ANTON BRUCKNER

Bruckner: Symphony no. 0. Chicago Symphony Orchestra o.l.v Solti (Decca 452 160-2)

De Nulde symfonie van Bruckner is een merkwaardig geval. Door dat idiote nummer, dat de componist er achteraf bij het ordenen van zijn werken zelf aan gaf, zijn veel dirigenten geneigd het werk over te slaan. Ten onrechte, want Bruckners eerste serieuze symfonie, begonnen vlak nadat hij in 1863 een soort 'studie symfonie' voltooide, is veel meer dan een jeugdzonde. Het is dan ook vreemd dat Bruckner de symfonie nooit de moeite van het uitvoeren waard vond - maar kennelijk ook niet slecht genoeg om hem helemaal geen plaats in de definitieve werkenlijst te gunnen.

Na zijn officiële Eerste symfonie, pakte Bruckner in 1869 aanvankelijk de draad van de Nulde weer op, maar twee jaar later begon hij aan zijn Tweede en daarna heeft hij nooit meer aan de Nulde gewerkt, ook niet toen hij aan het eind van zijn leven veel werken nog één keer reviseerde. Het gevolg van die houding van Bruckner is dat de symfonie pas in 1924, bij de herdenking van de honderdste geboortedag van de componist, in première ging.

Dirigent Georg Solti heeft zich gelukkig niets van Bruckners eigen aarzeling aangetrokken. Hij voltooide zijn Bruckner-cylcus bij The Chicago Symphonie Orchestra, het orkest waarvan hij tot 1991 chefdirigent was, met een opname van de Nulde.

Solti, inmiddels 84 jaar, zal wel nooit de magie bereiken van grote dirigenten als Klemperer of Furtwängler. Daarvoor is hij te nuchter, te recht-door-zee. Maar voor de vroege Bruckner is dat een uitstekende benadering. Hij geeft de muziek een verrassende lichtheid en helderheid, zonder dat de orkestrale warmte ontbreekt. Dat laatste is overigens ook te danken aan de voorbeeldige opname.

Komend najaar verschijnt Solti's Bruckner-cyclus als complete set. Dat zal wel de reden zijn geweest om geen kort orkestwerk toe te voegen, ook al staat er daardoor op deze cd nog geen veertig minuten muziek.