Beurs overweegt beroep in CSM-kwestie

AMSTERDAM, 29 JULI. Het bestuur van de Amsterdamse effectenbeurs overweegt hoger beroep aan te tekenen in de eerder verloren rechtszaak over de beschermingsconstructie van voedingsbedrijf CSM tegen een eventuele vijandige overname.

De rechter stelde de beurs in mei in het ongelijk in een slepende juridische twist over de reikwijdte van de noteringsovereenkomst tussen beurs en CSM. Op basis van deze overeenkomst is de beursnotering van een bedrijf geregeld.

Het dagelijks bestuur van de Amsterdamse effectenbeurs heeft eigen juristen en zijn externe advocaat opdracht gegeven voorbereidingen te treffen voor de stap naar het gerechtshof. “We overwegen een hoger beroep zeer nadrukkelijk, maar hebben de daad nog niet bij het woord gevoegd”, aldus een beurswoordvoerder. “Gezien het principiële karakter van de zaak, over de reikwijdte van een noteringsovereenkomst, willen wij tot in hoogste instantie een oordeel.” De beurs heeft daartoe de tijd tot half augustus. “Die termijn zullen we maximaal benutten.”

Het conflict tussen beurs en CSM draait om de mate waarin beursgenoteerde ondernemingen zich met juridische middelen mogen verdedigen tegen een overname die het ondernemingsbestuur ongewenst vindt. CSM kent niet-royeerbare certificaten van aandelen die de belegger geen enkele zeggenschap geven. Ze zijn inmiddels voor nieuwe beursfondsen verboden.

CSM, aan het eind van de jaren zeventig mikpunt van een vijandige overnamepoging, wil de niet-royeerbare certificaten niet opgeven. De effectenbeurs heeft daarop officieel per 1 juni 1994 de noteringsovereenkomst met CSM verbroken, maar de uitvoering van dat besluit, het verwijderen van het fonds uit de dagelijke beursnotering, opgeschort totdat de rechter daarover geoordeeld heeft.

De rechter gaf CSM in mei gelijk. In juli vorig jaar behaalde het concern in deze affaire ook al een overwinning op de beurs. Toen verklaarde de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) de beslissing van september 1994 nietig om CSM daadwerkelijk uit de notering te halen. De STE houdt in Nederland namens de minister toezicht op de financiële markten. Ook tegen de STE-uitspraak heeft de beurs hoger beroep aangetekend, bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. Die procedure loopt nog.

Inmiddels hebben de effectenbeurs, de belangenvereniging van aan de beurs genoteerde bedrijven en minister Zalm van Financiën een compromis gesloten over beschermingsconstructies. Dat komt erop neer dat die constructies toegestaan blijven, maar dat de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof constructies op verzoek van een investeerder en na toetsing van diens overwegingen aan het beleid van de directie buiten werking kan stellen.