VERLEGEN KONINGIN VAN DE ATLETIEK

Merlene Ottey loopt alweer twee decennia mee in de wereld van de sprinters. “Leeftijd is niet zo belangrijk”, zegt de 36-jarige Jamaicaanse. “Het gaat om de motivatie.” Gisteren won Ottey op de Olympische Spelen haar serie op de 100 meter, vannacht is de finale. Komende week neemt ze ook deel aan de 200 meter.

Spottend wordt ze wel eens 'oma' genoemd. Wie haar tijden op de korte afstanden kent, weet beter. Want Merlene Ottey - in meer serieuze kringen betiteld als 'de koningin van de atletiek' - is snel. Erg snel. Eind mei liep ze de 100 meter in Hengelo in 11,02 seconden. Kort daarvoor kwam ze in het Duitse Chemnitz tot 11,06. Ottey's persoonlijke record staat op 10,78 seconden. Voor de Olympische Spelen liepen Ottey en haar voornaamste rivale Gwen Torrence één keer in dezelfde race. Dat was in Oslo, precies twee weken voor de openingsceremonie in Atlanta. Ottey won in 10,95 seconden. Torrence werd derde in 11,06. Op de Spelen zullen de twee elkaar niet op de 200 meter tegenkomen; Torrence slaagde er niet in zich te kwalificeren.

De Amerikaanse wereldkampioene noteerde in de aanloop naar de olympiade de snelste tijd op de 100 meter. In mei liep ze bij de opening van het olympisch stadion in haar woonplaats Atlanta 10,85 seconden, een week later 10,96. Ottey liep op dat moment in Hengelo, waar de thermometer maar net boven de tien graden kwam. Torrence trotseerde dicht bij huis temperaturen boven de veertig graden.

Als de hitte en de hoge luchtvochtigheid in Atlanta ter sprake komen, zegt Ottey: “Perfect, het is net Jamaica.” Ottey komt uit Montego Bay, de grootste toeristische trekpleister op het eiland dat een schrijnend tekort aan atletiekvoorzieningen kent. Ze woont in het belastingvriendelijke Monaco.

Het verbaast Ottey dat ze nog altijd op topniveau presteert. “Soms sta ik inderdaad versteld van mezelf. Ach, ik ben gezegend met talent. Ik heb de basis, ik blijf gewoon werken en ik ga er altijd vanuit dat ik altijd een klein beetje meer kan doen. Ik probeer nog steeds elk jaar een beetje beter te worden. Mijn doel is om gezond te blijven en als ik daar in slaag, komen de goede resultaten vanzelf.”

Het succes is de dochter van een boer en een verpleegster nooit naar het hoofd gestegen. Ze vindt ook zelf dat ze altijd “gewoon” is gebleven, met beide benen stevig op de grond. “Sportief succes betekent niet dat je superieur bent buiten de atletiekbaan”, zei ze ooit in een interview met Sport International.

Ottey trainde jarenlang onder de Nederlander Henk Kraaijenhof. Hij omschreef haar destijds als volgt: “Stabiel, betrouwbaar, bescheiden, heel verlegen en introvert. Moeilijk ook, ondoorgrondelijk. Ze is absoluut geen allemansvriend, eerder een allemansvijand. En ze is een sterke persoonlijkheid, gezegend met een enorme wilskracht.”

Merlene Ottey stopt na dit seizoen, kort na de Olympische Spelen. Een soortgelijk voornemen uitte ze ook na de vorige Olympische Spelen, in 1992, toen ze op de 100 meter buiten de prijzen viel en op de 200 meter genoegen moest nemen met brons. “Na de Spelen bleek dat ik lichamelijke problemen had waarvan ik geen weet had. Bloedonderzoek wees uit dat ik niet in orde was. “Ik zei, aha, daarom ging het dus niet goed. Als ik die resultaten op de Spelen zou hebben behaald als ik honderd procent gezond was geweest, zou ik na Barcelona zijn gestopt. Maar toen waren er opeens de kansen en de hoop dat ik toch nog beter zou kunnen lopen.” Een jaar later bewees ze die stelling.

“Absoluut”, zegt ze resoluut over haar voornemen om na dit seizoen een punt achter haar indrukwekkende atletiekcarrière te zetten. Niets kan haar op andere gedachten brengen. “Als ik nog een jaar zou lopen, weet ik zeker dat ik nog steeds in de top meekan. Maar ik ben erg tevreden met wat ik in al die jaren heb gepresteerd. Vooral in de afgelopen drie jaar heb ik veel bereikt.”

In 1993, het jaar na de Spelen van Barcelona, won Ottey eindelijk goud op een groot toernooi. In Stuttgart werd ze wereldkampioene op de 200 meter. Daarvoor grossierde ze in bronzen medailles, in iets mindere mate behaalde ze ook zilver. De erelijst is lang. Het begon allemaal toen ze in 1976 de Jamaicaan Donald Quarrie olympisch goud zag winnen op de 200 meter. Het was toen - een jaar nadat ze op blote voeten de 200 meter in 25,9 seconden had gelopen - dat ze besloot er op de volgende Olympische Spelen zelf te staan. Zo geschiedde. Daardoor hoefde ze niet te kiezen tussen twee maatschappelijke carrières, onderwijzeres of verpleegster.

Op de Spelen van Moskou (1980) won Ottey brons op de 200 meter. Het was haar eerste grote internationale prijs en de eerste plak die haar een andere bijnaam zou opleveren: The Lady in Bronze. Vervolgens was er brons op de Spelen in Los Angeles (1984) op de 100 en de 200 meter en brons op de Spelen in Barcelona (1992). Op de 100 meter kwam Ottey toen niet verder dan de vijfde plaats. Het goud was voor Gail Devers. In Seoel (1988) kampte ze vlak voor de finale op de 200 meter met een bronchitis-aanval en spierklachten. Ze werd vierde, achter Florence Griffith, landgenote Grace Jackson en Heike Drechsler.

Stuttgart is voor Merlene Ottey synoniem voor verlossing. Drie jaar geleden raakte ze daar op het WK verlost van een obsessie, de obsessie om ooit eerste te worden. “Het was een noodzaak, een must. Ik deed altijd erg mijn best om te winnen, maar steeds greep ik naast de toppositie.” Op die negentiende augustus in Stuttgart slaagde ze wel. Eindelijk. Van de Jamaicaanse regering kreeg ze als beloning de status van diplomaat. Ere-ambassadrice Ottey mag sindsdien als excellentie worden aangesproken. Gemotiveerd is ze altijd geweest, vooral door de wil om die ene eerste prijs te halen. “Sinds Stuttgart ben ik erg tevreden, omdat ik daar eindelijk een gouden medaille won. Ik heb nooit een gouden olympische medaille gewonnen, zelfs geen zilveren. Dat is natuurlijk ook niet gemakkelijk. Ik ga me daar dus ook niet al te druk over maken. Ik zal er niet van in de stress raken.”

Ottey ziet haar kansen op olympische victorie realistisch onder ogen. “Er zijn mensen die veel sneller lopen. Het is een bijna onmogelijke opgave, maar het is niet helemaal onmogelijk. Met een beetje geluk lukt het misschien. Dat had ik vorig jaar, dus waarom dit jaar niet.”

Positief denken kan Ottey, die vorig jaar in Göteborg wereldkampioene op de 200 meter werd en zilver won op de 100 meter, niet worden ontzegd. De krachtsverhoudingen liggen zo dicht bij elkaar, zegt Ottey, dat elke plaats van nummer 1 tot en met 5 mogelijk is. Tegenstand zal ze behalve van Torrence ook van haar landgenote Juliet Cuthbert ondervinden, zowel op de 100 als de 200 meter.

Ontspannen leefde Ottey naar Atlanta toe. Haar training was niet specifiek op het evenement gericht, beweert ze. “Sinds Stuttgart heb ik steeds niet verder vooruitgekeken dan een jaar. Aan lange-termijnplanning doe ik sindsdien niet meer. Ik had nooit gedacht dat ik deze Olympische Spelen nog zou halen. Steeds deed ik maar één stap tegelijk.” Zo ging het ook in de maanden die voorafgingen aan haar laatste Spelen. Van een strakke planning, zoals bij collega-sporters aan de vooravond van Atlanta, was bij Ottey geen sprake. Het kwam er kort gezegd op neer dat ze maar wat deed. Gewoon, waar ze zin in had. De 100 meter lopen op de Adriaan Paulen Memorial bijvoorbeeld, de laatste keer dat ze haar 'kunstje' in Nederland liet zien. Ottey, die al enkele jaren in het belastingvriendelijke klimaat van Monaco vertoeft, overwinterde in Florida en Australië. Samen met de Britse olympisch kampioen op de 100 meter Linford Christie - net als zij geboren in Jamaica en ook 36 jaar - en landgenote Cuthbert.

Lange tijd ging Ottey gebukt onder druk. “Iedereen zegt: je moet winnen, je moet dit doen, je moet dat doen. Het hangt er vanaf in hoeverre je jezelf daardoor laat beïnvloeden. Je kunt druk al vanaf de eerste dag van een toernooi opbouwen, het kan ook in de laatste minuut, als je voor de startblokken staat. In het verleden voelde ik grote druk omdat ik van iedereen moest winnen. Ik vergat aan mezelf te denken en verloor. Omdat ik die mensen zo graag wilde plezieren. Je gaat je afvragen: wat zullen mijn fans zeggen, wat zullen mijn vrienden zeggen als ik verlies. Dan verlies je dus juist. Omdat je bang bent geworden om te verliezen.”

De adrenaline stroomt vanzelfsprekend vooral bij grote wedstrijden, geeft Ottey toe. Een toename was er in Hengelo nauwelijks te bespeuren. “Als Irena Privalova, Gwen Torrence, Juliet Cuthbert of Gail Devers in Nederland waren geweest, zou ik op mijn tenen hebben gelopen. Als je te ontspannen bent, is het ook niet goed. In Hengelo lag ik aanvankelijk even op een derde of vierde plaats. Ik moest er tegenaan, ik moest de laatste dertig meter een hogere versnelling vinden, anders had ik daar verloren. Hoe het rond en tijdens de wedstrijd met mijn concentratie is gesteld? Vlak voor de start vroeg ik me af of het zou gaan regenen of droog zou blijven. Als ik daar een betere start zou hebben gehad, had ik m'n concentratie beter kunnen vasthouden. Maar ik begon slecht, moest veel goedmaken en zei tegen mezelf: Blijf ontspannen, niet vechten want anders raak je te gespannen.”

Gwen Torrence is weliswaar favoriet voor het olympische goud op de 100 meter, Merlene Ottey wordt als haar voornaamste concurrente beschouwd. Het feit dat Torrence in haar woonplaats Atlanta een thuiswedstrijd loopt, hoeft niet per se in het voordeel van de Amerikaanse te zijn, zegt Ottey. “Het kan ook in haar nadeel werken. Ik weet niet hoe zij daar mee omgaat. Maar geloof me: als de Olympische Spelen op Jamaica zouden zijn, zou er heel veel druk op me liggen. Ik weet niet of ik dat zou aankunnen. Ik ben blij dat de Spelen niet op Jamaica worden gehouden.”

Tegenover landgenote Juliet Cuthbert heeft Ottey een ambivalente houding: ze zijn elkaars beste vriendinnen, tegelijkertijd elkaars concurrenten. Ongeveer beurtelings verslaan ze elkaar. Ze trainden samen in Florida en Australië. Naar alle waarschijnlijkheid lopen ze straks weer tegen elkaar in de finale van de 100 meter. “Het zal een zeer spannende race worden. Zeer, zeer spannend. Een gevecht. Het wordt doggy-dog, als je begrijpt wat ik bedoel.”

Ottey voelt zich zowel fysiek als mentaal sterker dan vlak voor de Olympische Spelen in Barcelona. “Lichamelijk ben ik in een betere vorm”, zei ze kort voor Atlanta. “Ook mentaal, omdat ik niet per se hoef te winnen. Ik wil gewoon plezier hebben. Dat is heel belangrijk voor mijn geestesgesteldheid.”

Die lol zal ze na haar atletiekcarrière nastreven in de modewereld. Als model of als ontwerper, een beetje afhankelijk van wat er op haar weg komt. “Wat me wordt aangeboden, pak ik met beide handen beet”, zegt ze lachend. “Ik kan me niet permitteren om erg selectief te zijn.”

    • Ward op den Brouw