Zijn koninkrijk neemt niemand hem af

Van het grootste nieuws uit de Nederlandse showbiz van vorige week had Henk van der Meyden, tegen zijn gewoonte in, niet de primeur: het feit dat hij met het commerciële tv-station SBS6 in gesprek is over de terugkeer van het programma 'TV Privé'.

Tien jaar lang, tussen 1974 en 1984, verscheen hij er maandelijks mee bij de Tros, tot de directie van deze omroep - onder druk van de eigen programmamakers, die 's mans verrichtingen met stijgende gêne gadesloegen - van hem af wilde. Het gedwongen afscheid heeft hem, naar verluidt, altijd dwarsgezeten. Nu het programma waarschijnlijk vanaf dit najaar te zien zal zijn bij SBS6, een jaar geleden door Van der Meyden nog omschreven als “een of ander onbenullig nieuw tv-station”, kan hij die oude rekening eindelijk vereffenen.

Tegelijk met de nieuwe start van TV Privé treedt de nu 59-jarige pionier van de Nederlandse roddeljournalistiek dit najaar af als hoofdredacteur van het door hem opgerichte weekblad 'Privé'. Veel extra tijd zal hem dat echter niet opleveren; alle spijtoptanten en infiltranten die er ooit als redacteur hebben gewerkt, zeggen dat Van der Meyden de meeste werkzaamheden overliet aan zijn mede-hoofdredacteur Willem Smitt. Hooguit bracht hij ideeën aan en mengde zich op maandag in de definitieve samenstelling van het blad en de kreten voor het omslag. “Ik ga over twee jaar stoppen bij het blad, dan is het welletjes geweest”, zei hij al een jaar geleden tegen 'Nieuwe Revu'.

Maar aan zijn vaste pagina in De Telegraaf houdt hij vast. De krant is hem boven alles lief, heeft hij vaak verkondigd. De dreiging dat hij zich op zijn zestigste als redacteur zou moeten terugtrekken, is afgewend. De afspraak met de hoofdredactie luidt, dat hij kan blijven zo lang hij wil. Sinds begin dit jaar heeft Van der Meyden zijn werktempo zelfs verhoogd: in plaats van de vier pagina's per week, die hij jarenlang maakte, staat hij nu zes dagen per week in de krant. Overigens worden die pagina's, onder zijn naam, ook wel eens door medewerkers gevuld. En vorige week stonden er vrijwel uitsluitend verhalen op die uit buitenlandse media afkomstig waren.

“Daar is het aloude verhaal van de krantenjongen die miljonair werd”, heet het in de bestseller die Henk van der Meyden in 1974 publiceerde onder de titel 'Privé over Privé'. “Nou, krantenjongen was ik al heel vroeg. En gebleven ben ik het ook... Toen ik een jaar of twaalf was, haalde ik op de middagen dat ik vrij was van school oude kranten op.” Op een middag vond hij naar zijn zeggen tussen die kranten een paar exemplaren van het vakblad De Journalist. “En toen ik ze uit had, wist ik wat ik zou worden: journalist.” Dat hij óók miljonair is geworden, vermeldt zijn verhaal echter niet.

Zijn jeugdjaren liggen in Den Haag, waar zijn vader slager was. Zijn moeder werkte in haar jonge jaren als danseres bij de Bouwmeester-revue en zijn grootmoeder had een artiestenpension gehad. Hun verhalen begeesterden hem. Zelf hing hij als jongetje rond in het toenmalige Scala-theater en meende nog even dat hij balletdanser zou worden. Maar toen de lessen hem te vaak spierpijn gaven, ging hij sprookjes schrijven. Zijn debuut verscheen als paasverhaal in het dagblad Het Vaderland. Op zijn zestiende mocht hij voor vijf cent per regel verslagjes van feestavonden maken voor het Haags Dagblad, de Haagse editie van Het Parool. Een jaar later werd hij leerling-journalist bij de Nieuwe Haagse Courant. Een oudere collega uit die dagen herinnert zich nog Van der Meydens reportage over de voedseldroppings die in 1955 boven Den Haag werden uitgevoerd ter herdenking van de bevrijding. Omdat de vliegtuigen later boven de stad arriveerden dan was aangekondigd, verscheen de krant met zijn gloedvolle verslag al een half uur voordat de droppings begonnen.

Zijn eerste stukken in De Telegraaf dateren uit de tijd dat hij als dienstplichtig voorlichtingsofficier gelegerd was in Duitsland en berichten doorgaf over het gebrek aan medische verzorging bij een griepepidemie onder de soldaten. De toenmalige hoofdredacteur J.J.F. Stokvis zegde hem toe, dat hij na zijn diensttijd bij De Telegraaf kon komen. Nadat hij als lid van de Haagse redactie in 1959 een “exclusieve ontmoeting” had georganiseerd tussen prins Bernhard en de fameuze pianist Van Cliburn, haalde Stokvis hem naar Amsterdam om een dagelijkse radio- en televisierubriek te maken. Een paar jaar later kwam daaruit de Showpagina voort, die nu Privé heet.

Van der Meyden, door zijn hoofdredacteur gelanceerd als een star reporter, spiegelde zich aan de schandaaljournalistiek van de populaire Engelse kranten - een genre dat in het Nederland van 1960 volstrekt onbekend was. Het opkomende medium televisie leverde de gezichten en hij maakte hen tot sterren. “Ik ben synoniem voor een bepaalde wereld, een wereld die ik zelf heb opgebouwd, die er helemaal niet was, je had in Nederland geen showbizwereld”, zei hij tegen het reclamevakblad 'Credits'. “Die wereld heb ik met 35 jaar hard werken gecreëerd.”

In de jaren zestig en zeventig bracht hij, met een door vriend en vijand gerespecteerde inzet, zijn genre tot ontwikkeling: een mengeling van nieuws en schandalen uit de glitterwereld en hetzes tegen instituten als de VARA en de VPRO die de moraal van de gemiddelde Telegraaf-lezer tartten. Hij sprong in de bres voor artiesten met wie hij op goede voet stond en voerde campagnes tegen hen die hem meden. Van de ene op de andere dag konden die sympathieën overigens verschuiven: als een artiest of programmamaker, murw gemaakt door een dagenlange hetze, ten slotte besloot toch maar met hem te praten, was een pagina vol mededogen doorgaans de beloning.

Van der Meyden werd een spin in het web van showbiz en jetset, te meer toen hij in 1971 samen met een horeca-ondernemer de 'Club Privé' aan het Leidseplein in Amsterdam opende. Contractueel verplichtte hij zich op zijn pagina in de krant over de club te schrijven “indien daartoe, uitsluitend ter beoordeling van Van der Meyden, op journalistieke gronden aanleiding bestaat”. Hij troonde er aan de kleine bar, naast de opgang naar de toiletten, en bevond zich zodoende in een strategische positie om in de loop van de avond alle bezoekers te spreken. Na negen jaar werd de club, wegens onenigheid tussen Van der Meyden en zijn compagnon, gesloten.

Eigen theaterproducties organiseert hij al sinds 1966, toen hij de zestienjarige Emmy Verhey had zien triomferen tijdens een vioolconcours in Moskou en besloot haar in Nederland te lanceren op een 'Avond der Violen' in het Concertgebouw. Hij haalde Margot Fonteyn en Rudolf Nurejev naar Nederland, bracht Oostenrijkse operette-vedetten op het jaarlijkse concert 'Ein Abend in Wien' en produceerde een verliesgevende tour de chant met de actrice Lia Dorana, op wie hij naar zijn zeggen “verschrikkelijk verliefd” was. Na een jarenlange samenwerking met de Haagse impresario Wout van Liempt zette hij in 1988 zijn eigen impresariaat 'Stardust Productions' op. Zelf is Van der Meyden daar “de creatieve man”; de dagelijkse gang van zaken is in handen van Monica Strottman, de ex-Privé-redactrice met wie hij trouwde.

Hoewel zijn eigen rol bij zulke theaterproducties hem er nimmer van heeft weerhouden er in zijn rol als journalist juichend over te schrijven, is de belangenverstrengeling pas in brede kring opgevallen sinds hij met Stardust meer naar buiten is getreden. Ook intern, bij de Telegraaf-redactie, zet het kwaad bloed als in de krant pagina na pagina wordt volgeschreven over de Russische en Chinese staatscircussen, de Engelstalige shows en de musicals die hij zelf produceert. Maar de hoofdredactie legt hem geen strobreed in de weg, al is het wel afgelopen met de gratis advertenties die hij er op dezelfde pagina's bij mocht plaatsen. Tegenwoordig betaalt Stardust daarvoor.

Zelf verdedigt Van der Meyden zich met te zeggen dat hij óók over voorstellingen van andere theaterproducenten schrijft. Zijn directe toegang tot de grootste krant van Nederland wordt door die anderen echter met afgunst bezien. “Het is maar een klein kringetje waarover hij schrijft”, zegt een theaterproducent, die - net als iedereen - anoniem wil blijven om niet het risico te lopen nooit meer publiciteit te krijgen. “Hij schrijft voornamelijk over zijn eigen producties en over die van Joop van den Ende. En wat hij zéker nooit voor anderen zou doen, is het pushen van voorstellingen die op de première al een artistieke mislukking blijken te zijn, zoals zijn eigen 'Cage aux Folles' van vorig seizoen. Daarover blééf hij schrijven hoeveel succes die week in week uit had.”

Stardust is overigens op diverse manieren gelieerd aan Joop van den Ende Producties. Samen met de Maastrichtse miljonair Benoit Wesley zijn Van der Meyden en Van den Ende eigenaren van het Circus-theater in Scheveningen, waarin door ieder acht miljoen gulden is geïnvesteerd. Ook in de Van den Ende-productie 'The Phantom of the Opera', waarover in De Telegraaf vele pagina's zijn volgeschreven, heeft Stardust een aandeel. Van den Ende is bovendien, met al zijn theatervoorstellingen en tv-shows, een belangrijke nieuwsbron voor Van der Meyden. Pas sinds SBS6 dit jaar afnemer van Van den Ende-programma's (zoals de dagelijkse serie Goudkust) werd, kan het station rekenen op positieve aandacht op de Privé-pagina.

“Henk staat nu eenmaal boven de wet”, zegt een Telegraaf-redacteur op voorwaarde dat hij niet met naam en toenaam wordt geciteerd. “Hij heeft voor het succes van de krant zoveel betekend dat de hoofdredactie hem altijd de hand boven het hoofd zal houden. Ook nu zijn pagina's, door de gewenning, lang niet meer zo spraakmakend zijn als vroeger. In zijn gouden jaren verkochten we aantoonbaar minder losse exemplaren op de dagen dat Henk niet in de krant stond. Dat heeft hem redactioneel zijn eigen koninkrijkje opgeleverd. De rest van de redactie ergert zich soms nog wel, maar heeft het allang opgegeven er iets van te zeggen. Zijn kopij wordt ook niet meer door de bureauredactie geredigeerd - hij heeft zijn eigen stijl, en het heeft geen zin om te proberen die taalkundig te fatsoeneren.”

Een andere reden tot dankbaarheid voor het Telegraaf-concern is het weekblad Privé, dat op initiatief van Van der Meyden werd opgericht. Hoewel de oplage met een half miljoen exemplaren niet meer op het niveau van de beginjaren staat (700.000), is het blad nog zeer winstgevend. Zijn mede-hoofdredacteur Willem Smitt werd door Van der Meyden zelf weggehaald bij het concurrerende Story van de VNU, het eerste Nederlandse gossip-blad, dat echter in zijn ogen “een slap aftreksel” maakte van de Privé-pagina. Al snel was het weekblad Privé het grootste van de twee. “Wegens het leveren van uitzonderlijk goede verkoopprestaties op het terrein van de commerciële journalistiek” werd hij in 1977 dan ook gekozen tot Sales Manager van het Jaar.

Voordat hij met Monica Strottman trouwde, werd Henk van der Meyden vaak omschreven als een eenzame, ietwat contactgestoorde man die nooit iets anders deed dan werken en geen eigen privé-leven had. De laatste jaren is hij volgens zijn omgeving veel communicabeler geworden. Ook het geven van interviews, waartoe hij jarenlang nauwelijks bereid was, kost hem nu minder moeite. Toen hij op 53-jarige leeftijd vader van een dochter werd, liet hij daar zelfs een fotoreportage aan wijden in het weekblad Privé. Onveranderd is echter zijn houding tegenover kritiek. Alle protesten tegen zijn werkwijze legt hij onaangedaan naast zich neer. “De honden blaffen”, luidt zijn lijfspreuk, “maar de karavaan trekt verder.”