Stormloop op Jalan Diponegoro 58

JAKARTA, 29 JULI. Om 6.45 zaterdagmorgen, kort nadat de opgaande zon de strakblauwe hemel boven Jakarta deed oplichten, begon de stormloop op het kantoorpand aan de Jalan Diponegoro 58. Aan die groene laan in de villawijk Menteng is het landelijke hoofdkwartier gevestigd van de semi-oppositionele Partai Demokrasi Indonesia (PDI).

Politiemannen met helmen, rotan schilden en lange latten hadden binnen een straal van enkele kilometers alle toegangswegen afgezet. Een Jakartaanse die op dat moment haar kinderen naar school bracht, zag tientallen uit de kluiten gewassen jongeren uit militaire vrachtwagens springen. Ze kregen een speciale uitrusting uitgereikt: rode hemden en rode halsdoeken, die ze om hun voor PDI-aanhangers nogal kort geknipte hoofden knoopten. Rood, één van de twee kleuren van de Indonesische vlag, is de partijtint van de nationalistische PDI. Op de hemden stond: Aanhangers van het Vierde PDI-Congres in Medan. In het officiële politieverslag zouden ze later worden bestempeld als 'supporters van Soerjadi'. Die laatste is namens de PDI vice-voorzitter van het parlement en was van 1986 tot 1993 PDI-leider. Vorige maand werd hij tijdens een 'congres', belegd met hulp van leger en regering, in de Sumatraanse stad Medan naar voren geschoven als vervanger van de populaire partijvoorzitster Megawati Soekarnoputri Kiemas, die werd afgezet.

De ongeveer tweehonderd Megawati-aanhangers die de nacht van vrijdag op zaterdag hadden doorgebracht in het gebouw maakten vóór de poort vuren door enkele motorfietsen in brand te steken. Daarna klommen ze op het dak, vanwaar ze de belagers bestookten met dakpannen. Dr. Djarot H., een arts die door de Megawati-aanhangers was verzocht om medische bijstand, zei later dat de vertrekken in het partijkantoor na een half uur waren 'bezaaid met gewonden'. “Ik moest hechtingen aanbrengen in een regen van stenen. Ik heb nog nooit zoiets meegemaakt. Toen de aanval begon, stak de politie buiten geen hand uit.”

Nadat de eerste aanvalsgolf was afgeslagen, kwam de politiemacht in beweging en drongen tientallen agenten in reluitrusting naar binnen. Later zou de politiecommandant van Centraal-Jakarta, luitenant-kolonel Abubakar Nataprawira, de toedracht aldus schetsen: “We hebben de aanhangers van Megawati gevraagd het pand vreedzaam te verlaten, maar ze weigerden en toen hadden we de Soerjadi-aanhangers niet meer in de hand. Zodra beide partijen slaags raakten, hebben we ingegrepen om verder handgemeen te voorkomen.” Even later zagen ooggetuigen voor de poort hoe politiemannen alle verdedigers naar buiten sleepten, getart door de toegestroomde menigte, die 'Leve Megawati' scandeerde. Veel gewonden waren overdekt met bloed en één man bloedde heftig uit zijn oor. Ten minste acht mensen werden door de politie bewusteloos naar buiten gedragen. Het aantal gewonden was zo groot dat de zes beschikbare ambulances ontoereikend waren en enkelen in militaire trucks moesten worden afgevoerd.

Nadat de politie het partijbureau had ontruimd en verzegeld, groeide de massa Megawati-supporters buiten aan tot enkele tientallen duizenden. De hele zaterdag lang trokken zij door het centrum van Jakarta, met gezang en leuzen uitdrukking gevend aan hun steun voor Megawati. Om 2.30 's middags gaf de militaire commandant van Centraal-Jakarta, kolonel Jule Effendi, zijn troepen opdracht de menigte te verspreiden. Oproerpolitie rukte op tegen de massa betogers, ondersteund door soldaten in relbestrijdingstenue. Gewapend met stokken en schilden achtervolgden zij de demonstranten door de straten. Daarbij liepen ook voorbijgangers rake klappen op. Deze charge bracht de jeugdige Megawati-supporters, gefrustreerd door de aanval op hun hoofdkwartier, tot razernij. Binnen enkele uren staken zij op verschillende plaatsen in het centrum bankgebouwen in brand. Een meute betogers drong een show-room van Toyota binnen, reed een geëtaleerde auto tegen een boom en stak er de brand in. In de namiddag hingen dikke rookwolken boven het centrum, veroorzaakt door tien brandende gebouwen. Jakarta heeft dergelijke taferelen niet meer gezien sinds in 1974 duizenden studenten te hoop liepen tegen de bezoekende Japanse premier Tanaka.

Zaterdagmiddag gaf Megawati, de oudste dochter van Indonesië's eerste president, Soekarno, een geïmproviseerde persconferentie. Ze zei de rellen en vernielingen te betreuren, maar legde de volledige verantwoordelijkheid voor de ontsporingen bij haar rivaal Soerjadi en bij de regering. “Soerjadi”, aldus Mbak (zus) Mega, “is kennelijk niet in staat om dit gevecht met legale middelen te winnen”. Zij verweet de veiligheidsorganen “wetsovertreding en misbruik van geweld” en verklaarde zichzelf nog steeds te beschouwen als de “wettige voorzitster van de PDI”. Zij riep haar aanhang op om zich met vragen en suggesties te vervoegen in het parlementsgebouw, waar zij als volksvertegenwoordiger een kantoortje heeft.

    • Dirk Vlasblom