Foto: zomer, 1958

Nederlanders kamperen. Begon de overnachting in een tent als overlevingstocht, later groeide deze uit tot algemeen 'vakantie-vermaak'. De eerste campings werden rond 1924 gevestigd op de Veluwe en aan zee. De uitrusting was afkomstig uit het leger.

Dat zag men terug in de scouting-beweging met haar militaristische trekken, maar ook de communistische kampeerverenigingen deden aan 'verplicht kamperen', smakelijk beschreven door Karel van het Reve. Nederlanders waren niet onverdeeld positief over de nieuwe ontwikkelingen; de campings zouden een bedreiging vormen voor de goede zeden. In de jaren zestig, met de opkomst van het massatoerisme, werd vakantie een noodzaak in plaats van een luxe. Nederlandse gezinnen trokken naar Luxemburg, het Zwarte Woud in Duitsland en de Ardennen - allemaal de tent in. (Foto Spaarnestad fotoarchief)