Trots van dorp klinkt luid en ver

Het Zuid-Limburgse Mheer heeft de oudste harmonie (175 jaar) van Nederland. Kanongebulder op de maten van Tsjaikowski's Ouverture 1812.

MHEER, 29 JULI. De ondergaande zon had fel geschenen tussen het 'herenhuis' en de bijgebouwen van het kasteel van het Zuid-Limburgse dorpje Mheer. Op de binnenplaats zaten meer dan 1100 mensen op tribunes te luisteren naar het jubileumconcert van de Koninklijke Harmonie St. Cecilia. Die is met 175 jaar waarschijnlijk de oudste harmonie van Nederland. Jonkheer Diederik de Loë, zoon van beschermheer baron Degenhard, had de gasten verwelkomd. Van geslacht op geslacht zijn de kasteelheren de beschermheren en de begunstigers.

De harmonie van Mheer viert dit jaar haar 175-jarig bestaan. Over het precieze oprichtingsjaar bestaat onduidelijkheid, omdat over de eerste jaren geen geschreven geschiedenis voorhanden is. Omdat latere jubilea werden gevierd met 1821 als uitgangsjaar, gaat J. Leerssen, hoogleraar Europese studies aan de Universiteit van Amsterdam en zelf spelend lid van de harmonie, ervan uit dat 1821 het oprichtingsjaar is. Leerssen schreef naar aanleiding van het jubileum het boekje 175 Jaar muziek in Mheer. Het is het epos geworden van een muziekgezelschap dat de trots is van het 800 inwoners tellende dorpje in het Zuid-Limburgse heuvelland.

Een dorp verwerft met zijn harmonie aanzien, dat groter wordt naarmate de afdeling waarin ze speelt hoger wordt en het aantal jurypunten stijgt dat ze op de onderscheiden concoursen vergaart. De harmonie van Mheer speelt sinds 1977 in de superieure afdeling. Dat is op de concertafdeling na de hoogste. Bovendien mag ze zich sinds 1956 koninklijk noemen.

Harmonieën zijn samen met de schutterij en de Jonkheid - een vereniging van ongetrouwde mannen die in vroeger dagen de mores bewaakten - het gezicht van een kleine gemeenschap als Mheer. Van geslacht op geslacht speelt men er in. Het oudste lid, Sjeng Sneepers, is er sinds 1916 bij. Op concerten buiten het dorp wordt de roem vergaard. De eigen harmonie is altijd de beste. In dorpen met twee harmonieën kan dat wel eens tot wrijving leiden.

Dat is was bijvoorbeeld het geval in het Maastrichtse stadsdeel Wolder. De ene harmonie was oorspronkelijk van de boeren, de andere van de arbeiders. Beide spelen in dezelfde hoge afdeling, want door de onderlinge wedijver stuwt men elkaar op tot grote hoogte. In het begin van de jaren zestig won een van de twee op een concours de eerste prijs. Dat wrong bij de andere en er kwamen praatjes van. En zo verschenen er in de krant berichten dat de winnende harmonie gebruik zou hebben gemaakt van gastmuzikanten, wat in die tijd nog verfoeilijk werd geacht. Nog jaren daarna bleef de verbittering broeien.

De harmonie van Mheer is de enige in het dorp. Maar vlak naast Mheer ligt Banholt, dat ook een eigen harmonie heeft. Tussen beide dorpen heeft altijd een zekere animositeit bestaan. Die werd in de vorige eeuw zelfs zo erg dat de Banholtenaren, die in Mheer naar de mis moesten, besloten een eigen parochiekerk te bouwen. Er was maar weinig nodig om de vijandschap te doen oplaaien. Na een optreden in 1957 waren de muzikanten van Mheer terechtgekomen in een Banholts café. Op weg naar huis is de dikke trom een greppel ingerold en onherstelbaar beschadigd. “De verantwoordelijken”, schrijft Leerssen, “wisten niets beters te bedenken dan de schuld te geven aan de vermeende Banholtse vandalen, hetgeen over en weer tot wrijving aanleiding gaf. Zodoende heeft het einde van de oude dikke trom nog een rol gespeeld in de gespannen verhoudingen tussen de twee zusterdorpen.”

Overigens bleek dat het bestaan van de dikke trom er voordien toe had geleid dat een ontluikende splitsing binnen de eigen gelederen werd voorkomen. Omdat er in die tijd kennelijk moeilijk aan dikke trommen was te komen, besloten de kemphanen uiteindelijk toch maar samen in de harmonie te blijven. In 1926 behaalde de harmonie op een nationaal concours in Driebergen-Zeist een eerste prijs met het hoogste aantal punten. De blijde mare werd per postduif en zwaluw naar Mheer gebracht.

Aan het einde van de concertavond deze maand op het kasteel was er de apotheose die alle voorgaande prestaties ver overtrof: de ouverture 1812 van Tsjaikowski. Dat was een orgie van geweld geworden. Het slot van vuurwerk en klokgebeier, dat de Russische vreugde over de overwinning op Napoleon symboliseert, had een speciaal accent gekregen. De Jonkheid had op met de dirigent tevoren nauwkeurig bepaalde plaatsen donderbussen neergezet die gevuld waren met buskruit. De donderbussen stonden op een spoor van buskruit dat werd onstoken. Aldus ontstond een lopend vuurtje dat de ladingen tot ontploffing bracht op de maat van de muziek. Mheer had gedaverd op zijn grondvesten. Over de heuvels klonk het gebulder waarmee het pittoreske plaatsje zijn trots ver uitdroeg.

    • Max Paumen