Universiteit moet meer studentgericht zijn

De helft van de Nederlandse bevolking vindt dat voor hoogbegaafde studenten het lotingssysteem moet worden afgeschaft, meldde NRC Handelsblad eerder deze maand. Dit bleek uit een enquête van het Nipo.

Als dit deel van de bevolking haar zin zou krijgen, dan zouden alleen de slimste studenten altijd het recht hebben om tot de studie van hun keuze te worden toegelaten. Voor de overgrote meerderheid van studenten zou dat recht dan niet meer vanzelfsprekend zijn. Een computer zou bepalen of hen een plaats aan de opleiding van hun keuze zou worden gegund of niet.

In principe heeft iedereen het recht om te studeren wat hij of zij wil. Sommige studies zijn alleen zoveel populairder dan andere dat door het ministerie of de beroepsgroep wordt besloten dat er een maximum gesteld moet worden aan het aantal studenten dat zich per jaar kan inschrijven. Door dit maximum te stellen hopen zij dat de afvallers bij een andere opleiding terecht komen, zodat hun talenten niet verloren gaan voor de Nederlandse samenleving. Veel studenten schrijven zich inderdaad voor een andere studie in, maar loten gewoon het volgende jaar weer mee, in de hoop toch bij de studie van hun voorkeur terecht te komen. Hiermee verliezen ze een jaar studiefinanciering. De studies waar de uitgeloten studenten een jaar 'parkeren' hebben intussen te kampen met grote aantallen minder gemotiveerde studenten. Loting is een inefficiënte manier om studenten te selecteren. De enige toereikende en rechtvaardige manier om de juiste student op de juiste plaats aan een instelling te krijgen is door studenten de kennis, vaardigheden en verantwoordelijkheid voor zelfselectie te bieden. Onder meer op basis van kennismakingsgesprekken met de instelling bepaalt de student zelf welke opleiding het best bij hem past. Een basisvoorwaarde bij een systeem van zelfselectie is een intensieve studiebegeleiding voor scholieren op de middelbare school en voor studenten op de universiteit of hogeschool.In de huidige maatschappelijke discussie over selectie, opgelaaid naar aanleiding van de uitgelote scholiere in Rotterdam, komt de nadruk steeds vaker op het werven en opleiden van hoogbegaafde scholieren te liggen. Dit is een verontrustende ontwikkeling.

Wanneer een scholier het Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs afrondt, kan van hem verwacht worden dat hij begaafd genoeg is om een opleiding aan een universiteit of hogeschool met succes af te leggen. Studenten kunnen hoogbegaafd zijn of niet, maar dat doet er helemaal niet toe. Waarom neigt men er dan toch toe om sommige scholieren voorrang te geven boven anderen?

Het feit dat men zoveel waarde hecht aan cijfers van de middelbare school en hieraan hoogbegaafdheid probeert op te hangen, is een indicatie van de huidige maatschappelijke overwaardering voor het verrichten van schoolse prestaties. Een gevaar van deze nadruk op middelbare schoolprestaties is dat scholieren gestimuleerd worden om zich eenzijdig te ontwikkelen, met alle nadelige gevolgen van dien. Want zodra een vaardigheid buiten schooltijd wordt opgedaan en niet in cijfers is uit te drukken, zoals sociaal vaardig handelen of het ontwikkelen van maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef, vervalt de waardering.

Eindexamencijfers zeggen maar in beperkte mate iets over de later te verwachten studieresultaten. Wat moet je bijvoorbeeld op de middelbare school kunnen of kennen om een goede arts te worden en in welke eindexamencijfers komen deze vaardigheden expliciet tot uitdrukking? Alleen bij technische studies bestaat er een directe relatie tussen eindexamencijfers voor de vakken wiskunde en natuurkunde en de kans op het succesvol verlopen van de studie. En deze correlatie gaat slechts op voor de propaedeutische fase van de studie.

Ook binnen het hoger onderwijs is de trend zichtbaar dat de instelling vooral hoogbegaafde studenten proberen binnen te halen om die extra goed op te leiden. Op een aantal instellingen bestaan al zogenaamde excellente tracés, die speciaal ontworpen en alleen toegankelijk zijn voor de beste studenten. De Universiteit Utrecht is zelfs bezig met het ontwikkelen van een speciaal University College: een aparte, hoogwaardige opleiding voor een kleine, selectieve groep van de meest getalenteerde studenten.

Het is niet vreemd dat universiteiten en hogescholen goede studenten willen 'afleveren'; afgestudeerden zijn immers het levende bewijs van de opleidingskwaliteiten van een instelling. Wanneer een instelling er in slaagt de beste studenten te selecteren, is dat dus goed voor haar reputatie. Bovendien is het financieel een stuk gunstiger voor een instelling wanneer haar studenten in staat zijn snel af te studeren. Maar het hoger onderwijs heeft natuurlijk een hoger doel dan het opleiden van studenten voor de reputatie en financiële positie van de onderwijsinstellingen. De universiteiten en hogescholen moeten daarom toponderwijs aan alle studenten geven. Onderwijs is een recht voor alle studenten: geen privilege voor een kleine groep.

Onderwijs moet alle studenten interesseren, stimuleren en begeleiden in het bereiken van optimale studieresultaten. Studieresultaten zijn niet alleen gehaalde tentamens, maar ook sociale vaardigheden, maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef, persoonlijke ontplooiing en democratische vorming. Een opleiding moet studentgericht zijn, dus zodanig zijn vormgegeven dat het voldoet aan de gedifferentieerde vraag, interesses en talenten van studenten. Studenten verschillen van elkaar in aanleg, vooropleiding, studiestijl, interesse en toekomstige toepassing van de in hun studie opgedane kennis en vaardigheden. Dat is maar goed ook, want deze diversiteit en differentiatie binnen de studentenpopulatie en opledingenaanbod weerspiegelt de diversiteit in de vraag naar opgeleiden door de arbeidsmarkt en de maatschappij in het algemeen. Het is dus zowel voor de individuele student als voor de gehele maatschappij van belang dat de instellingen alle studenten stimuleren om hun eigen leerwegen te volgen. Een gedifferentieerd en studentgericht onderwijsaanbod is nodig om dat mogelijk te maken. De instellingen zouden hun energie daar op moeten richten in plaats van op het verzinnen van barrières voor aankomende en niet-hoogbegaafde studenten.

    • Christel Grimbergen