Indonesië maakt woeligste tijd sinds jaren door

JAKARTA, 29 JULI. De bestorming van het PDI-hoofdkwartier en de golf van woede-uitbarstingen die daarna het centrum van Jakarta overspoelde, vormden het gewelddadige hoogtepunt van zes weken politieke onrust, de woeligste episode die Indonesië in tientallen jaren heeft gekend.

Die onrust is in juni ontketend door een in samenwerking van PDI-dissidenten, het ministerie van binnenlandse Zaken en de legertop belegd congres dat Megawati Soekarnoputri Kiemas, de populairste voorzitter die de PDI ooit heeft gehad, afzette en verving door haar voorganger als partijleider, Soerjadi.

De opening van het congres op 20 juni ging vergezeld van een grote protestdemonstratie in Jakarta, waarin naar schatting vijfduizend sympathisanten van Megawati meeliepen. Die betoging liep uit op een gewelddadig treffen tussen betogers en militairen, waarbij tientallen gewonden vielen. In de dagen daarna is er overleg gevoerd tussen Megawati, loyale medebestuurders van de PDI en de militaire commandant van Jakarta, generaal-majoor Sutiyoso. De generaal suggereerde de oppositieleidster dat haar aanhang, indien zij zich verder zou onthouden van straatdemonstraties, uitdrukking kon geven aan haar onlustgevoelens op het terrein voor het partijgebouw.

Megawati en haar medestanders wezen de besluiten van 'Medan' als 'onwettig' van de hand, beschouwden zichzelf nog steeds als het voor de periode 1993-1998 verkozen PDI-bestuur en weigerden het partijbureau in Jakarta over te dragen aan de groep-Soerjadi. Het gebouw werd aan de voorkant voorzien van spandoeken met leuzen als 'Mega aan de kant? - Over ons lijk' en op het voorplein, binnen de muren, werd een podium opgetrokken waar zes weken lang dagelijks politieke redevoeringen zijn afgestoken, liederen gezongen en gebeden uitgesproken door een ieder die dat wenste. Behalve Megawati, haar medebestuurders en andere PDI-kaders spraken daar ook leden van actiegroepen die opkomen voor democratie en de rechten van de mens en felle critici van de regering als de Javaanse ziener Permadi en Wimanjaya, auteur van een 'zwartboek' over president Soeharto.

Dit 'vrije podium' aan de Diponegorostraat - Diponegoro was een Javaanse prins die rebelleerde tegen het Nederlandse gezag - groeide uit tot het symbolische centrum van de Indonesische oppositie. De honderden 'Mega'-aanhangers in het partijbureau, die er dag en nacht de wacht hielden om te voorkomen dat Soerjadi c.s. het pand zouden overnemen, werden dagelijks gefourageerd door sympathisanten; de collectebus bij de poort was steeds goed gevuld.

Op 22 juli sprak de chef sociaal-politieke zaken van de strijdkrachten, luitenant-generaal Syarwan Hamid, een zaal met regeringsgetrouwe jeugdorganisaties toe, onder wie de Pemuda Pancasila (Pancasila Jeugd), de gewapende arm van regeringspartij Golkar. Bij die gelegenheid noemde de generaal het vrije podium aan de Diponegorostraat een “embryo van subversie”. Een paar dagen later vergeleek staf-chef generaal Feisal Tanjung de acties van de Megawati-aanhang met die van de in de jaren zestig bloedig geliquideerde communistische partij, de PKI. Dit zijn code-woorden in Indonesië. Als generaals deze termen in de mond nemen, trekken ze een streep.

Een ingreep kon niet lang meer uitblijven, maar stuitte nog op twee obstakels. Van 20 tot 25 juli vergaderden in Jakarta, onder het toeziend oog van de internationale pers, de zeven ministers van de Associatie van Zuidoostaziatische landen (ASEAN) en hun gesprekspartners, waaronder de Verenigde Staten en de Europese Unie. Bovendien had president Soeharto Soerjadi nog steeds niet in audiëntie ontvangen, een gebruikelijk ritueel als één van de legale partijen een nieuwe voorzitter kiest. Zonder een dergelijke knik van het staatshoofd miste de legertop het politieke mandaat om tot actie over te gaan.

Op maandag 22 juli gaf Megawati een persconferentie. Een dag eerder had zij een ontmoeting met de Amerikaanse dominee Jesse Jackson. Volgens welingelichte kringen in Jakarta vond Soeharto dat Megawati op deze manier de Indonesische vuile was buiten hing en dit zou hem hebben bewogen de knoop door te hakken. Op donderdag ontving hij Soerjadi en tien leden van diens bestuur.

Het vijandbeeld was opgeroepen, de generaals waren gereed en de president had geknikt. Besloten werd de aanval op het rebelse hoofdkwartier in te zetten op zaterdagmorgen, ruim een dag na vertrek van de ASEAN-kolonne en één dag voor Maulud, de geboortedag van de profeet Mohammed, een nationale feestdag waarop in Indonesië geen kranten verschijnen.