Absurdistische taferelen op Atlantische Oceaan

De zeilers worden gevolgd door een armada van juryboten, persboten, toeschouwersboten en marine-schepen met zwaar bewapende mannen aan boord. “Mogen we uw identiteitskaart even zien.”

SAVANNAH, 29 JULI. Het is nog donker, maar om zes uur in de ochtend staat er toch al een fikse file. Een opflikkerend schijnsel dat in de verte boven de weg hangt, blijkt afkomstig van kriskras geparkeerde politiewagens die met hun blauwe zwaailichten het verkeer opwachten. Overal staan agenten en soldaten. Er hangt een sfeer van grimmige paniek. De autoradio vermeldt dat er een bom is ontploft in het olympisch park.

Controle. Iedereen moet zijn olympische identiteitskaart laten zien. Die kaart is hier meer waard dan een paspoort. Wie mag doorrijden, bevindt zich even later op wat bekend staat als the longest drive in America. Het is Interstate 75, een 400 kilometer lange snelweg die kaarsrecht van Atlanta naar het zuidelijk gelegen Savannah voert.

In die havenplaats worden de olympische zeilwedstrijden gehouden. Officieel heet het zeilen trouwens niet zeilen, maar yachting. Dat staat deftiger. In 1992 hebben de Amerikanen voorgesteld om yachting in sailing te veranderen, omdat yachting ten onrechte de suggestie zou wekken dat het een sport voor rijkelui is. Het IOC voelde daar weinig voor. Per slot laat voorzitter Antonio Samaranch zich overal met His Excellency aankondigen.

Savannah ligt aan de monding van de Savannah River, één van de zuidelijk rivieren die bevaren kunnen worden met een radarboot. De wedstrijden worden vlak voor de kust gehouden, daar waar de Atlantische Oceaan begint. Zowel zeilers als milieugroeperingen hebben tegen deze keus geprotesteerd. De milieugroeperingen hebben erop gewezen dat de wedstrijden midden in een natuurgebied plaatsvinden. De zeilers vreesden het onvoorspelbare weer met zijn door windstiltes afgewisselde onweersbuien. Zij gaven de voorkeur aan het noordelijker gelegen Charleston of het zuidelijker Miami. Maar Charleston ligt in South Carolina en Miami in Florida, zodat het voor de organiserende staat Georgia een prestigekwestie werd om Savannah door te drukken. Uiteindelijk trok Georgia enkele tientallen miljoenen uit om vlak voor de kust een kunstmatige jachthaven te bouwen, die na de Spelen weer wordt afgebroken.

Journalisten kunnen de zeilwedstrijden volgen in een volgboot, maar als ik aankom, is de kade op een speedboot na leeg. Wegens het weer - later op de middag worden stormwinden verwacht - is de wedstrijd een uur vervroegd. Alle volgboten zijn al vertrokken. Maar het geluk lacht mij toe. Ik kom Jane Teague tegen. Zij vertelt dat ze senior vice-president is bij een grote Amerikaanse bank, maar dat zij nu behoort tot een van de tienduizenden vrijwilligers die de Spelen mogelijk maken. Ja, ze is de schipper van die ene speedboot die nog in de haven ligt.

Even later zitten we in haar boot. Zij roept hold on! en terwijl mijn baseballpetje in het water vliegt, sprinten wij weg, het zeegat uit. We varen eerst door een moerasachtig gebied. Een witte reiger staat op één poot te vissen. Plotseling schiet vanachter het riet een andere speedboot op ons af. Controle. Een man roept vanaf de andere boot of we onze identeitskaarten willen ophouden. Als we dat hebben gedaan, mogen we doorvaren. Kort daarop vaart een kleine colonne van schepen ons tegemoet. Het eerste scheepje is een grijs vaartuig van de Amerikaanse marine. Het tweede scheepje is een platboot met een baldakijn er boven. Met dit vaartuig worden de zeilers van en naar het wedstrijdwater vervoerd. Het derde scheepje is weer een vaartuig van de Amerikaanse marine. De mannen aan boord zijn zwaar bewapend.

We laten het moeras achter ons en komen op open zee. Om ons heen duiken pelikanen in het water. Alleen in de verte is nog een klein streepje land zichtbaar. Na nog een kwartier varen, bereiken we opnieuw twee marinevaartuigen. Jane vertelt dat de denkbeeldige lijn die de twee schepen verbindt de toegang tot het wedstrijdwater is. Langzaam vaart ze over de lijn. Opnieuw wordt vanaf controleschepen om de identiteitskaarten gevraagd.

We hebben drie kwartier gevaren als we het gebied bereiken waar de wedstrijd zich afspeelt. Het is een absurdistisch schouwspel: vijftien kilometer uit de kust, zo maar in het niets, deint een kleine armada van schepen en scheepjes op de oceaan. De buitenste ring van de armada wordt gevormd door drie grote jachten. Het zijn drijvende tribunes. Per jacht hangen er zo'n driehonderd mensen over de reling. Tussen de jachten door varen allemaal kleinere, gemotoriseerde vaartuigjes. Er zijn persbootjes bij met journalisten aan boord en er is een cameraboot, waarvan de bemanning voortdurend naar de andere boten schreeuwt dat zij uit de weg moeten gaan.

In de middelste ring dobberen de zeilscheepjes, zo'n veertig in getal: twintig in de soling-klasse en twintig catamarans van de tornado-klasse. Twee motorjachtjes van de wedstrijdleiding vormen weer een denkbeeldig start- en finishlijn. Met een echoloos pistoolschot worden de zeilers weggeschoten. Daar gaan ze, op deze middag dat er midden op zee vrijwel geen wind staat.

Ook de armada van boten en bootjes zet zich in beweging. Op volle snelheid varen de volgers naar de eerste bovenboei, om daar de zeilers op te wachten. Een tijdje blijft iedereen hier dobberen. Dan schiet uit de nevel de eerste soling te voorschijn. Er staat DEN in het zeil. Het zijn de Denen die als eerste de boei hebben gerond. Op de veertiende plaats ligt het zeil met NED. Als alle zeilboten voorbij zijn, geeft de armada weer gas en vaart naar de volgende boei.

“Er zijn hier ook dolfijnen”, zegt Jane. “Goed kijken, dan kun je hun vinnen zien.” Maar geen dolfijn die zich laat zien. Dan komt in de verte het NED-zeil aangevaren. Boei voor boei varen wij mee. Bij de laatste boei wordt het spannend. Het gaat tussen Brazilië, Oostenrijk en Nederland. De Brazilianen raken verstrikt in het anker van de juryboot. Dan blaast een windstoot de Oostenrijkers over de finish. De boot van Dercksen en Van Teylingen wordt tweede.

Niet veel later nadert op volle zee opnieuw een controleboot. Ze willen olympische identiteitskaarten zien. Ja, kijk maar, ik ben het echt.

    • Max Pam