EU onderzoekt oorzaken groot prijsverschil auto's

BRUSSEL, 30 JULI. De Europese Commisie gaat de belastingheffing op nieuwe auto's in lidstaten onderzoeken. De prijsverschillen in de vijftien leden van de Europese Unie zijn namelijk aanzienlijk. De verschillende heffingen maken een auto soms twee keer zo duur als de kostprijs. Dat blijkt uit een onderzoek in twaalf lidstaten dat voor de zevende keer is uitgevoerd.

De dienst van EU-commissaris Mario Monti (interne markt) heeft in de verschillende landen prijsverschillen geconstateerd van 20 procent of meer bij 40 van de 78 onderzochte merken. De Europese Commissie werkt nu aan een rapport waarin allerlei belastingen, zoals btw en registratiebelasting, worden opgenomen. Hierdoor hoopt zij beter inzicht te krijgen in de autohandel.

EU-burgers mogen weliswaar in een ander land van de gemeenschap een auto kopen en deze belastingvrij invoeren, maar in eigen land geldende heffingen en barrières maken zo'n aankoop duur en ingewikkeld. Daardoor profiteert de koper nauwelijks van de Europese eenheidsmarkt. Vooral in Griekenland en de Scandinavische landen is de koper van ingevoerde auto's door belastingen duur uit.

Uit het EU-onderzoek blijkt echter dat ook de basisprijzen (zonder btw en andere heffingen) blijven verschillen. Een consument is het goedkoopste uit in Portugal. Van 78 modellen waren er 22 het voordeligst in dit Zuideuropese land.

In Nederland is de koper van een nieuwe auto niet slecht uit. Daar troffen de onderzoekers veertien modellen aan voor de laagste prijs binnen de Europese Unie. Groot-Brittannië met zestien modellen scoorde eveneens goed. Frankrijk en Duitsland zijn daarentegen dure landen voor wie een nieuwe geïmporteerde wagen wil aanschaffen. Maar wie in Duitsland een auto van een Duits merk koopt is aanzienlijk goedkoper uit dan in Nederland. Zo kost bijvoorbeeld een Mercedes uit de C-klasse in Duitsland 40.000 D-mark, omgerekend circa 45.000 gulden. In Nederland moet daar minimaal 62.000 gulden voor worden betaald.

De prijsverschillen in de verschillende landen zijn het geringst in de categorieën zeer kleine auto's en middenklassers. Een Japanse auto is over het algemeen nog altijd goedkoper dan een auto van Europese makelij. Overigens worden de verschillen tussen de lidstaten wel kleiner. Bij onderzoek in 1995 bleek bij 60 van de 77 modellen een marge van meer dan 20 procent te zitten. Nu geldt dat voor 40 van de 78 modellen.