aangedrongen het vissen met levend aas te ontmoedigen. De minister zei in maart tegen de Tweede Kamer dat hem “weinig signalen uit de sportvisserij bereikten die lieten zien dat de vissers tot een systeem van zelfregulering willen overgaan”. “Een verbod zal nodig zijn”, aldus de minister destijds.

Volgens een onderzoek uit 1988 van hoogleraar vergelijkende dierfysiologie prof. dr. F.J. Verheijen en onderzoeker dr. R.J.A. Buwalda kan worden aangenomen dat bedreigende ingrepen die een dier niet kan voorzien en waar het zich niet aan kan onttrekken zeer ernstig lijden tot gevolg hebben.

De aasvis die wordt vastgepakt en buiten water aan de haak wordt geslagen, verkeert volgens de onderzoekers in een “geheel andere emotionele toestand dan een voedselzoekende vis die een beaasde haak ophapt”. Bij het vissen op diepten van meerdere meters wordt de vis onderworpen aan sterke en snelle veranderingen in druk, temperatuur en licht. Het visje gaat na enige tijd gas spuwen uit de zwemblaas waardoor het te zwaar wordt en naar de bodem zakt. De aasvis zou duidelijke tekenen van onrust vertonen.

Volgens het onderzoek zouden prooivissen onder natuurlijke omstandigheden 'verkenners' laten uitgaan die informatie verzamelen en doorgeven over de aanwezigheid en de 'plannen' van een roofvis. Verkenners en school reageren daarna adequaat op aankomend gevaar.

Een aasvisje aan een lijn wordt echter tegengewerkt door de vislijn. En door de hengelaar die de aasvis nog al eens versleept, uit het water haalt en er weer ingooit. Het is een extra belasting dat de aasvis de mogelijkheid wordt onthouden zijn drang informatie aan de school door te geven te volgen, zo staat in het onderzoek. Om deze stress-situaties te voorkomen moet het vissen met levende prooi aan banden worden gelegd, concluderen Verheijen en Buwalda.

De meeste sportvissers zijn inmiddels al overgestapt op alternatieven voor het vissen op roofvissen. Meer dan 80 procent van de hengelaars gebruikt kunstaas. Vooral ouderen gebruiken doorgaans nog de levende visjes, omdat het vissen met kunstaas veel investeringen vereist.

H. Peeters vindt het besluit van minister Van Aartsen “een grof schandaal”. Op zijn bootje op de Wijde Blick in Kortenhoef maakt hij zich boos over deze “typisch Nederlandse regelgeving”. “Het zijn vooral mensen die na een levenlang werken de dupe worden. Laat die man met zijn AOW'tje toch zijn visje uitgooien. Maar nee hoor, als niet aangetoond kan worden dat vissen pijn lijden, noemen we het stress”, zegt Peeters die zelf zijn brood verdient met een hengelsportwinkel.

Het aasvisje dat ondertussen gehaakt aan het lijntje van zijn hengel zwemt haalt Peeters naar een paar minuten weer boven. “In deze tijd van het jaar zit er niet veel snoek hier”, legt hij uit. Hij verlost het visje uit zijn lijden en gooit het weer in het water. “Kijk, die is helemaal niet gestresst.” Het baarsje schiet onder de boot weg.

Peeters ziet ook wel in dat het vissen met levend aas langzaam teruggedrongen moet worden, maar daar moet volgens hem eerst een breed draagvlak voor worden gecreëerd. “Je stapt niet zomaar over op kunstaas. Daar moet je een boot voor kopen, een buitenboordmotor, dieptemeters en noem maar op. We gaan nu burgerlijke ongehoorzaamheid creëeren, want je denkt toch niet dat de sportvissers zich aan deze wet gaan houden?”, zegt de sportvisser.

Het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij zal vanaf volgend jaar verscherpt gaan controleren. Het vissen met levend aas kan een maximale gevangenisstraf van drie maanden opleveren en een boete van vijfduizend gulden. De Dierenbescherming is ingenomen met de maatregel van Van Aartsen. “Het is absoluut niet in het belang van het dier om een haak in de bek geslagen te krijgen en in het water te worden gegooid. Degenen die er zich niet aan houden zullen gestraft moeten worden”, aldus De Dierenbescherming.

Peeters moet erom lachen. “Je doet gewoon een made en een klein visje aan de haak. Als je wordt gecontroleerd zeg je gewoon dat je op baarsjes en voorntjes vist. Wanneer er een snoek aan bungelt dan zeg je dat je daar toch niets aan kunt doen. Dat is nou eenmaal de natuur.” De sportvisser heeft ook nog een andere oplossing: “Je kunt het beestje ook eerst met de hak doodtrappen. Het visje is dan wel dood, maar heeft geen stress”, zegt Peeters.

    • Koen Greven