Einde hongerstaking Turkse gevangenen

ANKARA, 29 JULI. Ondanks het besluit, zaterdag, van de Turkse hongerstakers om hun actie te beeindigen wordt nog altijd gevreesd voor het leven van ten minste acht van hen. De acht zijn in kritieke toestand in ziekenhuizen opgenomen. Ze maken deel uit van een groep van ruim 170 hongerstakers die zodanig zijn ondervoed dat ze specialistische medische hulp nodig hebben. De resterende hongerstakers worden in de gevangenissen zelf behandeld.

De hongerstaking voor verbetering van de leefomstandigheden in de Turkse huizen van bewaring heeft ruim twee maanden geduurd. De protestactie heeft tot nu toe het leven gekost aan twaalf politieke gevangenen, veelal behorend tot illegale extreem-linkse groeperingen.

Aan de belangrijkste eis van de hongerstakers (het opnieuw sluiten van de beruchte strafinrichting in Eskisehir, bijgenaamd de doodskist, ten oosten van Istanbul) is niet voldaan. Wel heeft de Turkse minister van Justitie, Sevket Kazan, toegezegd dat alle 102 politieke gevangenen die daar vastzitten worden teruggebracht naar huizen van bewaring in Istanbul, twintig van hen zelfs naar de omstreden Umraniye-gevangenis. Bovendien heeft hij hervormingen van het gevangenisregime in het vooruitzicht gesteld. Deze betreffen met name politieke gevangenen wier rechtszaak nog loopt. Zij zullen voortaan opnieuw in gevangenissen dichtbij hun woonplaats worden opgesloten, waardoor ze hun rechtszittingen kunnen bijwonen, regelmatig contact kunnen hebben met hun advocaten en bezoek kunnen ontvangen.

De toezeggingen van Kazan leidden zaterdagnacht tot een doorbraak in de ruim twee maanden oude crisis. Eerder nog had Kazan gedreigd de gevangenissen te laten bestormen als de hongerstakers hun actie niet vrijwillig zouden beëindigen.

In Istanbul, met name rondom de Bayrampasa-gevangenis, van waaruit de hongerstaking werd geleid, werd zelfs zaterdagavond nog serieus rekening gehouden met de mogelijkheid dat de religieus-fundamentalistische bewindsman de daad bij het woord zou voegen.

Pagina 4: Urenlang overleg met hongerstakers

Een vertegenwoordiger van de moslim-fundamentalistische Welvaartspartij, de belangrijkste partner in de regeringscoalitie met de conservatieve Partij van het Juiste Pad (DYP), de parlementariër Mukadder Basegmez, voerde in opdracht van de minister van Justitie zaterdag urenlang overleg in de Bayrampasa-gevangenis. Aan het eind van de dag werd een bemiddelingsteam gevormd, onder meer bestaande uit de internationaal bekende schrijver Yasar Kemal, de zanger-componist Zülfü Livaneli en de blinde advocaat Esber Yagmurdereli, die ruim veertien jaar gevangen heeft gezeten.

Kemal en Livaneli haddden in contacten met de regering en justitie al eerder pogingen ondernomen om een oplossing te vinden voor de hongerstaking. Kemal vergeleek de levensomstandigheden in de Turkse huizen van bewaring vorig week met die “in de hel”. Hij ontkende dat de hongerstakers met hun actie een politiek doel nastreefden, zoals de Turkse minister van Justie steeds heeft benadrukt. “Het gaat hun wel degelijk om een humaner beleid in de gevangenis”, aldus de schrijver.

Het bemiddelingsteam gaat tevens toezien op de naleving van de door de minister van Justitie gedane toezeggingen aan de politieke gevangen, 8.900 van de in totaal 53.000 gedetinerden in Turkije. De rechtzaak tegen ruim 5.000 van hen is nog steeds niet afgerond. Kazan heeft beloofd te streven naar een snellere afronding van de processen tegen politieke activisten, die nu vaak jarenlang duren.

De religieus-fundamentalisische bewindsman koos aanvankelijk voor de harde lijn van zijn voorganger, de huidige minister van Binnenlandse Zaken en voormalig hoofd van de politie Mehmet Agar, die in mei enkele decreten afkondigde om de macht van de extreem-linkse illegale organisaties in de Turkse huizen van bewaring te breken. Tot zaterdagavond hield Kazan vol dat de hongerstaking plaatshad op instigatie van politieke leiders in enkele huizen van bewaring, die hun mede-gevangenen onder druk zetten om tot de dood te vasten. Hij vergeleek sommige strafinrichtingen, met name Bayrampasa en Umraniye in Istanbul en Buca in Izmir aan de westkust, met “opleidingscentra voor terroristen”. Kazan stemde uiteindelijk toch in met de eis van de actievoerders om twintig politieke gevangenen vanuit Eskisehir naar de strafinrichting in Umraniye in Istanbul over te brengen, omdat hij volgens eigen zeggen zo wilde voorkomen dat “een enkel detail de totale oplossing in de weg zou staan, en dat op geboortedag van de profeet Mohammed”. Die geboortedag werd zaterdag door moslims herdacht.

De algemene indruk is dat wel degelijk ook de toenemende druk in de afgelopen dagen, met name vanuit het Westen, om de hongerstaking tot een einde brengen en het oplopen zaterdag van het dodental onder de hongerstakers tot elf bepalend zijn geweest voor de uiteindelijk opstelling van de door de religieus-fundamentalistische Welvaartspartij geleide regering. Ook zij prefereerde een compromis met de hongerstakers boven een bestorming van de gevangenissen, wat tot tientallen doden onder de actievoerders zou hebben geleid. Het imago van de politieke islam, die voor het eerst aan de macht is in Turkije, zou hierdoor sterk worden aangetast. De doorbraak zaterdagnacht tussen de regering en de hongerstakers moet dan ook deels op het conto van premier Erbakan, de leider van de Welvaartpartij, worden geschreven. Erbakan heeft er gedurende de verkiezingscampagne eind vorig jaar sterk op gehamerd dat bij het aan de macht komen van de politieke islam in Turkije sterker de nadruk zou worden gelegd op de naleving van de mensenrechten.

    • Froukje Santing