Scheemda zoekt commerciële bestemming voor De Toekomst

1996 is het jaar in het industriële erfgoed. Onder dit begrip wordt een veelomvattende reeks historische objekten verstaan. Daartoe behoren oude fabrieken en werkplaatsen die vaak hun oorspronkelijke functie verloren hebben en met sloop worden bedreigd. De toekomst van de voormalige strokartonfabriek De Toekomst in het Oostgroningse Scheemda is nog niet veilig gesteld. “Als een gezonde exploitatie mogelijk is, komen de subsidies wel los.”

Zonder helm de strokartonfabriek De Toekomst in Scheemda betreden is eigenlijk niet meer verantwoord. Onlangs stortte er een gevel in en regelmatig komen balken naar beneden. Maar wethouder P. Drenth van de gemeente Scheemda en ambtenaar B. van der Burgh stappen deze dag gewoon naar binnen. “Het zal wel meevallen. Het waait gelukkig niet vandaag”, zegt Drenth. Hij wijst door een gat naar de schoorsteen. “Kijk, de pijp staat steeds schever. Hij brokkelt van de bovenkant af.” Hij vindt het niet erg als de schoorsteen zou instorten. “Alles moet toch weer steen voor steen worden opgebouwd.”

Drenth en Van der Burgh proberen sinds vijf jaar De Toekomst van de ondergang te redden. De fabriek vormt volgens hen een belangrijk onderdeel van het industriële erfgoed van Nederland. Ze vinden het een mooi gebouw. “Jugendstil. Ik praat iedereen maar naar hoor”, lacht Drenth. Het maakt de wethouder en de ambtenaar niet uit wat de nieuwe functie van de fabriek wordt: een houtzagerij, een caravanstalling, een sociale werkplaats, een gemeentelijk depot, een oefenbaan voor de politie, een cultureel centrum, een museum. Als het gebouw maar kan worden gerenoveerd.

De Toekomst ligt vlakbij de A7, de autoweg van Groningen naar de Duitse grens. Van ver doemt de scheve schoorsteenpijp op. De fabriek is vrij laag en lang, opgetrokken uit een rode baksteen met een golfplaten dak. De kades van het gedempte kanaal zijn nog te zien. Binnen is het grootste deel van het machinepark nog aanwezig, maar de stoomketels, de Jacobsladder, de aandrijvingspompen, de kookketels en de papiermachines roesten langzaam weg. Ondanks het sierwerk en de gietijzeren ramen maakt juist de eenvoud het gebouw zo stijlvol. Doordat het zo vervallen is, met ruige struiken en planten die langzaam maar zeker bezit van de fabriek nemen en geen raam dat meer heel is, ademt de fabriek de sfeer van het verleden. Maar herstel is noodzakelijk. Anders tast de natuur het gebouw verder aan en blijft er weinig van over.

De vervallen strokartonfabriek is het laatste concrete overblijfsel van een markante periode in de sociaal-economische geschiedenis van Oost-Groningen. Begin deze eeuw was de strokartonindustrie in dit gebied omvangrijk. Er waren circa 25 fabrieken in bedrijf, maar deze zijn op De Toekomst na allemaal verdwenen. De huidige kartonfabrieken in Oost-Groningen maken geen strokarton meer en zijn in de loop de jaren aanmerkelijk gemoderniseerd.

De Oostgroninger strokartonindustrie heeft bekendheid verworven met grote stakingen en sociale onrust. De slechte werkomstandigheden en de armoede brachten de arbeiders, meestal onder aanvoering van de communistische leiders, regelmatig op de barricaden. De Toekomst vormde wat dat betreft echter ook een uitzondering. Drenth: “Het ging hier altijd heel goed. Er is hier nooit gestaakt.”

De Toekomst is als coöperatieve fabriek in 1900 gebouwd. Vijfenzeventig boeren uit het Oldambt betaalden destijds elk duizend gulden voor een aandeel. Acht jaar later werd er in hoog tempo een nagenoeg identieke fabriek bijgebouwd. De Toekomst II, zoals de gemeente Scheemda deze is gaan noemen, is het spiegelbeeld van de eerste, maar heeft iets meer siermetselwerk in de gevels. Het is vooral deze fabriek die Scheemda wil behouden, want De Toekomst II is weliswaar vanaf het einde van de jaren zestig al aan het lot overgelaten en is er het slechts aan toe, maar dit deel is nog het meest origineel. Er is nooit veel uitgegeven aan de modernisering van het produktieproces en vernieuwing van de gebouwen. Omdat de Toekomst I een paar jaar langer in bedrijf is geweest, heeft het meer aanpassingen ondergaan. Na sluiting is de fabriek gebruikt als opslagplaats.

'Klap voor werkgelegenheid in oostelijk Groningen' kopte de Winschoter Courant op 23 februari 1968 over de sluiting van de fabrieken De Toekomst en de Reiderland. De krant vroeg zich af of men de dreigende bui niet tijdig had zien hangen. Volgens wethouder Drenth was dit niet het geval. “Het ging tot in de jaren zestig te goed. De ontwikkelingen in de karton zijn nooit goed bijgehouden. Toen de vraag naar grof karton afnam en er meer fijnkarton werd gevraagd, werd daar niet op gereageerd.” Het betekende het einde van De Toekomst.

Drenth en Van der Burgh willen het gebouw een nieuwe toekomst geven. In Oost-Groningen, dat van oudsher kampt met een hoge werkloosheid en een grote leegloop, gaat het volgens Drenth de goede kant op, nu sinds vier jaar geleden de A7 gereed is. “De A7 tussen Groningen en Nieuweschans is één potentieel industrieterrein. De belangstelling van buiten de regio is groot. We hebben net besloten een nieuw industrieterrein aan te leggen. Dat is ons in 25 jaar niet gebeurd.” Een vervallen strokartonfabriek zou geen goed visitekaartje zijn, meent Drenth. De renovatie van De Toekomst past ook binnen het plan van de Blauwe Stad, dat beoogt het Oldambt een aantrekkelijk woongebied te maken door er een groot meer aan te leggen.

Twee jaar geleden werd een haalbaarheidsonderzoek verricht naar de herbestemmingsmogelijkheden van De Toekomst. Afhankelijk van welke functie het gebouw krijgt, kost renovatie 10 tot 50 miljoen gulden. In het meest ambitieuze plan zou het terrein worden omgetoverd tot een themapark van techniek en cultuur. De gemeente Scheemda is echter al van deze optie afgestapt. “Naast onze klokkengieterijmuseum wordt nog een museum te duur”, zegt Drenth. Om de exploitatie rond te krijgen zal het gebouw een commerciële invulling moeten krijgen, meent hij. Die zou een eventuele museale functie kunnen trekken. Als eenmaal vaststaat dat De Toekomst in nieuwe functies gezond geëxploiteerd kan worden, is het geld voor de renovatie geen probleem meer. “Dan komen de subsidies wel los”, verwacht Drenth. Door de renovatie onder te brengen in het zogeheten 1000-banenplan voor het Oldambt, bedoeld om via Melkert-banen meer werk in dit gebied te genereren, wordt flink op de arbeidskosten bespaard.

“Vijf jaar geleden was iedereen hier heel sceptisch. Mensen begrepen niet waarom we 'die ruïne' wilden opknappen. Nu is er een groot enthousiasme in de regio”, zegt ambtenaar Van der Burgh. Voor het zover komt zijn, er nog wel een aantal stevige hobbels te nemen. De grootste is de nogal eigengereide eigenaar H.J. Schoenmaker, die de fabriek na de sluiting heeft opgekocht. “Hij heeft een enorm bezit aan oude gebouwen. Wat hij er mee doet, weten we niet. Hij is wel erg wijs met De Toekomst, want hij heeft gezegd er een bedrag van acht cijfers voor te willen hebben. Dat is natuurlijk onmogelijk.” De gemeente Scheemda heeft hem te kennen gegeven dat de koop dit jaar geregeld moet zijn. Als dat lukt, zijn Drenth en Van der Burgh optimistisch over het slagen van de plannen. Drenth: “Het tij voor het industrieel erfgoed is gunstig.”

    • Herman Staal