Van Den Uyl naar Melkert (1)

Nederland is geen buitenbeentje meer. De financiële omvang van onze verzorgingsstaat is nu ongeveer 21,3 procent van de economie, tegen bijvoorbeeld 22,2 procent in Duitsland, 21,0 procent in Engeland en 21,7 procent in Denemarken. Zweden is met 29,5 procent tegenwoordig de enige opvallende uitzondering. Tien jaar geleden was onze verzorgingsstaat nog duidelijk zwaarder dan gemiddeld in Europa.

Die terugkeer naar het Europese gemiddelde wordt in detail geïllustreerd in de zorgvuldige cijfers van de Nederlandse verzorgingsstaat in internationaal en economisch perspectief, een nieuwe uitgave van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Een uitstekend, maar beperkt document. Heel precies vergelijkt het rapport niet minder dan 225 indicatoren voor onze sociale sector met de corresponderende cijfers voor zeven andere landen, waarbij Nederland op ieder onderdeel 'goed', 'redelijk', of 'matig' scoort. 'Goed' is zuiniger dan elders; 'redelijk' betekent even duur als in het buitenland, en 'matig' is elk onderdeel waar Nederland kennelijk duurder is dan andere landen. Maar wat 'goed' of 'matig' betekenen in termen van tolerantie tussen de burgers, individueel zelfrespect - speciaal ook bij mensen die pech hebben in de economische race - of culturele bloei, blijft geheel buiten beschouwing. Het gaat hier uitsluitend om economische cijfers. Voor zover er niet-economische redenen zijn om te hechten aan een ambitieuze sociale sector, dan tellen die niet mee (met in één hoofdstuk een beperkte uitzondering voor een paar medische gegevens). Minister Melkert heeft zijn staf kennelijk opgedragen om onze verzorgingsstaat niet te verdedigen in de trant van 'weliswaar duur, maar onmisbaar in het voorkomen van een tweedeling in de maatschappij'.

Zo'n beperkte analyse dient een evident politiek doel. Melkert wil met deze nota gezaghebbend vaststellen dat onze verzorgingsstaat niet langer duurder is dan gemiddeld in West-Europa. Daarom zijn controverses consequent gemeden. Als maar objectief komt vast te staan uit de internationale vergelijking dat onze sociale sector niet zwaarder drukt op de economie dan elders. Bovendien, voegt Melkert daar aan toe, onze banengroei is zeker niet minder dan in het buitenland, dus ook al blijft de collectieve sector op onderdelen nog opvallend duur of inefficiënt, dan kan dat òf niet erg belangrijk zijn voor de economische prestaties van Nederland, òf er staan voldoende moeilijk meetbare sociale of psychologische voordelen tegenover. Maar wat die voordelen dan zijn, blijft onbesproken.

Een vorige generatie socialisten sprak daar nu juist het liefst over. Twintig jaar geleden ging het minister Den Uyl nog om het realiseren van 'De weg naar vrijheid', zijn grote getuigenis-nota uit de tijd dat hij zich als directeur van het wetenschappelijk instituut van de PvdA voorbereidde op de hoge politiek: waarop hebben alle burgers recht om zich zo goed mogelijk te kunnen ontplooien? En kwamen Den Uyl of zijn collega Pronk op die weg de grote multinationals tegen, dan moesten die maar onder strakkere controle komen om meer ruimte te maken voor het spreiden van inkomen, kennis en macht. Minder vrijheid voor de multinationals betekende méér leuke dingen voor de mensen. Een noodlanding van de economie volgde in 1980. Vijftien jaar later is er voor het eerst opnieuw een PvdA-minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, maar die publiceert een nota die ervoor pleit dat multinationale ondernemingen zich heel goed in Nederland kunnen vestigen: onze sociale sector is internationaal weer competitief. De Rotterdamse haven en Schiphol moeten duur uitbreiden, want dan kan Nederland nog meer ruimte bieden aan multinationals.

Hadden Den Uyl en Pronk het twintig jaar geleden over 'vrijheid' dan spanden zij zich in voor kansarme individuen; voor Melkert en Wijers (Economische Zaken) is 'vrijheid' vooral de zuurstof voor de marktsector die niet teveel mag worden beperkt. En inderdaad: Den Uyl en Pronk hadden voortdurend moeite om samen te werken met de christen-democraten van het midden, maar Melkert regeert harmonisch met de VVD en beroemt zich er in deze nota op dat Nederland in zijn sector beslist geen gidsland meer is. Den Uyl en Pronk wilden minder kapitalisme en méér socialisme; Melkert wil zo veel mogelijk kapitalisme, want kapitalisme brengt werk èn belastinggeld voor zijn Melkert-banen.

Goed dat de PvdA tweemaal hoera roept voor het kapitalisme en weer respect heeft voor de financiële grenzen van de sociale sector. Dat is ook nuttig voor het evenwicht tussen Melkert, Wijers en Zalm (Financiën) en - belangrijk in het Haagse wereldje - behulpzaam om Melkerts ambtenaren hun zelfvertrouwen terug te geven vis à vis de collega's bij Financiën en Economische Zaken. Tijdens de ministers Boersma, Albeda, Den Uyl, De Koning en De Vries was de ambtelijke kwaliteit van het ministerie van Sociale Zaken steeds verder achteruit gegaan. De Sociale Nota - bedoeld als aanvulling op de miljoenennota van Prinsjesdag - was een even oninteressant als onleesbaar document. Ambtenaren bij Financiën en Economische Zaken keken neer op de collega's bij Sociale Zaken (zie het nieuwe boek van Klamer en Van Dalen over de Nederlandse economen).

Daarom heeft Melkert er direct vanaf zijn aantreden in de zomer van 1994 hard aan gewerkt om de standing van zijn ministerie te herstellen. Eigenhandig kraste hij toen in de drukproef van de Sociale Nota. Dat document is intussen al een stuk verbeterd, met als gevolg meer begrip voor Melkerts plannen bij andere ministeries. Dat is belangrijk, nu Melkert met de op stapel staande wet WIW (Wet Inschakeling Werkzoekenden) een procedure wil voor subsidies aan werklozen die de gemeenten recht geeft op 'open einde-financiering', dat wil zeggen dat het totale bedrag uit 's Rijks kas niet van tevoren vaststaat, maar afhangt van de gemeentelijke successen bij het helpen van de werklozen.

De idee van een 'open einde-regeling' is vloeken in de orthodoxe kerk van Financiën en Economische Zaken, en ik maak me sterk dat de gedemoraliseerde ambtenaren van Melkerts voorganger De Vries zoiets er nooit door hadden gekregen. Dankzij de al veel betere Sociale Nota's en ook door de publicatie van deze nieuwe nota over de internationale vergelijking van de verzorgingsstaat is de positie van Sociale Zaken in Den Haag flink verbeterd. Sociale Zaken heeft volop oog voor Nederlands internationale concurrentiepositie en analyseert onze verzorgingsstaat precies en professioneel. Dat valt op.

Zo construeert de meesterlijke tacticus Melkert een maximale vrijheid voor zichzelf op basis van de bezuinigingen van zijn voorgangers. Nu gaat het erom of deze minister ook beschikt over een strategische visie. Zijn defensieve nota creëert ruimte voor beleid, maar goed beleid is meer dan een opeenvolging van handige Haagse zetten. Melkert moet laten zien dat hij niet alleen een succesvol machtspoliticus is, maar ook een visie kan verwerkelijken. Daarvan hangt het af of Melkert niet alleen Den Uyl corrigeert, maar hem ook kan opvolgen. Hierover de volgende keer.

    • E.J. Bomhoff