Pesten hoort bij het leven in het grensgebied

“Kijk daar heb je een Hollandse”, zegt groenteboer Walter Augustijns. Hij wijst op een oudere vrouw die buiten de prijzen van de prei, de appelen en de radijsjes nauwkeurig in zich opneemt. Ze loopt even de winkel binnen, kijkt vluchtig rond en verdwijnt weer. “Dat zou een Belg nou nooit doen hè. Binnen komen en buiten gaan”, verzekert Augustijns.

Er heerst een serene rust in het grensplaatsje Wuustwezel. De zon schijnt er die dag voor tienduizend Belgische inwoners en voor de ruim tweehonderd Nederlandse ingezetenen. Een deel van hen heeft voor de belastingen de vlucht naar Vlaanderen genomen. In de straatjes is de verhouding rood-witte en geel-zwarte nummerborden ongeveer 60-40 in het voordeel van de Belgen. Het is één van de weinige dingen die op het eerste gezicht erop wijzen dat Nederland slechts een vijftal kilometer naar het noorden ligt. In de 'dagbladenhandel' liggen stapels Belgische kranten uitgestald. In een rekje dat is weggemoffeld achter de toonbank is het onderste treedje gereserveerd voor 'De Telegraaf'. Enkele tientallen meters verderop geven de gele plastic slierten, die het gat van de deuropening bedekken, aan dat het kroegje 'Oase' vroeg in de middag de biertap reeds heeft open staan. Op het puntje van de bar drinkt een man in zijn eentje een donker biertje. Hij kan tegen half drie 's middags al niet meer uit zijn woorden komen. Uit de luidsprekers komt Vlaamse muziek. Radio Donna van de BRT verzorgt dagelijks de achtergrondmuziek in het dorpscafeetje.

Eigenaar Ludo Kuypers houdt het zaakje al een kleine zeven jaar draaiende. “Wat ik van de Hollanders vind? Ach, zoveel verschil met ons is er niet. Dan heb ik het over de mensen hier net aan de andere kant van de grens, want die van boven de Moerdijk dat zijn geen goede. Dat zeggen de mensen uit Wernhout zelf ook”, zegt Kuypers. Hij komt niet zo vaak in Nederland. Af en toe legt hij een biljartje in 'Holland' of hij drinkt er wat pintjes. Zijn leven speelt zich verder niet af in het land van de 'Kaaskoppen'. De Wernhoutse Nederlanders komen wel regelmatig bij hem over de vloer. “Vooral om bier te drinken. Dat is logisch: het bier uit Holland noemen we hier paardenzeik. Dat wordt hier niet geschonken”, zegt hij. Nederlanders worden geliefd noch gehaat in het Vlaamse dorp. Kuypers vindt het een prima volkje, dat zich op het eigen grondgebied strikt aan de regels houdt. In België willen ze zich volgens hem nog eens anders gaan gedragen. “Weet je wat het rare is, als ze grens over zijn dan trappen ze het gaspedaal gelijk in. Ze hebben soms iets arrogants over zich. Ik heb het wel meegemaakt dat een klein kind gelijk een grote bek opzet als hem iets wordt gevraagd. Of ze komen hier en beginnen dan met 'allez manneke' en denken dan gelijk dat ze Vlaams praten”, aldus de kroegbaas. “Weet je trouwens waarom Nederlandse vrouwen zulke grote borsten hebben? Omdat de mannen zo'n grote mond hebben”, lachend pakt hij nog een donker biertje voor de vaste klant. De Nederlanders en de Belgen in het grensgebied kunnen niet nalaten om de ander af en toe te pesten. Toen België op het wereldkampioenschap voetbal in 1994 Oranje met één-nul versloeg vertrok een aantal auto's direct met gele Vlaamse vlaggen de grens over naar Wernhout. Lang zijn ze er niet geweest.

Een groepje Nederlandse jongens kan het voorval zich nog goed herinneren. Ze zitten op straat te genieten van de zon die een warme deken over Wernhout heeft gelegd. “We hebben toen elke Belgische auto die langs kwam bestookt met emmers water. Nou die waren snel vertrokken. Met voetbal is het hier even haat en nijd, maar voor de rest worden mensen vaker uitgelachen om de gezelligheid dan dat het gemeend is”, zegt een jongen van een jaar of zeventien. De jongeren gaan regelmatig naar het land van de zuiderburen om uit te gaan. De verschillen met de 'frietzakken' zijn volgens hen duidelijk aan te geven. De mensen van vijf kilometer verderop zijn anders gekleed, het uiterlijk wijkt af en ze spreken anders. “Ze hebben het over taskes, camions en velo's. Wij zeggen gewoon kopjes, vrachtwagens en fietsen. Nee, we nemen geen woorden van elkaar over. Wij zijn Nederlanders die hier naar school gaan, hier onze dokter en onze tandarts hebben. Ik heb ook geen Belgische vrienden, maar ja, je komt elkaar natuurlijk wel regelmatig tegen als je zo dicht bij elkaar woont”, zegt de jongen.

In Wernhout lopen de elektriciteitsdraden ondergronds, de huisjes staan keurig in een rijtje langs de hoofdstraat en de voorrangsborden zijn oranje in plaats van geel. Aan de rand van Nederland staat de rooms-katholieke kerk die de naam 'Onze Lieve Vrouw van Altyd Durenden Bystand' draagt. De 70-jarige Kees Dictus staat het tuintje voor de kerk te schoffelen. Hij heeft er bijna al een heel leven aan de grens opzitten. “De tijden zijn veranderd”, zegt hij. Dictus had vroeger als kruidenier wel eens een omzet van honderdduizend gulden aan Franken. “Ja boter dat was hier vroeger goedkoper en van betere kwaliteit. Dat kwamen ze altijd hier halen. Nee nu niet meer, het is nu overal hetzelfde”, zegt hij. Toen de E10 nog als de route was om via Wernhout en Wuustwezel van Breda naar Antwerpen te rijden was er meer leven in de Brabantse dorpjes. “Het is nu heel rustig”, vervolgt hij. Op zaterdag en zondag gaan de mensen nog wel eens een tochtje maken en bezoeken dan een kerkdienst in één van de Vlaamse buurgemeenten. “Je hebt daar nog echte paters en heilige missen, dat kennen ze hier niet meer. Er zijn wel eens zeven missen in een weekeinde, dat brengt veel Franken in het laatje voor de paters. Al zeggen ze wel eens dat die Hollanders altijd maar één schrale Frank in de collecte zak doen.” Een Vlaming leeft volgens Dictus meer van dag tot dag, terwijl de Nederlander altijd vooruit denkt. Gina en Angela die bij de warme bakker aan de Wernhoutsestraat werken kunnen dat wel beamen. Ze hebben een aantal vaste Vlaamse klanten van over de grens die zweren bij het Nederlandse brood. “Die komen hier gericht heen. Ze kopen wat ze willen en vertrekken weer”, zegt Angela. In de vitrines liggen naast de broden ook Belgische koffiekoeken. In België zijn die nergens te krijgen.

De grens tussen Wernhout en Wuustwezel is meer dan een blauw bordje en een stippellijntje op de kaart. De lijn verdeelt twee verschillende volken met hun eigen gewoontes en gebruiken. Het is door de week vredig en rustig in de grensdorpjes. In de weekeindes willen 'Hollanders van boven de Moerdijk' nog wel eens voor onrust zorgen bij de dancings net over de Belgische grens. Club X is al een tijdje gesloten geweest vanwege gebruik van XTC. Ook de invasie van de Nederlandse fiscale vluchtelingen valt niet bij alle Belgen in goede aarde. “Ze betalen geen gemeentebelasting hier in Wuustwezel”, zegt Groenteboer Augustijns, “dat klopt natuurlijk niet. Daar moet eigenlijk iets aan gedaan worden. Wij zeggen hier wel eens: 'Een Nederlander die over de grens de kost gaat verdienen, dat is stront aan de knikker'. Maar de rivaliteit zit bij ons ergens diep weggestopt.” De Wuustwezelnaars en de Wernhouters zijn beide Brabanders, maar in de eerste plaats blijven ze Belg en Nederlander. Dat moet volgens de 'Frietzakken' en de 'Kaaskoppen' ook zo blijven.

    • Koen Greven