Tennisduo stapt in Atlanta niet tegelijk uit bed

ATLANTA, 30 JULI. In hun blote bast tennissen Paul Haarhuis en Jacco Eltingh zich onder een brandende zon in het zweet. Privé-coach Alex Reijnders geeft vooral Eltingh aanwijzingen, bondscoach Stanley Franker kijkt toe.

Het veld in Stone Mountain Park waar ze zich maandagochtend inspelen, vlak langs de openbare weg, wordt bewaakt door een vrouw van de beveiliging - zo nu en dan dommelt ze even weg. De twee dubbelaars bereiden zich hier voor op hun partij in de kwartfinale tegen Wayne en Ellis Ferreira, die een dag eerder Andre Agassi en MaliVai Washington versloegen.

De Nederlandse tennissers, beiden inwoners van Monaco, zijn voor de eer naar de Olympische Spelen gekomen. “We spelen hier voor nop”, zegt Haarhuis. Zelfs als hij een medaille wint, zal hij geen geld ontvangen van NOC*NSF. “Ik heb een heleboel getekend”, zegt hij met een verwijzing naar een overeenkomst met de sportkoepel, “maar ik heb niet alles opgestuurd”. Geld kan Haarhuis (30) en Eltingh (25) hier gestolen worden. Olympisch goud en niks anders, daar zijn de twee voor gekomen. Wimbledon-winnaar Richard Krajicek heeft daarentegen niks met de Spelen. Hij koos voor een toernooi in Los Angeles, waar hij deze week behalve geld ook punten kan verdienen voor de ATP-ranglijst. Voor Eltingh is Atlanta meer dan zomaar een Amerikaanse stad: hij won er in 1994 van Pete Sampras. Nu is hij trots dat hij hier op de Olympische Spelen mag uitkomen voor Nederland. Hij verblijft bij vrienden, niet zo ver van de olympische tennisbaan, wat hem in staat stelt voor en na wedstrijden goed uit te rusten.

Haarhuis, die onder meer in Georgia economie studeerde, heeft een kamer in het olympische dorp. “Ik zou het niet anders willen doen. Als je bij vrienden gaat zitten, is het niet meer dan een gewoon toernooi.” Groot is zijn onderkomen in het dorp niet, maar omdat Eltingh buitenshuis logeert, verschaft dat Haarhuis voldoende ruimte. “Als je daar met z'n tweeën bent, heb je niet de ruimte om tegelijk uit bed te gaan.” Haarhuis houdt van de sfeer in het dorp en vermaakt zich ook bij andere sporten. Hij zag de Nederlandse hockeyteams in actie, zag in het olympisch stadion Donovan Bailey een nieuw wereldrecord op de 100 meter lopen en hij woonde in het zwemstadion voor het eerst een zwemwedstrijd bij. Kirsten Vlieghuis won die avond brons.

Als Haarhuis en Eltingh 's middags het center court in het splinternieuwe stadion betreden voor hun dubbelpartij tegen de linkshandige Ferreira's, komt Monica Seles op badslippers en in trainingspak de perszaal binnen, voor wat een korte, bondige persconferentie zal worden. De Amerikaanse tennisster is een paar uur eerder verrassend uitgeschakeld door de Tsjechische Jana Novotna: 7-5, 3-6 en 8-6. Seles' met goud omrande olympische droom is vervlogen. “That's a shocker”, riep de tennisverslaggeefster van The New York Times uit toen de partij gespeeld was.

Eigen schuld, is de strekking van Seles' zelfanalyse. Ze heeft te veel kansen laten liggen die ze had moeten benutten. Hoe groot de teleurstelling is? “Nogal groot.” Haar service liet haar in de steek, de timing liet nogal eens te wensen over. Nee, ze is niet moe. Wel heeft ze bij elke service pijn in haar schouder gevoeld. De 22-jarige tennisster voert het niet aan als excuus. Seles is allesbehalve bitter en draagt haar verlies als een vrouw.

Tot nu toe genoot ze van de Spelen, ook buiten het tennis. Ze was er getuige van dat landgenote Gail Devers zaterdagavond de 100 meter bij de vrouwen won. In het olympisch dorp is ze een van de sporters die naar verhouding erg veel aandacht trekken van andere olympische deelnemers. “Tennis is een erg populaire sport, ze komen allemaal naar je toe. Maar ik ben eigenlijk precies hetzelfde, want ik ging naar Muhammad Ali.” Seles, die anders op persconferenties zo spraakzaam is, zit er een beetje uitgeblust bij. Ze weet nog niet of ze in Atlanta blijft. “Dit is een fantastische ervaring geweest.” Sydney 2000? “Als ik me daarvoor kwalificeer”, klinkt het lachend, “ga ik weer naar de Olympische Spelen.”

Met haar honkbalpet in de hand verlaat Seles na tien minuten de zaal. Op dat moment hebben Eltingh en Haarhuis tegen de Ferreira's nog maar net de handschoen opgepakt. In twee sets verslaan ze hun Zuidafrikaanse tegenstanders, met 7-6 en 7-6. Op de Olympische Spelen in Barcelona (1992) waren de rollen min of meer omgedraaid. Toen werd Haarhuis zowel in de tweede ronde in het enkelspel als bij het dubbelspel uitgeschakeld en won Wayne Ferreira met zijn landgenoot Piet Norval zilver in het dubbelspel. Nu ligt Ferreira eruit en koerst Haarhuis, met Eltingh, in de richting van een olympische medaille.

Morgen treffen de Nederlanders in de halve finale de 'Woodies', de Australiërs Todd Woodbridge en Mark Woodforde. De twee zijn al veertien wedstrijden ongeslagen, rekent Haarhuis voor. “De Woodies zijn uniek”, zegt Eltingh, “maar dat zijn wij ook.”

    • Ward op den Brouw