Meer vrouwen aan het werk, lonen kwart lager

WASHINGTON, 30 JULI. Vrouwen leveren een groeiend aandeel in de wereld-arbeidsmarkt, maar verdienen een kwart minder. Dat staat in een nieuw rapport van de ILO (Internationale Arbeidsorganisatie) dat gisteren is verschenen. Het rapport is een vervolg op de VN-vrouwentopconferentie in Peking en de Sociale Top in Kopenhagen.

Terwijl overal ter wereld steeds meer vrouwen betaald werk doen (45 procent), blijft 65 procent arm en 70 procent analfabeet. In de geïndustrialiseerde landen, Zuidoost-Azië en Oost-Europa werkt meer dan 50 procent. Zowel in ontwikkelingslanden als in de rijke industrielanden worden vrouwen slechter betaald dan mannen voor hetzelfde werk.

Het rapport dringt aan op betere wetgeving die vrouwen grotere flexibiliteit garandeert bij zwangerschap en kinderzorg. Vrouwen moeten zich verder meer organiseren in vakbonden en CAO's afdwingen om gelijke kansen voor mannen en vrouwen te garanderen.

In de rijke industrielanden is in de jaren tachtig het aandeel van vrouwen op de arbeidsmarkt tweemaal zo snel toegenomen als dat van mannen. In Oostelijk Azië kende in die periode een stijging van bijna 20 procent. In Oost- en Zuid-Oost-Azië bestaat het personeelsbestand van de exportindustrie voor ongeveer 80 procent uit vrouwen.

In Oost-Europa, waar onder het communistische regime het aantal werkende vrouwen al meer dan 50 procent was, is dat cijfer sinds de val van het communisme niet veranderd. In Latijns-Amerika, Azië en Afrika zijn de meeste werkende vrouwen actief in dienstverlening en landbouw. In die sectoren bevinden zich de slechts betaalde banen ter wereld.

Slechts 6 procent van de topbanen in het bedrijfsleven is wereldwijd voor vrouwen. De werkloosheid onder vrouwen in industrielanden ligt 50 tot 100 procent hoger dan die onder mannen. In tijden van economische tegenspoed worden overal ter wereld vrouwen als eersten ontslagen.

Toch boeken vrouwen vooral in de rijke industrielanden vooruitgang en klimmen ze snel op de 'arbeidsladder'. De ILO-onderzoekers verwachten dat in het jaar 2000 in veel van die landen evenveel mannen als vrouwen op de arbeidsmarkt actief zullen zijn. Meer vrouwen dan mannen beginnen een eigen bedrijf, vooral in de Verenigde Staten.

Discriminatie blijft een probleem, vooral in ontwikkelingslanden. Dat begint al in de schooltijd. Tweederde van de één miljard volwassen analfabeten op aarde zijn vrouwen. In veel Afrikaanse en Aziatische landen ziet 90 procent van de vrouwen nooit een school van binnen. En van de 100 miljoen kinderen die niet naar school gaan zijn bijna tweederde meisjes.

Meisjes die wel naar school gaan krijgen, ook in rijke landen, minder onderricht in techniek of wetenschap en leren vaak “typisch vrouwelijke” vakken als bedienen, secretaressewerk en naaien. In de armere landen komt daarbij dat huishoudelijk werk belangrijker wordt gevonden dan school, hoewel ieder jaar school 15 procent meer inkomen betekent, 5 tot 10 procent minder kinderen en aanzienlijk minder sterfte onder baby's. (ANP)