Luchtmacht verbiedt het dragen van lang haar

DEN HAAG, 30 JULI. Lang haar en het dragen van sieraden zijn vanaf 1 september bij de luchtmacht verboden. Bevelhebber Droste kondigt in een brief aan het personeel deze maatregelen aan. Hij noemt het produkt van de luchtmacht goed, maar zegt dat “de verpakking soms achterblijft”.

Luitenant-generaal Droste zegt dat ook bij de landmacht en de marine maatregelen zullen worden genomen. De krijgsmacht is nu een beroepsleger geworden en de bevelhebbers zijn van mening dat er nu ook andere eisen kunnen worden gesteld aan het personeel. Zij willen dat het leger een “meer professionele uitstraling krijgt”.

Droste zegt ook dat hij zich gesteund voelt door signalen uit de samenleving. In de jaren negentig kijkt de maatschappij volgens de bevelhebber van de luchtmacht anders aan tegen militairen dan in de afgelopen decennia het geval is geweest.

Het CDA heeft vragen gesteld over het besluit van de luchtmachtleiding om twee militairen terug te laten keren van de Italiaanse luchtmachtbasis Villafranca omdat zij te lang haar hebben. Nederland heeft twaalf F-16's op deze Italiaanse basis om ingezet te worden boven Bosnië als de IFOR-troepen daar om vragen. Een kleine driehonderd militairen zijn bij die inzet betrokken.

Het CDA vraagt staatssecretaris Gmelich Meijling (Defensie) of “er enig verband bestaat tussen vakbekwaamheid en haardracht en of de teruggestuurde mensen vakbekwaam zijn voor het uitoefenen van hun functie.” Ook wil het CDA weten of er in een ander opzicht iets op deze militairen is aan te merken dat hun funtioneren zou belemmeren.

Het Kamerlid Hillen (CDA) vraagt ook of er richtlijnen zijn aan de commandanten ten aanzien van het niet meer tolereren van lang haar en oorbellen voor mannelijke militairen. Hij wil kennis nemen van deze regels als zij bestaan. Hillen vraagt de staatssecretaris tenslotte of hij wil aangeven op welke plaatsen in de wereld Nederlandse militairen wel lang haar mogen dragen en waar niet.

Droste schrijft in zijn brief dat Nederlandse militairen zich moeten aanpassen om in internationaal verband te kunnen opereren. Dat geldt zowel bij opdrachten die moeten worden uitgevoerd voor de Verenigde Naties als bij inzet voor NAVO-operaties, waar veel strengere regels gelden dan vaak in Nederland het geval is.