Van binnen gromt het beest

De spelende mens zal niet wijken. Een bom of twee, een honderdtal gewonden, een paar doden en wat mogelijk nog meer aan rampspoed zal volgen, ze geven nog geen aanleiding om de spelende mens te stoppen. Zelfs de sterker wordende dreiging van aanslagen zullen hen er niet van weerhouden door te gaan. En wie zich gewonnen geeft, zal er door bestuurders, volksleiders en handelsgeesten van worden overtuigd dat ze een vredesmissie te volbrengen hebben.

In de wedloop tussen de goeden en de kwaden heeft het er echter alle schijn van dat de spelende mens rond deze eeuwwisseling vecht voor zijn laatste kans.

Ten tijde van de klassieke Spelen heerste de wet dat voor, tijdens en na het sportfeest een wapenstilstand in acht werd genomen. In de moderne tijden van agressie mag het een illusie worden genoemd van ieder mens te verwachten dat hij juist tijdens het grootste volksfeest ter wereld zijn onvrede met zichzelf, anderen en de ontwikkelingen in de samenleving onderdrukt. Alsof het eens in de vier jaar twee weken lang Kerstmis is. Het feest mag dan zijn bedoeld om de volkeren te verbroederen, de inrichting geeft ruimte voor argwaan. Wie mensen ziet strijden, wie nationalisme hoogtij ziet vieren, wie commerciële geesten hun tentakels ziet uitslaan, hoort het beest in zichzelf grommen.

Het mag dan een verslavende vorm van sensatie zijn zwarte mannen zich te zien concentreren op 100 meter hardlopen, hen op uitzonderlijk krachtige manier te zien sprinten en hun triomfantelijke reacties op het resultaat te zien uiten, er zijn mensen die zich daaraan storen. Waarom juist die atleten? Waarom zijn zij de snelsten en wij niet? Het gevoel van ongelijkheid met anderen en bedreiging door anderen kan aanleiding geven tot reacties die het oerinstinct prikkelen. Sport kan een reden zijn oude vetes te doen herleven. En degenen die de Spelen voor vredespropaganda aanwenden, kunnen dat weleens vergeten.

Het gaat te ver de Olympische Spelen aan te kondigen als the safest games ever, zoals de organisatie van Atlanta haar veiligheidsscenario betitelt. Het is provocatief. Mensen die aanstoot nemen aan het gigantisme en de groteske vorm van verbroedering, mensen die zich vervreemd voelen van dit hedendaags exhibitionisme en zich benadeeld achten, die aandacht vragen en sensatie zoeken, zijn in Atlanta op het juiste adres. Het evenement dat voor alle media als het brandpunt van de dag wordt aangegrepen, is bij uitstek een gelegenheid om frustraties te laten botvieren.

De expansiedrift van het Internationaal Olympisch Comité heeft veel weg van een op hol geslagen ideologie. De humane gedachte van baron De Coubertin om de mens door middel van lichaamsbeweging en -uitdaging te wapenen tegen vijandschap, ziekte en dood stuit naar mate de olympische evolutie zich voltrekt steeds meer op weerstanden. Wat sneller, hoger, groter en meer is dan de gangbare normen wacht onvermijdelijk protest van conservatisme en ethisch appel. Protest tegen de gevestigde orde is daarnaast een reactie van alle tijden. En wie zich bevredigt met decoraties als the greatest, moet zich niet verbazen over ordeverstoringen. En laten we duidelijk zijn: de Spelen van Atlanta zijn vooral door het Amerikaanse geloof in overleven een bron van overdrijving geworden.

Het is mogelijk dat de reactie op deze vorm van buiten zichzelf treden voor het Internationaal Olympisch Comité aanleiding geeft de Spelen in bescheidener vorm voort te zetten. Maar wie zich vanaf de springschans naar de horizon wil laten glijden, zweeft in het ongewisse over waar hij landt. Door vallen en opstaan, door schade en schande doorgrondt men de zin van het leven. Er zijn mensen die zeggen dat de ervaringen van dit leven ter confrontatie dienen met de vorige en daarom een lering zijn voor de volgende incarnatie. IOC-voorzitter Samaranch en de zijnen hebben geen tijd hun hoofd over karma's te buigen, ze hebben het al moeilijk genoeg op geloofwaardige wijze de olympische gedachte te handhaven.

Altijd zijn er mensen die de olympische eed op hun eigen wijze interpreteren. Hitler deed het op zijn manier, waardoor bijvoorbeeld tot in lengte van jaren de tijdens de Spelen van 1936 gebruikte muziek van de geniale Richard Strauss zal worden genegeerd. Politiek blijft verweven met Olympische Spelen. In 1948 mochten Japan, Duitsland en Italië als agressors van de Tweede Wereldoorlog niet meedoen aan de Olympische Spelen in Londen. In 1952 in Helsinki bestond het olympische dorp uit twee delen: de landen aan deze zijde van het IJzeren Gordijn en de landen aan gene zijde. Destijds in Finland nam een Westduitse vrouw het woord tijdens de openingsceremonie om een vredesboodschap te verkondigen. Ze kwam niet verder dan 'dames en heren' en werd weggeleid.

In 1956 in Melbourne deden sportmensen uit Egypte, Irak en Libanon niet mee uit protest tegen de Suez-oorlog. Spanje, Zwitserland en Nederland trokken zich terug als demonstratie tegen de Russische inval in Hongarije. In 1968 in Mexico-Stad trokken tien dagen voor de opening honderden studenten naar het Plein van de Drie Culturen als protest tegen de kapitalistische Spelen in hun arme land. De politie doodde driehonderd demonstranten, maar de Spelen gingen door.

The Games must go on, zei IOC-voorzitter Brundage na het Palestijnse terrorisme in München 1972. Negen Israeliërs waren vermoord in het olympisch dorp en één Duitse politieman. Daarnaast vonden vijf Palestijnen de dood. Een paar landen en een aantal atleten besloten na dit tragische incident hun olympische avontuur te beëindigen. Ze zagen de zin van de olympische gedachte niet meer in en keerden het orakel van Olympia de rug toe.

De boycot van tal van landen van de Olympische Spelen in Moskou naar aanleiding van de Russische inval in Afghanistan, de boycot op hun beurt van Oosteuropese landen van de Spelen van Los Angeles - voor veel atleten maakt het niet uit met wie en onder welke omstandigheden er werd gejaagd op medailles. The games will go on, riep directeur-generaal van het IOC, Carrard, zaterdagmorgen na de bomexplosie in Olympic Centennial Park van Atlanta. De atleten moeten doorgaan, anders is minimaal vier jaar van training en voorbereiding voor niets geweest, zo zei menig bestuurder. Ze hebben gelijk. De spelende mens mag niet wijken voor welke vorm van terrorisme ook.

    • Guus van Holland