Gezang en rauwe humor in arm Engeland

Hidden Voices (Je bent er even uit), morgenavond, Ned.3, 20.00-21.00u.

Toen de zware industrie en de mijnbouw nog hele dorpen en steden een behoorlijk bestaan boden, bloeiden in Groot Brittannië ook de working men's clubs, die wonderlijke kruising tussen café en wijkgebouw, bingo-hal en buurtcentrum waar menig artiest uit die dagen een harde, maar onmisbare leerschool aan had. Wie die rap van de tongriem gesneden arbeiders en hun vrouwen stil kon krijgen, had iets in zijn mars.

Ze bestaan nog steeds, de working men's clubs, maar verder is alles veranderd: de fabrieken en de mijnen zijn gesloten, hele gemeenschappen zijn gedompeld in uitzichtloosheid, en de club is nu voor de meeste bezoekers de enige manier om even te ontsnappen aan de doffe regelmaat van de werkloosheid. Als er op een avond twee à driehonderd mensen binnen zijn, aldus de recente BBC-documentaire Hidden Voices die morgenavond te zien is bij de NPS, kun je ervan uitgaan dat niet meer dan tien van hen een baan hebben.

In zijn ietwat hybride, maar uiterst sfeervolle film volgt regisseur Michael Grigsby een man en een vrouw, Sandra Stewart en Antony Cross, die in hun levensonderhoud voorzien als het zangduo Countdown. Als ze in Nederland zouden wonen, waren ze ruimschoots getalenteerd genoeg om allang via de Soundmixshow de top te hebben bereikt, maar in Engeland vertegenwoordigen ze de middelmaat. Nooit zullen ze verder komen dan de clubs, waar ze optreden tussen hardhandige stand up comedians, strippers en travestieten. Soms gaat het goed, dan kunnen ze er weer even tegen. Maar soms krijgen ze geen hand op elkaar, en dan staat Sandra achter het toneel zachtjes te snikken, terwijl Antony zijn hoofd tegen het hare vleit. Meestal kunnen ze er nuchter over praten: “In de clubs krijg je nooit de kans om te denken dat je beter bent dan je bent. De ene keer heb je succes, maar dan komt er al gauw weer een avond dat niemand je ziet staan.”

Tussen de beelden van hun optreden door kijkt de camera langdurig naar de snelwegen waarop ze dagelijks onderweg zijn, en naar de grauwe Coronation Street-buurten die hun werkgebied vormen. Grigsby heeft hun verhaal doorsneden met uitspraken van de mensen die er moeten wonen, en die een desolaat beeld optrekken van hun bestaan. Sandra zegt dat ze zich soms zelfs schuldig voelt als ze na afloop van hun optreden hun honorarium (100 pond) incasseren, en beseffen dat heel wat van de aanwezigen waarschijnlijk in geen dagen een goede maaltijd hebben gegeten. Des te wranger is de ironie van de travestiet, die ergens aan het eind van de documentaire een playback-nummertje maakt van There'll always be an England, gezongen door Vera Lynn.