'Ik ben de lelijkste, maar ook de snelste'

ATLANTA, 29 JULI. Het olympische koningsnummer, de 100 meter voor mannen, duurde deze keer geen krappe tien seconden, maar ruim tien minuten. Het oponthoud werd veroorzaakt door drie valse starts en de diskwalificatie van Linford Christie. Het had bij elkaar ook wel een uur mogen duren. Het was een bijzonder boeiend spektakel dat eindigde met een fantastisch wereldrecord van Donovan Bailey (9,84). “Ik ben de lelijkste sprinter ter wereld, maar ook de snelste”, zei de 28-jarige winnaar.

Bailey volgt Christie op als olympisch kampioen. De onttroonde Brit had lang getwijfeld of hij wel aan de sprint in Atlanta zou meedoen. Maar hij bekeek de race uiteindelijk met ontbloot bovenlijf van achter de startblokken. Christie, lopend in baan 2, was tot twee keer toe als eerste uit het startblok, maar werd ook twee keer teruggeschoten. Hij zei het niet te begrijpen. Ook na het bekijken van de beelden was hij niet overtuigd van zijn overtreding. “Vooral de tweede keer was ik gewoon snel weg!”

Twee valse starts - de apparatuur meet het moment dat de voet geen druk meer uitoefent op het startblok - betekenen diskwalificatie, maar Christie weigerde de baan te verlaten. Hij maakte zelfs aanstalten om weer mee te gaan lopen. Niemand van de andere zeven finalisten zei wat of deed wat. Het zou alleen maar de concentratie verstoren. Marsh ging achter zijn startblok zitten, Boldon en Green erop en Christie volgde hun voorbeeld. De anderen drentelden een beetje heen en weer. Het was hoofdscheidsrechter John Chaplin die een einde maakte aan deze vreemde status quo. Hij kwam met een imposante band om de arm de baan opgelopen en toonde Christie de rode kaart.

De titelhouder schudde het hoofd, spreidde demonstratief de armen en liep weg. Uit frustatie gooide hij later zijn spikes in een vuilniszak. Christie liep nog wel een ereronde langs de tribunes. Iets wat zelden is vertoond door iemand die niet had meegedaan. “Ik ben nog steeds de grootste atleet die er is”, blufte hij een dag later. “Daar verandert één wedstrijd niets aan.” Misschien kwam het Christie niet eens zo slecht uit dat hij niet mocht meelopen. Hij had nooit zo snel kunnen zijn als Bailey.

Naderhand werd Christie door zijn collega-sprinters bekritiseerd voor zijn houding. Ze noemden hem onsportief en Dennis Mitchell, die als beste Amerikaan slechts vierde eindigde, sprak van “een schande”. Ado Boldon, winnaar van het brons, kwam huilend van de baan en zei dat Christie geen respect voor hem en de anderen had getoond. In de catacomben van het stadion kwam de veteraan verhaal halen bij Boldon. “Wat heb jij over mij gezegd?” Medewerkers van de organisatie voorkwamen een ruzie.

Later zwakte Boldon zijn woorden af. “Het was niet mijn bedoeling Linford te beledigen. Natuurlijk niet. Hij is één van de redenen dat ik ben gaan sprinten. Hij is er ook niet de schuld van dat ik last van het oponthoud heb gehad. Dat heb ik mezelf aangedaan. Noem het maar onervarenheid. Ik was de jongste deelnemer in de finale. Ik zal nog veel leren.”

Natuurlijk had de winnaar een andere versie. Donovan Bailey beweerde dat hij niet wist dat Christie twee valse starts had gemaakt en hij zei juist zijn voordeel uit het oponthoud te hebben gehaald. “Ik kon die tijd gebruiken om rustig te worden.” Want dat was zaterdagavond zijn strategie. Relax and go home!

Bailey liep, om zijn woorden te gebruiken, op fantastische wijze naar huis. Hij was na de afgelopen maanden en de drie 100 meters in de olympische voorrondes geen favoriet. Die rol was weggelegd voor Frankie Fredericks die dit seizoen ongeslagen was gebleven op de sprint. De bedaarde Namibiër liep in Lausanne bijna een wereldrecord en bleef in de tweede ronde en halve finale in Atlanta ook weer onder de tien seconden. Dat gold ook voor Boldon. Daarom zou, zo was de verwachting, de strijd om goud gaan tussen Fredericks en Boldon.

Bailey liep in de schaduw van de favorieten. Hij won verleden jaar de wereldtitel, maar de kenners vroegen zich af of dat niet een uitschieter was geweest. Zijn tijden in de drie races voor de finale waren ook niet opvallend: 10,24, 10,05 en 10,00. “Ik heb niet op de anderen gelet. Ik heb gelopen wat ik moest lopen. Ik heb steeds na zeventig meter ingehouden. Alleen in de finale niet! Ik wist dat ik een goede kans zou maken. Mijn versnelling was goed.” Meteen na de halve finale, waarin hij van Fredericks verloor, schreeuwde hij dan ook opgewonden naar de mensen langs de baan: “I am ready, I am ready.” Bijna niemand geloofde hem.

Bailey is een matige starter. Hij was in de finale zelfs als langzaamste weg. Hij moest veel goedmaken en dat deed hij vooral in de laatste dertig meter. Hij passeerde eerst Mitchell, daarna Boldon en vlak voor de meet ook nog Fredericks die naast hem op baan vijf liep. De ontlading bij Bailey was bijna angstaanjagend. Hij sperde ogen en mond wijd open en schreeuwde het uit.

Het was eigenlijk geen wonder dat Bailey zo hard liep, want hij vertegenwoordigde twee landen. Hij komt voor Canada uit, liep zijn ereronde ook met die nationale vlag, maar hij is geboren en getogen in Jamaica. “Ik ben een Jamaicaan. Daar komt ik vandaan. Dat is mijn land. Ik ben een Jamaicaanse Canadees.” En kijkend in de camera van de televisieomroep uit zijn geboorteland: “Dit is ook voor jullie!” Boldon vergrootte het Jamaicaanse aandeel nog meer. “Mijn moeder komt uit Jamaica”, zei de sprinter die uit Trinidad en Tobago komt.

Na de diskwalificatie van Ben Johnson in Seoul heeft Canada acht jaar later toch zijn olympische sprinttitel. Natuurlijk kreeg Bailey een vraag over zijn gedrogeerde landgenoot. “Ik zal altijd worden geconfronteerd met de naam van Ben Johnson. Maar ik ben anders. Ik ben Donovan Bailey en ik ben olympisch kampioen!” Hij vierde zijn gouden medaille 's avonds in een hotel waar hij een grote sigaar opstak. De laatste keer dat hij dat had gedaan was twee jaar geleden na de geboorte van zijn dochter.

    • Hans Klippus