Gebrselassie ondanks goud boos over baan

ATLANTA, 30 JULI. Haile Gebrselassie lacht altijd, maar nadat de kleine Ethiopïer vannacht goud op de 10.000 meter had gewonnen, was het lachen hem vergaan. Hij had pijn aan zijn voeten. Het kwam, zei hij, door de harde baan in het Olympisch Stadion van Atlanta. “Ik begrijp niet waarom ze zoiets kunnen aanleggen”, sprak Gebrselassie in harde bewoordingen, “Het lijkt wel of we op de weg lopen.”

De Ethiopiër is naar Atlanta gekomen om twee afstanden te winnen, de 5.000 en 10.000 meter. Hij wil de prestatie uit 1980 van zijn grote idool, Miruts Yifter, evenaren. Maar Gebrselassie zag zijn droom in gevaar komen door zijn geblesseerde voeten. “Ik kan niet eens meer wandelen”, zei hij gisteren. Hij maakte zijn ereronde niet af en strompelde later op slippers naar het erepodium. “Het is een klote-baan”, zei zijn manager Jos Hermens. “Ik loop deze week de 5.000 meter, maar ik weet niet hoe het zal gaan met deze voeten”, zei Gebrselassie bedroefd.

Gebreselassie had gisteren de wedstrijd beheerst. De verwachte aanval van de Kenianen kwam, maar Gebrselassie wist de versnelling van Paul Tergat te volgen. Een ronde voor het einde ging de 1.61 meter lange Ethiopiër er alleen vandoor. Hij kreeg het echter nog moeilijk en hield aan de streep een minimale voorsprong over. “Hij ging te vroeg weg”, oordeelde Hermens. “Ik denk dat Haile zich lullig voelde om er steeds achter te blijven hangen.”

De zege van Gebrselassie was een van de hoogtepunten op een atletiekavond die werd gedomineerd door de triomf van Carl Lewis bij het verspringen. Ook de prestatie van Michael Johnson werd er door overschaduwd. De Amerikaan won het eerste deel van de beoogde dubbel, de 400 meter. Hij was, vooral na het uitvallen van concurrent Butch Reynolds in de halve finale, oppermachtig op dit nummer. Daarom bleef een wereldrecord misschien uit. Johnson liep 43,49 en dat was de vierde tijd aller tijden op de 400 meter. De winnaar droeg zijn zege op aan de vrouw die overleed bij de bomexplosie in het olympische park. Op de 110 meter horden won eveneens een Amerikaan: Allen Johnson. Tweede werd de Amerikaan Crear, derde de Duitser Schwarthoff. Verrassend was op de derde atletiekdag dat de geblesseerde Ellen van Langen op de 800 meter opgevolgd werd door de Russin Svetlana Masterkova. Zij versloeg de favorieten Quirot uit Cuba en Mutola uit Mozambique die te veel op elkaar hadden gelet. Maskerkova was al te ver weg toen de twee de ernst van de zaak inzagen. Haar winnende tijd was 1.57,73 en dat was flink langzamer dan de 1.55,54 van Van Langen in 1992.

Masterkova, die drie jaar buitenspel stond wegens blessures en de geboorte van een dochter, liep van blijdschap geen gewone ereronde. Ze zette er flink de vaart in, zwaaide uitzinnig, sloeg de handen voor haar ogen en kon de tranen nauwelijks bedwingen. Quirot nam de vlag van Cuba aan, maar uitbundig liet ze die niet wapperen. Mutola zat volledig ontgoocheld op het kunststof.

Het zou de wedstrijd zijn van Maria Lurdes Mutola uit Mozambique en Ana Fidelia Quirot uit Cuba. Beiden met een prachtig palmares, maar nog geen olympisch goud. Mutola droeg als 15-jarige de vlag van haar land bij binnenkomst in het Olympisch Stadion van Seoul. Ze raakte daar geïnspireerd door Carl Lewis. Mutola zou het eerste goud voor Mozambique in de geschiedenis halen.

Het belang daarvan liet ze gisteren afdrukken in een column van de plaatselijke krant, Atlanta Journal. “Zestien jaar verkeerde Mozambique in oorlog. Als kind hoorde ik de geweren ratelen. Tegenwoordig verliezen nog duizenden landgenoten hun armen, benen of leven door een landmijn. Uit angst voor landmijnen lopen kinderen niet naar school, wordt land niet ontgonnen. Ze zullen niet lopen omdat datgene wat de meeste zekerheid biedt in het leven, de aarde, ze verraden heeft.” Mutola zette zich snel over de nederlaag heen. Ze was een beetje ziek geweest, zei ze. Brons was ook mooi.

Op de 400 meter voor vrouwen won, net als in 1992, José-Marie Perec uit Frankrijk. Zij liep een tijd van 48,25.