Strijders van God in Algerije doden nu vooral elkaar

Het gaat slecht met Algerije's 'Strijders voor God'. In snel tempo vermoorden zij niet alleen zoveel mogelijk 'Vijanden van God', maar ook elkaar. Het laatste slachtoffer is Abou Abderrahman Amin, alias Djamal Zitouni, die nog geen twee jaar de GIA (de Gewapende Islamitische Groep) leidde. Op 14 juli werden hij en enige getrouwen afgezet. Iedereen wist toen dat Zitouni binnen enkele weken het aardse zou verlaten.

Het duurde veel korter, zo bleek zaterdag uit het overlijdensbericht. Een in het Arabisch geschreven communiqué, dat door nog door geen andere bron is bevestigd, kwam binnen bij een Franstalig radiostation (Radio Méditerranée Internationale), dat vanuit de Marokkaanse stad Tanger uitzendt. De groep van Zitouni berichtte dat haar leider en twee van zijn lijfwachten op 16 juli in de buurt van Medea (Zuidwest-Algerije) in een hinderlaag waren gelopen van “de ketterse, djazaristische renegaten”.

Djazaristen zijn meer op Algerije geörienteerd, zij zijn nationalisten. Zij zijn zowel te vinden binnen het FIS (het Islamitische Reddingsfront) als binnen de GIA (het van het FIS afgesplitste, nóg radicalere GIA). De ideeën van de djazaristen staan haaks op die van de salafi'in, die het voorbeeld van de Profeet Mohammed tot in de kleinste details willen navolgen. Voor hen bestaan er binnen de moslim-wereld geen nationale grenzen of culturen, omdat alle moslims in de hele wereld tot één islamitische natie behoren.

De praktische uitwerking van beiderlei gedachtengoed betekent voor Algerije dat de djazaristen als islamitische stalinisten handelen: ze zijn bereid om ten behoeve van God politiek te bedrijven, met alle compromissen daaraan verbonden, en zijn dus voorstanders van een 'dialoog' met de door hen zo vervloekte overheid. De salafi'in daarentegen zijn islamitische trotskisten. Voor hen is de 'islamitische internationale' heilig en de geringste politieke concessie (inclusief elke dialoog met Gods vijanden) “verraad aan Gods zaak”.

Die ideologische scheidslijn verhult echter de ordinaire machtsstrijd die vele sjeiks en en 'emirs' zowel binnen FIS als GIA met elkaar voeren. Vaak hebben de 'emirs' geen enkele islamitische opleiding gehad. Het zijn halve of hele analfabeten, en werden alleen 'emir' (prins) op grond van hun bloedige acties, die de bewondering afdwongen van hun volgelingen. Bovendien is de Algerijnse militaire veiligheidsdienst erin geslaagd in vrijwel alle groepen te infiltreren. De moorddadige acties van de GIA worden dan ook sinds enige tijd scherp door woordvoerders van het FIS veroordeeld, en soms zelfs door woordvoerders van de GIA. Bijna altijd wordt dan ook gesuggereerd dat achter die acties in werkelijkheid 'de ongelovige junta' steekt, oftewel de overheid.

Zitouni, zoon van een poelier en zelf ongeletterd, was een moordenaar pur sang, verantwoordelijk voor een hele reeks bloedbaden, waaronder de kaping van het Air France-toestel in december 1994, een serie bomaanslagen in Frankrijk in de zomer van vorig jaar, een gruwelijke zelfmoordaanslag in Algiers en de ontvoering en moord op zeven Franse monniken afgelopen mei bij Medea. Begin dit jaar werd bekend dat hij Mohamed Saïd, een andere GIA-leider, samen met 31 van diens vertrouwelingen, in november had laten executeren omdat zij “een staatsgreep” van plan waren tegen het wettige leidersschap van de GIA. Mohamed Saïd, één van de zeer weinige intellectuelen binnen de radicaal-islamitische groeperingen en tevens één van de belangrijkste djazaristen, was in mei 1994 van het FIS naar de GIA overgelopen.

Waarschijnlijk was het intellectuele overwicht van Mohamed Saïd teveel voor Zitouni, die steeds megalomaner werd. In een onlangs verschenen boekje van 62 pagina's, getiteld Oorsprongen van de Salafi'in en Plichten van de Mujaheddin (Gods Strijders), dat waarschijnlijk door één van zijn meer erudiete volgelingen was geschreven maar onder zijn naam uitkwam, liet Zitouni weten dat hij de enige leider was van de moslims in Algerije en dat alle andere moslims gehoorzaamheid aan hem verschuldigd waren.

De moord op de zeven Franse monniken deed Zitouni de das om. Zij waren in Algerije zeer gezien, omdat zij elke missionaire activiteit nalieten, maar wel zonder aanziens des persoons mensen behandelden. Tot hun medische patiënten behoorde zelfs één van de professionele moordenaars vcan de GIA, ook wel “de slager” genoemd. Diverse radicaal-islamitische groepen in en buiten Algerije, waaronder de Djihad Islamiya in Egypte en haar niet minder radicale zuster in Libië, lieten weten niet langer de GIA steun te verlenen omdat deze “het bloed van onschuldigen vergieten”. Zelfs Anwar Haddam, die in Washington de vertegenwoordiger is van het FIS, maar daarbij ook GIA-standpunten vertolkt, liet het afweten, evenals de kranten die namens de radicaal-islamitische groepen in West-Europa worden uitgegeven.

Dat betekent echter allerminst dat de jihad tegen de Algerijnse machthebbers verminderd, laat staan beeïndigd is. Acht dagen geleden zag een nieuwe radicale groep het licht. Het is de Islamitische Beweging voor Prediking en Jihad (MIJP), die “onder haar banier” de afvalligen van andere islamitische groepen zegt te verenigen: van de GIA, van de Gewapende Islamitische Beweging (MEI), en van het Islamitische Front voor de Gewapende Jihad (FIDA). Tevens roept zij “de ontmoedigde groepen binnen het FIS en zijn leger” op om zich bij haar te voegen.

Ook deze club, onder leiding van een zekere Mustafa Kertali, één van de voormalige leiders van de GIA, is tegen elke dialoog of verzoening met “de ongelovige tyran” (president Zéroual). Dus gaan de bloedige aanslagen op burgers gewoon door, ook al mogen de media er nauwelijks over berichten.

Elke revolutie pleegt zijn kinderen op te eten - en vervolgens te kalmeren. De islamitische revolutie in Algerije lijkt een uitzondering op deze regel. Zij slinkt niet naarmate zij meer van haar kinderen opvreet. Zij wordt juist, precies zoals bij de gekke koeien-ziekte, bij het nuttigen van haar kaders, steeds gekker en radicaler.

    • Michael Stein