Vervanging van Argentijnse minister leidt tot twijfels

BUENOS AIRES, 29 JULI. De financiële markten in Argentinië hebben dit weekeinde voorzichtig gereageerd op de benoeming van centrale-bankpresident Roque Fernandez tot minister van Economische Zaken.

De terughoudendheid geldt niet zozeer zijn economische deskundigheid als wel zijn politiek vermogen. Vrijdagavond benoemde de Argentijnse president Carlos Menem hem als opvolger van Domingo Cavallo, die het met het staatshoofd niet eens kon worden over de harde bezuinigingsmaatregelen die hij wilde doorvoeren.

Handelaren vroegen zich af of de nieuwe bewindsman wel in staat is het politieke gekonkel te overleven. Op de financiële markten is men van mening dat veel afhangt van de mensen die Fernandez rondom zich verzamelt. Gevreesd wordt dat zijn ploeg niet het niveau haalt van die van Cavallo, die werd gewaardeerd door investeerders. Ook de vraag wie president van de centrale bank wordt zorgde voor onzekerheid.

Kort na zijn benoeming verklaarde Fernandez dat hij het huidige economische beleid voortzet. Het wegwerken van het begrotingstekort krijgt prioriteit. Dat zal in zijn ogen vooral moeten gebeuren door bestrijding van de belastingontduiking. Fernandez wil ook de koppeling van de peso aan de dollar handhaven.

Met de introductie van deze vaste wisselkoers legde Cavallo de basis voor zijn succes, toen hij vijf jaar geleden het economisch programma opstelde dat het vrijwel failliete land uit het moeras moest trekken. Cavallo wist daarmee de inflatie die acht jaar geleden nog dicht tegen de grens van 5000 procent uitstak, terug te dringen tot 3 procent dit jaar. Hij gooide bovendien de economie van het land, die jarenlang was afgeschermd, open en verlieslijdende staatsbedrijven deed hij van de hand. Die aanpak oogstte resultaat. In zijn eerste vier jaren groeide de economie met 6 tot 9 procent, cijfers die vergelijkbaar waren met de snel opkomende landen in Zuidoost-Azië.

Maar lang niet elke Argentijn kon de vruchten plukken van de snelle groei. De verkoop van staatsondernemingen joeg de werkloosheid tot recordhoogte op. In de lente van vorig jaar zat 18,4 procent van de beroepsbevolking zonder baan. Dat cijfer kon Cavallo maar nauwelijks omlaag krijgen. Dit voorjaar was nog altijd 17,1 procent op zoek naar werk.

Daarnaast kreeg hij vorig jaar te maken met de gevolgen van de financiële crisis in Mexico die nagenoeg heel Zuid-Amerika trof. De economische groei in Argentinië sloeg om in een recessie. Ook liep het begrotingstekort in de eerste helft van dit jaar volledig uit de hand, niet in de laatste plaats doordat pogingen de belastinginkomsten te verhogen niet het gewenste effect sorteerden. Het gat kwam in de eerste zes maanden uit op 2,5 miljard dollar, waarmee de limiet die het land met het Internationaal Monetair Fonds voor het hele jaar had afgesproken al werd overschreden.

Cavallo wees op het gevaar dat Argentinië, als het IMF zijn vertrouwen in het land zou verliezen, ernstige problemen zou ondervinden bij het afsluiten van leningen op de internationale kapitaalmarkten. Hij wilde daarom het tekort met harde hand te lijf. De uitkeringen moesten omlaag en bonnen voor het middageten van meer dan een miljoen Argentijnen zouden niet langer aftrekbaar zijn.

Daarmee haalde hij de woede van onder meer de vakbonden op zijn hals. Die schreven prompt voor over krap twee weken een algehele staking uit. Het ontslag van Cavallo werd door de bonden vrijdag met luid gejuich ontvangen, hoewel zij meteen liet weten dat de landelijke staking zal doorgaan. (ANP)