Verzet tegen wens VS inzake actie terrorisme 'Concrete en precieze maatregelen'; Grote landen in actie tegen terreur

De belangrijkste industrielanden van de wereld, de zogeheten G-8, voeren vandaag in Parijs overleg over maatregelen om internationale terreur te bestrijden zonder met elkaar in handelsconflicten te raken. President Clinton heeft inmiddels geprobeerd de handen in een te slaan met het Amerikaanse Congres bij de bestrijding van terrorisme.

PARIJS, 30 JULI. Ministers van Binnen- en Buitenlandse Zaken van de G-7-landen plus Rusland zijn vandaag in Parijs bijeengekomen om 'concrete en precieze' maatregelen te nemen tegen het terrorisme. Duitsland, Groot-Brittannië en gastheer Frankrijk verzetten zich tegen de Amerikaanse wens met name genoemde landen aansprakelijk te stellen voor het terrorisme in de wereld.

Voor de conferentie vanmorgen om half elf werd geopend in het Parijse Centre Kléber had de Franse minister van Binnenlandse Zaken, Debré, een gesprek onder vier ogen met de Amerikaanse delegatieleider, minister van Justitie Janet Reno. Minister van Buitenlandse Zaken Warren Christopher bleef in Washington en liet zich vervangen door zijn onderminister Peter Tarnoff. Verdere deelnemers zijn Canada, Italië en Japan.

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Kinkel, verzette zich vanmorgen tegen de Amerikaanse gedachte Iran verder te isoleren. Bonn geeft er de voorkeur aan de 'kritische dialoog' met Teheran voort te zetten. Zijn Britse collega, Rifkind, zat op de zelfde lijn. Ook hij zag meer heil in het nastreven van een 'constructieve dialoog' met landen als Iran, Libië en Soedan, al was hij bezorgd over eventuele steun van die landen aan terreurdaden.

De conferentie is een uitvloeisel van de Terrorisme-verklaring van de conferentie van staatshoofden en regeringsleiders van de G-7+1 op 27 juni in Lyon. Die sprak al van “een noodzakelijke bundeling van krachten en vastberadenheid het terrorisme met alle legale middelen te bestrijden”. De Amerikaanse president, Clinton, had de conferentie toen, daags na de vrachtautobom die 19 Amerikaanse militairen in Saoedi-Arabië het leven had gekost, verrast met een sterke nadruk op het internationale terrorisme. Sindsdien hebben de TWA-ramp en de bom in het Olympisch park in Atlanta de noodzaak van gecoördineerd beleid onderstreept. Om de top in Lyon niet helemaal te laten domineren door het terrorisme werd toen een vervolg op ministersniveau in Parijs afgesproken.

Over de concrete aanpak van de problemen bestaan intussen verschillende benaderingen, zeker waar handelssancties in het spel zijn. Vooral het vorige week in Washington aangenomen wetsontwerp van de senatoren Amato en Kennedy, dat sancties oplegt aan buitenlandse bedrijven die meer dan 40 miljoen dollar per jaar investeren in de exploitatie van aardgas en aardolie in Iran en Libië, levert conflictstof op. De Franse minister van Buitenlandse Zaken, Hervé de Charette, noemt dat ontwerp, evenals het eerdere voorstel van Helms en Burton ter versterking van het Amerikaanse embargo tegen Cuba, “slechte wetten die geen enkel verband hebben met de strijd tegen het terrorisme”.

Pagina 5: 'Regionale wanhoop'

Minister Charette: “Ik ben er absoluut tegen dat een staat de regels van de internationale handel ten eigen voordele kan wijzigen, en opleggen aan de anderen”.

Frankrijk hoopte dat een lijst van 25 voorstellen “concrete en preciese maatregelen” op het gebied van justitiële en politie-samenwerking vandaag tot besluitvorming kan leiden.

De woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Parijs erkende dat alleen de acht aanwezige grote landen gebonden zijn aan de afspraken van vandaag, maar “die zijn ook van belang voor de hele internationale gemeenschap want alle staten zullen moeten samenwerken om te strijden tegen het terrorisme.”

Minister Debré, de Franse politieminister, merkte vanmorgen voor aanvang van de conferentie op dat juist de niet door staten geïnspireerde vormen van terrorisme sterk komen opzetten en tegelijk het moeilijkst traceerbaar zijn. Hij doelde op “terrorisme voortkomend uit 'regionale wanhoop' (groepen als de Turkse PKK, de Ierse IRA of de Spaanse ETA) en ultra-rechtse splintergroepen in de VS, en het religieus geïnspireerd terrorisme, met name bedreven door islam-fundamentalisten”. Hij acht die laatste twee typen terrorisme op het ogenblik “het meest gewelddadig en het meest manifest”. Daarom ziet Frankrijk weinig heil in het treffen van scherpere maatregelen tegen landen als Libië, Iran en Syrië. Volgens minister Charette heeft de nieuwe Palestijnse autoriteit van Arafat zich voorbeeldig ingespannen om terreur tegen te gaan; zij moet zeker niet worden uitgezonderd voor sancties.

Groot-Brittannië, vertegenwoordigd door de ministers Rifkind en Howard, is een voorstander van een opheffing van het asielrecht voor ieder persoon die terrorisme financiert of aanwakkert.

    • Marc Chavannes