Fraude kost verzekeraars 100 miljoen; Provisies trekken criminelen

UTRECHT, 30 JULI. Verzekeraars verliezen jaarlijks ten minste honderd miljoen gulden doordat zij levensverzekeringen afsluiten met frauderende tussenpersonen. Er zijn sterke aanwijzingen dat steeds meer criminelen de assurantiebranche opzoeken.

Dat zegt B. Hilberts, leider van het Assurantie Recherche Team van de Economische Controledienst dat is gespecialiseerd in het opsporen van fraude in de verzekeringsbranche.

Volgens Hilberts halen verzekeringsmaatschappijen zich de fraude op de hals omdat in Nederland als één van de weinige landen ter wereld een systeem wordt gebruikt van afsluitprovisies. Dit betekent dat een tussenpersoon die een klant aanbrengt bij een verzekeringsmaatschappij direct bij afsluiting van de verzekering een percentage ontvangt van het totale bedrag aan premies dat over de looptijd van de verzekering betaald moet worden.

Fraude met het afsluiten van levensverzekeringen is “kinderlijk eenvoudig”, zegt Hilberts. “Je richt een besloten vennootschap op en zoekt in portieken, telefoonboeken, of op grafzerken wat namen bij elkaar. Op naam van de nietsvermoedende slachtoffers sluit je levensverzekeringen af met een waarde van enkele miljoenen guldens. De provisie wordt direct bij het afsluiten van de verzekeringen afgedragen, de BV gaat failliet en de fraudeur loopt eenvoudig binnen.”

Het is Hilberts daarom “volstrekt een raadsel” waarom de verzekeringsbranche geen heil ziet in ingrijpende wijziging van het provisiesysteem.

Het Verbond van Verzekeraars zegt desgevraagd te betwijfelen of het Europese medededingsbeleid de branche-organisatie de ruimte biedt om een regulerende rol te spelen.

Directeur J. Pennink van de Nederlandse Vereniging van Makelaars in Assurantiën en Assurantie-adviseurs (NVA) vindt de visie van Hilberts “eenzijdig”. Hij noemt afsluitprovisies “bedrijfseconomisch van groot belang; tussenpersonen maken het overgrote deel van hun kosten voordat verzekeringen worden afgesloten.”

Zij moeten daarom volgens Pennink ook in een vroeg stadium hun vergoeding krijgen. “Consumenten kunnen nu zonder kosten advies inwinnen over complexe verzekeringsprodukten”, zegt hij. “Zonder afsluitprovisies komt de onbelemmerde toegang van de consument tot advies in gevaar.” Pennink vindt dat verzekeraars alerter moeten zijn op fraude en niet zouden moeten schromen politie of justitie in te schakelen.

Een centraal meldpunt voor fraude met levensverzekering zou in de ogen van Pennink een oplossing kunnen bieden.

Ook het Verbond van Verzekeraars meent dat “een centraal meldpunt wellicht een nuttige bijdrage kan bieden”.

Ook J. Ahrends van de Nederlandse Bond van Assurantiebemiddelaars (NBVA) ziet weinig in afschaffing van het systeem van afsluitprovisies. Bij de instelling van een centraal meldpunt plaatst hij de kanttekening dat criminele tussenpersonen vaak met katvangers - stromannen die de klappen opvangen - opereren en om de haverklap van naam wisselen.

    • Michiel van Nieuwstadt