Beschaafd speculeren

Banken, verzekeraars en andere geldbedrijven exploiteren honderden verschillende beleggingsfondsen. Dat zijn bedrijfjes die geld aantrekken van kleine en grote beleggers en dat bundelen tot een groter bedrag. Ze investeren die inleg in bedrijven, lenen het uit aan overheden en ondernemingen of doen er iets anders mee.

Bedrijven richten graag beleggingsfondsen op omdat ze daarmee op een makkelijke manier geld verdienen. Lopen ze dan geen beleggingsrisico's? Nee, want de inleggers/deelnemers draaien op voor de verliezen en profiteren natuurlijk ook van de winsten.

Een fonds werkt in grote lijnen als volgt. De beheerder/manager waakt over het geld en verdeelt dat over enkele, tientallen, honderden of soms duizenden effecten. De ontvangen dividenden en renten worden bijna altijd uitgekeerd als belastbaar dividend; om fiscale redenen kan men voor andere oplossingen kiezen.

Door een brede spreiding worden koersverliezen en -winsten afgezwakt: verlies op een of meer fondsen wordt gecompenseerd door winst op andere en andersom. Dat heet risicospreiding. Iemand met een paar duizend gulden kan zijn bezit niet zo breed spreiden. Bovendien heeft hij vaak te weinig kennis, ervaring en tijd om het bedrijfsleven en de financiële wereld goed te volgen. Dan betekent zo'n fonds een uitkomst: je laat het denkwerk over aan vaklui. Daarom wijzen beleggingsfondsen ons voortdurend op de eenvoud van hun aanpak (u hoeft alleen maar geld te storten) en de deskundigheid van hun fondsbeheerders.

Doen die experts hun werk allemaal even goed? Nee. Het blijkt dat de rendementen (som van koerswinst en dividend) van de beste tien fondsen die beleggen in aandelen (bron: Consumentengeldgids augustus) over de laatste acht jaar uiteenlopen van 10 procent (ABN Amro Aandelenfonds) tot de beste met 17,5 procent per jaar (ING Bank Dutch Fund). Dit zijn percentages na aftrek van 40 procent inkomstenbelasting over de dividenden.

Door de verschillen in opbrengsten is de keuze van het juiste fonds erg belangrijk. Echter: door het enorme aanbod ziet geen hond door de bomen het bos meer. De afdeling Beleggingsfondsen van bank Mees Pierson helpt daarom cliënten die een portefeuille met meer fondsen willen aanhouden met een selectie van honderd binnen- en buitenlandse fondsen die beleggen in de categorieën aandelen, obligaties, onroerend goed of liquiditeiten, en volgens minder gevolgde strategieën in andere beleggingsfondsen, opties, termijncontracten en dergelijke.

Wie wil beleggen in fondsen moet dus eerst kiezen uit een of meer van die vijf hoofdgroepen en daarna voor een of meer fondsen. Maar dat is niet alles. Het menu van Mees dwingt tot meer keuzen.

Stel dat je kiest voor aandelen, wat voor de lange termijn gebruikelijk is. Dan kan je tien kanten op: wereldwijd, Europa, Nederland, Noord-Amerika, Verre Oosten inclusief, Japan, Verre Oosten exclusief Japan, emerging markets (dat zijn in het betreffende fonds van Robeco vooral: Maleisië, Brazilië en Zuid-Afrika), Zuid-Amerika en twee speciale fondsen.

De volgende stap betreft het risico. De bank definieert dat als de mate waarin de waarde van een fonds fluctueerde in de afgelopen 36 maanden. Hoe hoger het risico, hoe hoger de fluctuaties. Meestal betekent een hoog risico in het verleden ook een risico in de toekomst. Aan de hand van het risicocijfer verdeelt de bank alle fondsen in zes klassen; nummer 1 bevat de fondsen met een zeer laag risico; op jaarbasis is de kans op een negatief rendement uitgesloten. In nummer 6 treden zeer grote koersschommelingen op - voorzichtig hiermee, waarschuwt Mees.

Moet je risico's uit de weg gaan als het gaat om een klein deel van een portefeuille dat niet op korte termijn voor een ander doel nodig is? Nee, een alerte belegger koopt op een vermeend dieptepunt en verkoopt op een vermeende top. Zo geredeneerd biedt een dartel fonds meer kans op koerswinst dan een brave gelijkblijver.

Hoe verdeelt de bank de aandelenfondsen over de risicoklassen? In 1 en 2 zitten geen aandelen, in 3 alleen het Postbank Aandelenfonds, de meeste zitten in 4 net als de onroerend-goedfondsen en in 5 komen de Verre Oosten- en enkele Japan-fondsen. In klasse 6 zitten er drie: Fidelity Asean Fund, IS Himalayan Fund (vooral India) en Fleming Latin American Fund. Een belegger die het gedrag van deze markten zelf eens wil ondervinden, die beschaafd en ingetogen wil speculeren - zeg voor 100 gulden per maand en tien jaar lang - kan overwegen deel te nemen in een van die fondsen. Eind juni stonden deze drie onder aan de ranglijst (gezien hun hoge risico) met een jaarlijks rendement (over 3 jaar) van respectievelijk 15,4, 15,4 en 2,1 procent. Dat is echter zonder rekening te houden met tussentijdse aan- en verkopen.

    • Adriaan Hiele