Schakers en dammers

Het katholicisme is het schaakspel, het protestantisme het damspel. Lees er Edgar Allan Poe nog maar eens op na. In zijn verhaal De moorden in de Rue Morgue looft hij de sobere eenvoud van het dammen en hij laakt de bizarre praal van het schaken die de schijn wekt van diepzinnigheid, maar in feite slechts frivoliteit is. Is het niet alsof we een strenge dominee horen die fulmineert tegen paapse krullen en afgodendienst?

Schaken en katholicisme zijn oud, komen uit het Oosten en hebben zich over de hele wereld verspreid. Dammen is een late Europese afsplitsing van het schaken die tot bloei kwam in de eeuw van Luther en Calvijn. Schaken is feodaal en er is een hierarchie van stukken met de koning aan het hoofd. Dammen is democratisch. De dammers hebben zich in de paar eeuwen van hun korte geschiedenis gesplitst in allerlei sekten, net als de protestanten. Amerikaans dammen, Pools dammen, Russisch dammen, op honderd velden, vier en zestig velden, met meerslag die al of niet voor gaat. Iedere dominee en elk dorp zijn eigen damspel. Straks zal de sekte zich afscheiden die drie dammen tegen één gewonnen verklaart.

Het dammen is net als het protestantisme het symbool van Nederland. Harmonium, Bijbel en het kistje met de damschijven staan in de huiskamer van de ruggegraat der natie. In werkelijkheid zijn er al heel lang meer schakers dan dammers in Nederland, maar de Nederlandse God damt. Er is een lijst van gereformeerde herenboeren die het tot wereldkampioen dammen hebben gebracht. Maar slechts één schaakwereldkampioen, zoals er ook maar één Nederlandse paus is geweest. Beiden droegen de titel kortstondig. De sobere Mondriaan maakte twee keer een Compositie Dambord, de uitbundige Franse en Spaanse surrealisten, die een hechte hoewel niet altijd hartelijke band met de Moederkerk hadden, schaakten.

De dammers zijn braaf, de schakers worden in verband gebracht met duivelse intriges. Als Dood of Duivel om de ziel van een sterveling spelen, is het in een schaakpartij en het komt niet bij hen op om een potje dammen voor te stellen. In de kelders van de Inquisitie stond een schaakspel. Corrupte pausen hadden duistere banden met sinistere Italiaanse loges. Na het beramen van hun financiële operaties ontspanden ze zich met een schaakpartij. De Spaanse bisschop Ruy Lopez beval aan om het schaakbord zo neer te zetten dat het licht in de ogen van de tegenstander werd weerkaatst. De byzantijnse intriges op een verkiezingscongres van de wereldschaakbond zijn slechts te vergelijken met die in het Vaticaan bij de keuze van een nieuwe paus. 'Laarzen en klompen uittrekken' stond op een bord bij de ingang van een damtoernooi. 'Dolken en vergif inleveren' zou bij de ingang van een schaakcongres kunnen staan.

Schaken en dammen hebben gemeenschappelijke concurrenten: de nieuwe computerspelletjes en het vermaak van de videohal. Katholicisme en protestantisme moeten wedijveren met de New Age verschijnselen, de computerspelletjes van de religie. Alle worstelen met de vraag wat aan te vangen met de steeds grotere groep die van denkspel noch religie weten wil en meent dat veel bier drinken en de versterker op zijn hardst zetten een meer eigentijdse vorm van zelfontplooiing is.

Nu vastgesteld is dat katholicisme en schaken hetzelfde zijn, komt de vraag op wat we met deze wetenschap kunnen doen. Een metabletische analyse uitvoeren, in de trant van J.H. van den Berg? Die schreef over de schaakstijl van vlak na de Tweede Wereldoorlog. Zwart probeerde niet meer moeizaam gelijk te komen met wit, maar speelde van het begin van de partij af brutaal op winst. De politici hadden slechts de schaakpartijen van de jonge Russische meesters hoeven te bestuderen, om de dekolonisatie van Afrika en de stemverhoudingen in de Verenigde Naties aan te zien komen, schreef Van den Berg. Laten wij verstandiger zijn dan de politici die dat verzuimden.

In de schaakwereld is op het hoogste niveau, en dat is in een metabletische analyse altijd het niveau waar het om gaat, de theorie in zekere zin afgeschaft. Vroegere schaakdenkers schreven over de eeuwige wetten van het positiespel en de fundamenten van de strategie. In leerboekjes wordt nog steeds over die fundamenten geschreven, maar in de praktijk trekt niemand zich er iets van aan. Jonge topschakers worden opgeleid door duizend schaakstellingen op het behang te plakken, die in een paar seconden doorgrond moeten worden. Het gaat om het concrete en het directe. Ze spelen als ontspanning partijtjes met één minuut bedenktijd. Hier kan geen sprake meer zijn van bezinning op fundamenten. Denken en doen vallen samen. Spelen op het ruggemerg wordt het minachtend genoemd. Te bedenken valt dat die ruggemergschakers sterker zijn dan de denkers en bezinners van vroeger. Ze zijn als Zen-boeddhistische schilders, die met één streek binnen een seconde een inkttekening neerzetten.

Te verwachten valt dus dat ook binnen het katholicisme de theorie zal afsterven. Dat klopt ook. Je hoort zelden iets over theologie. De nieuwe bekeerlingen interesseren zich er helemaal niet voor. Ze houden van het ritueel, de muziek en de warmte van de kerk. De paus spreekt over het concrete en het directe. Oorlog, armoede, abortus, euthanasie. In de leerboekjes wordt nog geschreven over theologische fundamenten, maar het zijn historische wetenswaardigheden. De weg naar een katholicisme zonder theologie en dus zonder God, een atheïstisch boeddho-katholicisme, lijkt vrij.

Controle. Een kleine zoektocht op het Internet brengt ons naar de pagina's van Christus Rex, de stem van het Vaticaan. In zijn boek Over de drempel van de hoop waarschuwt paus Johannes Paulus II nog tegen het boeddhisme. Atheïstisch paganisme noemt hij het, slechts schijnbaar gelijkend op het verlossingsstreven van christelijke mystici. Ga daarheen waar je niets geniet, niets weet en niets bezit, schreef Johannes van het Kruis, als ware hij een boeddhistische monnik. Maar, zo waarschuwt de paus, christelijke mystici zoals hij en Ruysbroeck hielden daar niet op, ze gingen verder, naar God. Op de Internetpagina's van Christus Rex staat ook een discussie over het boek van de paus. Een boek dat vele onderwerpen aansnijdt. Maar zie, alle vier de discussiebijdragen gaan over het boeddhisme. De stand voor het boeddhisme in deze discussie is 3-1 en de voorstanders hebben voorlopig het laatste woord.

Ook zonder metabletisch schaakonderzoek hadden wij dit kunnen weten, want Simon Vestdijk voorspelde het al in zijn boek De Toekomst der Religie.

    • Hans Ree