Lewis in Atlanta weer King Carl

ATLANTA, 30 JULI. Om twaalf over acht sprong Carl Lewis acht meter en vijftig centimeter ver. Twee uur later zette Joe Greene, als laatste deelnemer, aan voor zijn zesde en laatste sprong. Ook hij slaagde er niet in de afstand van Lewis te verbeteren. Historie was geschreven. Lewis won zijn negende gouden olympische medaille.

De 35-jarige Lewis veerde juichend op, greep naar zijn hoofd en sprintte weg. De 80.000 toeschouwers in het Olympisch Stadion raakten buiten zinnen en gaven Lewis een staande ovatie. Ter herinnering aan een bijzonder moment schepte de kampioen vervolgens een plastic zak vol met het voor hem magische zand uit de springbak.

Lewis heeft in Atlanta nummer 2374 op zijn borst, maar dat had nummer één moeten zijn, in gouden letters. Hij toonde aan nog steeds King Carl te zijn. Met zijn negende goud evenaarde hij het record van de Amerikaanse zwemmer Mark Spitz, de Finse atleet Paavo Nurmi en de Russische turnster Larissa Latinina.

Vrijwel niemand geloofde vóór de Spelen dat Lewis dit jaar kon winnen. Hij had zich bij de Amerikaanse kwalificatiewedstrijden ternauwernood geplaatst voor de Spelen en bij de kwalificatie voor het verspringen, afgelopen zondag, verzekerde hij zich pas met zijn derde en laatste sprong van deelname aan de finale.

Toch bleef Lewis roepen dat hij goud zou winnen. Had hij er zelf wel echt in geloofd? “Hoe komen jullie in mijn droom terecht”, vroeg hij gisteravond zijn uitgebreide gehoor. “Ik weet niet of ik vanochtend wel wakker ben geworden.”

Lewis moet precies hebben geweten waar hij was toen hij de sterke knuisten van Al Oerter om zich heen voelde. De kogelstoter won in vier achtereenvolgende Olympische Spelen zijn onderdeel en dat record heeft Lewis nu geëvenaard.

“Je maakt het me moeilijk. Nu moet ik in het jaar 2000 terugkomen”, zei een lachende Oerter op de persconferentie. De ontmoeting tussen de twee was een ontroerend moment. “Ik ben trots op je”, zei Oerter.

Lewis noemde de gouden medaille van Atlanta de meest speciale van de negen. “Deze heeft de meeste concentratie en de meeste pijn gekost.” Zijn loopbaan leek voorbij toen hij vorig jaar bij de wereldkampioenschappen geblesseerd raakte. Maar hij weigerde afscheid te nemen, trainde extra hard en viel met een speciaal dieet kilo's af.

Half mei liep Lewis goed bij openingswedstrijden van het Olympisch Stadion. Maar bij de Amerikaanse kwalificatiewedstrijden faalde hij op de 100 en 200 meter. Kramp was de oorzaak, zei hij. Bij het verspringen kwalificeerde hij zich wel voor de Spelen, zij het op het nippertje.

Pagina 7: Carl Lewis hoopt nog op estafette

Bij de Amerikaanse kwalificatiewedstrijden wist Lewis zich alleen voor de Spelen te plaatsen op het onderdeel verspringen. My baby, noemde Lewis het nummer waarop hij al drie gouden olympische medailles had gewonnen. In Atlanta volgde de vierde titel.

De zwoele avond in het volle stadion begon voor Lewis om tien over half zeven. Temidden van de twaalf finalisten leek hij ontspannen. Hij probeerde rustig zijn aanloop uit en stak de handen in de lucht bij het voorstellen van de deelnemers. Om 19.17 uur sprong hij voor het eerst, maar hij miste zijn afsprong. Een ongeldige poging. De tweede sprong, om kwart voor acht, was 8,14 meter. Het was een derde plaats achter de Fransman Bangue en wereldrecordhouder Mike Powell. De derde sprong van Lewis was een voltreffer. Alles ging goed, aanloop, afzet en landing. Lewis had meteen door dat het raak was. Hij greep naar zijn hoofd en viel languit plat op de grond. USA, USA, galmde het door het stadion. Op het bord verscheen 8,50 meter, zo ver had Lewis al twee jaar niet meer gesprongen. Hij stond met nog drie ronden te gaan met ruim verschil op de eerste plaats.

Hij besloot zijn vierde sprong over te slaan. De anderen kwamen niet dichterbij. Lewis keek zittend aan het einde van de aanloopbaan naar zijn concurrenten. Hij ging in de houding staan voor de volksliederen van Rusland en Frankrijk die tijdens prijsuitreikingen werden gedraaid. Ook Michael Johnson kwam nog voorbij op de 400 meter, maar Lewis leek niet onder de indruk. Hij sprong wel weer in de vijfde ronde. Hij kwam, om 21.18 uur, niet verder dan 8,06 meter. Ook de concurrentie kwam niet verder.

In de laatste en zesde ronde verbeterde de Jamaicaan Beckford zijn afstand tot 8,29. De Fransman Bangue bleef onder de acht meter. Mike Powell, die zich aan zijn lies had geblesseerd en had gehuild van de pijn, belandde met zijn gezicht in het zand.

En toen was er alleen nog Joe Greene, derde met 8,24. “De enige man die Lewis nog kan verslaan”, schreeuwde de stadionspeaker. Lewis keek gespannen toe, maar de sprong van Greene mislukte. De zesde poging van de kampioen hoefde niet meer. “Ik was er op voorbereid om nog verder te springen”, zei Lewis later. Maar ineens was zijn olympische loopbaan, die in '84 in Los Angeles begon, ten einde. “Deze wedstrijd had van mij wel eeuwig mogen duren, maar aan de andere kant wilde ik dat het na mijn derde sprong snel voorbij zou zijn.”

Of zal Lewis toch nog in actie komen? Hij zou graag aan de estafette meedoen, maar de coach heeft hem niet geselecteerd. Het zou Lewis het tiende olympische goud kunnen opleveren en daarmee zou hij de absolute recordhouder zijn. Nu deelt hij de koppositie aller tijden met Paavo Nurmi en Mark Spitz. Lewis zou het record graag verbeteren. Die kans zou hem na gisteravond eigenlijk geboden moeten worden.

Lewis won zijn eerste vier gouden medailles in 1984. In Los Angeles behaalde hij overwinningen op de 100 meter, de 200 meter, het verspringen en de 4x100 meter estafette. In 1988 in Seoul won hij de 100 meter (na diskwalificatie van Ben Johnson) en het verspringen. In 1992 in Barcelona won hij het verspringen en de 4x100 meter estafette.

    • Hans Klippus