Geweld gaat ook onder Buyoya door

BUJUMBURA, 29 JULI. Twee leden van Tutsi-milities hielden de armen en benen van de jonge Hutu stevig vast. Een derde begon met een kapmes op de hevig tegenstribbelende jongen in te hakken. Eerst op zijn gezicht, toen op zijn benen en ten slotte op zijn buik. Na een laatste grote snee in de zachte onderbuik zakte de jongen dood ineen. Enkele soldaten van het vrijwel uitsluitend uit Tutsi's samengestelde regeringsleger keken gelaten toe.

Talrijke ooggetuigen aan de rand van Bujumbura bevestigen deze moordpartij die afgelopen donderdag in Muyaga, een buitenwijk van de Burundische hoofdstad Bujumbura, plaatshad. Na de grootschalige etnische zuiveringen van vorig jaar leven Hutu's alleen nog in de periferie van Bujumbura. De gewelddadigheden in Muyaga afgelopen donderdagochtend - enkele uren voordat Pierre Buyoya de macht greep - waren een alledaagse gebeurtenis, vertellen buurtbewoners. “Vrijwel ieder weekeinde voeren soldaten en milities dit soort slachtpartijen onder Hutu's uit”, zegt een oude man.

De aanleiding voor de moordpartij van donderdag was een overval - volgens bewoners uitgevoerd door gewone Hutu-dieven en niet door rebellen - op een zakenman in de buurt van Muyaga. Bij de overval werd een granaat gegooid en een vrachtwagenchauffeur verloor daarbij het leven. Het slachtoffer was een Tutsi. “Als er één Tutsi wordt vermoord, dan moeten er tien Hutu's dood. Dat is het patroon”, zegt een Hutu-intellectueel in de buitenwijk. Op wraak beluste leden van Tutsi-milities, trokken, gevolgd door regeringssoldaten, Muyaga binnen en begonnen in het wilde weg te schieten. Over het aantal slachtoffers - tussen de tien en twintig - lopen de meningen uiteen.

Enkele inwoners willen me naar de graven van de slachtoffers leiden. Een groepje soldaten heeft ons echter in het vizier gekregen. Op abrupte wijze komt er een einde aan de speurtocht. “Journalisten hebben hier niets te zoeken”, blaft een soldaat en hij neemt met zijn geweer een houding aan van: als je nog een meter verdergaat, schiet ik.

Al maanden hebben dergelijke wraakacties van Tutsi-milities en soldaten plaats tegen Hutu-burgers. De staatsgreep van donderdag heeft daaraan geen einde gemaakt. Als ik Muyaga verlaat komen enkele angstige Hutu's de heuvels afrennen. “Vanmorgen kwamen ze weer”, hijgt een vrouw. “De soldaten begonnen in het rond te schieten. Iedereen sloeg op de vlucht.”

Vrijwel alle Tutsi's - en de nieuwe president Pierre Buyoya vormt daarop geen uitzondering - menen dat de Hutu-guerrillabewegingen uit zijn op een genocide onder de Tutsi-bevolking. Verschil tussen een Hutu-guerrillastrijder en een Hutu-burger maken de Tutsi's niet meer. En inderdaad vervaagt dat verschil ook in toenemende mate. Door het grove optreden van het leger neemt de steun onder de Hutu-bevolking voor de guerrillabewegingen razendsnel toe. De staatsgreep van de Tutsi Buyoya tegen de Hutu-president Ntibantunganya dreigt die ontwikkeling te versnellen. De dag na de coup verlieten volgens inwoners veertig Hutu's hun middelbare school bij Muyaga en trokken naar een rebellenkamp op tien kilometer afstand in de heuvels.

Op zoek naar een ander bloedbad onder Hutu's in een dorpje bij Bujumbura probeer ik me met mijn Tutsi-chauffeur Jean buiten de stad te begeven. Halverwege de top van de heuvels houden soldaten ons tegen. We worden tijdelijk vastgehouden. Op de terugweg schieten we enkele in vodden gestoken Hutu-boeren aan die de heuvels intrekken. Wat is hun reactie op de machtsovername door Buyoya? Ze kijken angstvallig naar mijn Tutsi-begeleider Jean. Eerst komt er geen antwoord. Tot een Hutu-vrouw haar geduld verliest. Ze begint hevig te gebaren. “Buyoya stal de macht van ons Hutu's door Ntibantunganya af te zetten. Buyoya zal doorgaan met het doden van Hutu's.” Jean trekt me aan de arm, sleurt me de auto in en scheurt weg. “Je kan ze niet vertrouwen, die Hutu's, misschien verbergen ze granaten in hun broek. Zij gaan met de rebellen om.”

“Wij Hutu's kunnen nooit met luide stem onze mening verkondigen”, verzucht een Hutu-onderwijzer elders aan de rand van de stad op de vraag wat hij van de militaire coup vindt. “Wij hebben geleerd alleen in ons hart te reageren.” Op de geheime plaats waar we hebben afgesproken, stemmen de omstanders met hem in. Zij veroordelen allen Buyoya's staatsgreep. “De Tutsi's denken nog steeds dat zij de enige intelligente Burundiërs zijn en dat zij daarom het land mogen besturen”, meent een andere aanwezige. Maar is Buyoya dan geen gematigde Tutsi met invloed op het leger? Zou hij niet in een poging tot verzoening de Hutu-burgers gaan beschermen? Het antwoord volgt onmiddellijk. “Hoe kan hij ons beschermen als hij nooit Hutu's in het leger heeft willen opnemen ook niet toen hij eerder president was? Als Buyoya aan de macht blijft, zal Burundi exploderen.”

De aanwezigen menen dat de coup de Hutu's verder zal radicaliseren. “We willen op democratische wijze onze rechten verkrijgen, maar die mogelijkheid wordt ons ontnomen. Wij zullen ons aansluiten bij de guerrillabewegingen. De rebellen maken deel uit van het volk”, zegt een ander. Betekent dit meer bloedbaden van Hutu-strijders tegen de Tutsi-minderheid, zoals ruim een week geleden onder Tutsi-burgers in Bugendana? Niemand van de aanwezigen probeert dergelijke misdaden van Hutu-rebellen te ontkennen. “Je moet onze frustraties begrijpen”, luidt hun antwoord. “Na vele jaren van onderdrukking zijn onze frustraties zo verschrikkelijk groot. Zovelen van ons Hutu's werden gedood. De bloedbaden onder de Tutsi's zijn een impulsieve reactie van gefrustreerde Hutu's.”

    • Koert Lindijer