Bosnische Serviërs willen aanklacht tegen Izetbegovic

DEN HAAG, 30 JULI. Een aanklacht wegens oorlogsmisdaden bewerkstelligen tegen de Bosnische president Alija Izetbegovic. Dat lijkt het belangrijkste doel van het bezoek deze week van de minister van justitie van de Servische Republiek in Bosnië aan het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in Joegoslavië.

Minister Marko Arsovic kwam gisteren in Den Haag aan, vergezeld van de Servische advocaat Igor Pantelic, die eerder bij het tribunaal optrad als verdediger van de voormalige Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic bij de hoorzittingen deze maand over diens genocide-aanklacht. Pantelic werd daarbij niet officieel toegelaten omdat het niet om een rechtszaak in absentia ging, maar om een presentatie van het bewijsmateriaal door de aanklager om te komen tot een internationaal arrestatiebevel. Daartoe was besloten omdat de Servische Republiek een eerder verzoek Karadzic te arresteren negeerde.

Arsovic zei vorige week in Pale dat een hele serie documenten over de betrokkenheid van Izetbegovic naar Den Haag was gestuurd, vooruitlopend op zijn bezoek. Arsovic wilde gisteren niet ingaan op de inhoud van die documenten. Volgens advocaat Pantelic waren de gesprekken gisteren met de griffier van het tribunaal “van technische aard”. Hij zei te verwachten dat deze week een “aantal afspraken” gemaakt zouden kunnen worden.

Daartoe behoort vrijwel zeker de komst van een Bosnisch-Servische 'verbindingsofficier' naar Den Haag die de contacten moet onderhouden tussen het tribunaal en het bestuur van de Servische Republiek in Pale. De komst van een 'verbindingsofficier' werd eerder dit jaar overeengekomen bij een bezoek van plaatsvervangend aanklager Gordon Blewitt van het tribunaal aan de Bosnische Serviërs.

Het aangaan van contacten met het tribunaal betekent volgens Arsovic niet dat de Servische Republiek de Bosnische Serviërs die zijn aangeklaagd aan het tribunaal zal uitleveren. “Dat is volgens de grondwet van de Servische Republiek niet toegestaan”, aldus de minister voor zijn vertrek. Arsovic gaf gisteren voor de Nederlandse televisie aan dat hij ook niet bij machte is Karadzic en legerleider Mladic, die door het tribunaal zijn aangeklaagd voor genocide, naar Den Haag te brengen. “Ik ben minister van justitie. Karadzic is president van het land. Mladic is opperbevelhebber van het leger. Ik ben niet in staat ze naar Den Haag mee te nemen”, aldus Arsovic.

Formeel is Karadzic echter geen president meer van de Servische Republiek. Vorige week ondertekende Karadzic onder druk van de Amerikaanse onderhandelaar Richard Holbrooke een document waarin hij terugtrad uit zijn functies, in overeenstemming met het vredesakkoord van Dayton. Arsovic gaf aan dat een heroverweging van het grondwetsartikel om aangeklaagden niet uit te leveren, pas na de verkiezingen van 14 september zou kunnen plaatsvinden.

In Pale is eerder geïnsinueerd dat medewerking van de Bosnische Serviërs gemakkelijker zou worden als het tribunaal niet uitsluitend de Bosnisch-Servische leiders zou aanklagen, maar ook de Bosnische president Izetbegovic en de Kroatische president Franjo Tudjman. Vooral Izetbegovic is volgens de Bosnische Serviërs direct betrokken bij oorlogsmisdaden, zoals een in februari van dit jaar naar het tribunaal verzonden pseudo-aanklacht duidelijk maakt van de in Duitsland gevestigde 'Stichting voor waarheid van de Serviërs'. Volgens de aanklacht zou Izetbegovic de opdracht hebben gegeven voor een granaataanval op een markt in Sarajevo op 4 februari 1994, waarbij 69 doden en 200 gewonden vielen. De 'aanklacht' wordt gestaafd met een veronderstelde uitspraak van voormalige onderhandelaar David Owen, dat “de inslaghoek van de granaat aangaf dat deze uit moslimgebied moest zijn afgevuurd”.

Het tribunaal wijst informatie van derden over mogelijke misdaden niet bij voorbaat af, zoals blijkt uit een 'bedankbriefje' van aanklager Richard Goldstone aan de Duitse stichting.

Ook nu zal het tribunaal het door de Bosnische Serviërs geleverde materiaal niet afwijzen, maar evenmin zullen beloftes over aanklachten worden gedaan. Wel zal het tribunaal om medewerking vragen bij de totstandkoming van satellietverbindingen voor het verhoor van getuigen in Bosnisch Servisch gebied die van belang zijn voor de processen tegen de Bosnische Serviërs die gearresteerd zijn.

Op korte termijn is een dergelijke satellietverbinding van groot belang voor de verdediging in het proces tegen de Bosnische Serviër Dusko Tadic.

    • Z.C.A. Luyendijk