Is that me that's ringing?

In Atlanta rinkelt de telefoon onophoudelijk. Wie zich ook maar een beetje belangrijk voelt, is mobiel te bereiken. En altijd wordt er wel iemand gebeld. Je wordt er gek van. Hello, hello. Het zijn absolute ondingen, die mobiele telefoons, maar makkelijk zijn ze natuurlijk wel.

Of het nou om een chef de mission, bondsvoorzitter, trainer of journalist gaat, hij is altijd te bereiken in het uitgestrekte olympische gebied.

Het is een vermakelijk gezicht als in een volle bus een telefoon afgaat. Dan zie je iedereen naar zijn eigen apparaat grijpen. Ben ik dat? Word ik gebeld? De onzekerheid verdwijnt pas als iemand verbinding heeft gekregen. Het bellen kan soms uitermate irritant zijn. Zoals laatst in een bus naar Stone Mountain. Gerinkel, schel en hard. Weer het gezoek naar de telefoons in tassen en broekzakken. Niemand had beet.

Het gerinkel hield aan, nog scheller en harder. Eén man lag in een diepe slaap op de achterbank. Hij was de enige die nog niet zijn telefoon had gecontroleerd. Uiteindelijk werd hij wakker van het gebel. Hij keek verbaasd. Is that me that's ringing? Ja, jij! De rust keerde terug en het wachten was op het volgende telefoontje.

En dan was er een journalist die zijn telefoon ergens liet liggen. Hij wist niet precies waar. Hij vermoedde in de bus. Dus kreeg hij het lumineuze idee om zijn eigen nummer te bellen. De eerste drie pogingen mislukten, niemand nam op. De vierde keer was het raak. De telefoon lag bij het busstation. De chauffeur had hem daar achtergelaten. Hij had het constante gerinkel achter in zijn lege bus niet kunnen beantwoorden omdat hij achter het stuur zat. Met de volgende bus werd de telefoon bij de razende reporter terugbezorgd.