Thierry Jean-Pierre en de Revolutie van de Franse Rechters; 'Frankrijk moet een rechtsstaat worden'

Frankrijk wordt al maanden opgeschrikt door corruptie-schandelen. Directeuren, burgemeesters, ministers en hun (ex-)vrouwen verdwijnen kort achter de tralies, maar worden zelden veroordeeld. Geld, macht en rechtspraak raken steeds meer verstrengeld - de Franse regering benoemde deze week opnieuw twee getrouwen in de top van het openbaar ministerie. Vreest politiek Parijs de Revolutie van de Rechters?

Thierry Jean-Pierre, één van de rechters die het vak moest verlaten, voorspelt 'een duivels gevecht' om de vestiging van een echte rechtsstaat. Thierry Jean-Pierre heeft sinds 1991 vier boeken gepubliceerd: 'Bon appétit messieurs', 'Crime et Blanchissement', 'Livre noir de la corruption' en 'Lettre ouverte à tous ceux que les petits juges rendent nerveux'. Thierry Jean-Pierre kwam in 1994 te dicht bij de geheime financiële bronnen van François Mitterrands politieke macht. Het betekende het einde van zijn veelbelovende carrière als rechter van instructie. “Verder uitzoeken van de zaak werd mij volstrekt onmogelijk gemaakt. Ik mocht op het ministerie van justitie nog een studie over georganiseerde misdaad en witwassen schrijven. Toen de regering mijn voorstel voor een plan van aanpak zag, was van de aanvankelijke daadkracht van sommige ministers niets meer over. Als de fraude in heel Frankrijk systematisch zou zijn aangepakt, zoals ik voorstelde, zouden al hun politiek-financiële circuits aan het licht komen. Mij werd te verstaan gegeven dat ik, ondanks mijn financiële specialisatie, alleen nog maar brommerdiefstallen mocht gaan vervolgen.”

Anders dan in Nederland, leidt een rechter van instructie in het Franse systeem het strafrechtelijk onderzoek zolang de politieke autoriteiten dat wensen. Hij mag pas gaan handelen als de door de politiek benoemde procureur hem daartoe opdracht geeft. Jean-Pierre, die eerst het wijd vertakte financierings-schandaal van de Parti Socialiste blootlegde - waarvoor de vorige voorzitter, Henri Emmanuelli, bij herhaling is veroordeeld - , had zijn eigen professionele doodvonnis getekend toen hij dreigde huiszoeking in het Elysée te gaan doen. Voor het zo ver kwam had hij al een aantal dubieuze transacties met de staat blootgelegd van Mitterrands oorlogsvriend, de zakenman Pelat. Deze was als wederdienst de weldoener geworden van het tweede gezin-Mitterrand èn de laatste socialistische premier Bérégovoy, die in 1993 de hand aan zichzelf sloeg na het bekend worden van een als lening vermomde schenking.

Jean-Pierre (nu 41) werd, net toen zijn werk als rechter werd gedwarsboomd , gevraagd op de lijst van de conservatieve Eurosceptici Philippe de Villiers en Jimmy Goldsmith kandidaat te staan voor het Europese Parlement. Eenmaal gekozen in de heterogene 'Europe des Nations'-fractie zette Jean-Pierre zijn strijd voort, tegen corruptie en verspilling, tegen misbruik van machtsposities en ondermijning van de justitie. In Brussel diende hij een strafklacht in vanwege de 2,3 miljard gulden die is verdwenen in de nieuwbouw van het Europese Parlement.

In eigen land staat Jean-Pierre politiek dicht bij de zeer-liberale parlementariër Alain Madelin, die in september door premier Juppé werd ontslagen als minister van financiën en economie wegens te duidelijke ideeën over begroten en bezuinigen. “Maar ik voel mij in de eerste plaats rechter en pas daarna politicus. Ik ben een trait d'union tussen de rechters die vechten voor een gelijke behandeling van alle justitiabelen en iedere politicus die de boodschap wil horen. Daar zitten gelukkig ook linkse parlementsleden bij. Het is ook hun belang dat er iets gebeurt”, zegt de Europarlementariër in zijn Parijse werkkamer.

Taboe

Het verschijnsel is bekend: hoe zuidelijker men in Europa komt, hoe steviger corruptie onderdeel is van de traditie. Maar hoe komt dat? Jean-Pierre: “Een Zweedse collega zei me laatst: 'Jullie rooms-katholieken kunnen iedere week biechten en absolutie krijgen. Wij in het Noorden hebben dat niet, dus wij moeten beter uitkijken.' Dat is maar een deel van de verklaring van het reële cultuurverschil dat er is tussen de Angelsaksische en de Latijnse landen. In Engeland zie je iedere keer dat sex-taboe: in Frankrijk en Italië lachen we daar om. Bij ons is alles wat met geld te maken heeft het grote taboe. Kijk maar hoe moeilijk het is er achter te komen hoeveel een grote werkgever of politicus verdient, hoeveel politieke partijen te besteden hebben. Niemand weet hoeveel de coalitiepartij Parti Républicain jaarlijks aan subsidies opstrijkt. De RPR van Chirac vangt ieder jaar 150 miljoen francs. Wie weet dat? Over geld praat men niet.

“Als het openbare leven de financiële doorzichtigheid mist die in Angelsaksische landen de norm is, dan gebeuren er rare dingen. Gelegenheden om te corrumperen worden benut. De schaal waarop dat kan is aanzienlijk uitgebreid door de bestuurlijke decentralisatie van 1991. Het was een mooi idee van de socialisten het bestuur dichter bij de burger te brengen, maar men heeft verzuimd bijbehorende controle-mechanismen te installeren. Er zijn wel regionale Rekenkamers, maar die zijn zo zwaar onderbemand dat zij vaak pas vijf jaar na dato een oordeel vellen. Dat reduceert hun effectiviteit tot nul. Die tekortkoming creëert een ongezond gebrek aan toezicht, dat - gevoegd bij het geld-taboe - leidt tot nog meer corruptie. Ik zeg niet dat alle 35 duizend burgemeesters corrupt zijn, maar de ruimte voor corruptie op lokaal niveau is sterk toegenomen.

“Het derde en misschien wel meest verontrustende element van de Franse praktijk is het meten met twee maten. Men spreekt veel over de kleine en middelgrote corruptie. Zo iemand als Michel Mouillot, de burgemeester van Cannes, die drie miljoen francs (één miljoen gulden) aanpakt in ruil voor een casino-vergunning, loopt tegen de lamp. Maar men gaat nooit achter de grote internationale corruptie aan. Wie vangt er allemaal commissie bij de grote wapenhandel? Wie praat over de commissies die worden betaald op hulp aan de Derde Wereld? Men weet heel goed dat iedere enigszins capabele dictator, zijn familie en zijn ministers hun deel inhouden van de hulpprogramma's. Maar men weet ook, en dat is bijzonder ernstig, dat een deel van de hulp weer terug gaat naar Frankrijk. Wie profiteert daar van? Niemand heeft het er over. Hetzelfde geldt voor de internationale handel in kunst en medicamenten. Dat zijn allemaal circuits van de grote corruptie.

“Hiermee samenhangend: de tientallen miljoenen dollars die in dit soort internationale corruptie worden verdiend moeten worden witgewassen. Daar zijn maar een beperkt aantal mogelijkheden voor. Die worden allemaal al gebruikt door de internationale drugshandel. Opnieuw: ik zeg niet dat politici en mafia samenspannen, maar zij gebruiken wel dezelfde witwaskanalen. Dat is een extreem gevaarlijke vermenging van genres.”

Thierry Jean-Pierre kent concrete voorbeelden van grote internationale zaken, die niet worden opgehelderd. “Ik weet van een door een Franse rechter ontdekte Luxemburgse bankrekening van 50 miljoen francs, onderdeel van een witwas-route. Het gaat om grote corruptie, maar niemand mag daar achteraan. De macht tolereert absoluut niet dat het onderzoek wordt voortgezet. Een vergelijkbaar voorbeeld: een rekening van 40 miljoen francs in Zürich kan niet worden doorgelicht omdat minister Toubon van justitie de 'rogatoire commissie', die onderzoek moest doen in Zwitserland, heeft geblokkeerd. Dat is bijzonder stuitend, want men weet wat er gaande is, maar frustreert serieus onderzoek. Politici roepen dat de rechters in dit land te veel macht grijpen. Maar wat zou er aan het licht komen als we internationaal verder konden zoeken?”

Niet uit de mond van Thierry Jean-Pierre, maar uit het nieuws van de laatste weken, komt het voorbeeld van de gearresteerde ex-topman van de Franse Spoorwegen SNCF, Loïk Le Floch-Prigent. Hij wordt er van verdacht in zijn vorige hoedanigheid als topman van de Franse staatsolie-gigant Elf-Aquitaine een investering van 270 miljoen gulden aan het noodlijdende textiel-bedrijf van zijn vriend Maurice Bidermann te hebben verspeeld. In ruil voor wat? Mistiger nog zijn de onverklaarde miljoenen-transacties via off shore-bankrekeningen van Elf's dochtermaatschappij in Gabon. Bestemming van deze overboekingen: onbekend. Er is niet veel fantasie voor nodig om enig verband te zien tussen Jacques Chiracs persoonlijke eis dat Le Floch-Prigent, terwijl het justitieel zwaard van Damocles al boven zijn hoofd hing, in december bij de SNCF werd benoemd en het sinds jaar en dag goed onderhouden Afrikaanse netwerk van de Franse gaullisten.

Franse zakenlieden zijn niet alleen internationaal actief met commissies en zwarte bankrekeningen. Jean-Pierre: “Dat is tot op zekere hoogte nodig om de concurrentie met Amerikanen en grote multinationals vol te houden in Afrika, Saoedie-Arabië, en dergelijke gebieden. Maar men maakt zich in het eigen land schuldig aan het betalen van smeergelden. In Frankrijk treden in het zakenleven allerlei tussenpersonen op die van twee kanten vangen. Dat woekert voort en kan niet door de beugel.”

Knokkers

Thierry Jean-Pierre heeft de toga noodgedwongen aan de kapstok gehangen, maar andere rechters van instructie blijven met nieuwe onthullingen in het nieuws komen. Rechters als Eric Halphen en Renaud van Ruymbeke graven onvermoeibaar door naar de politieke corruptie bij onder andere de sociale woningbouw in Parijs en de aangrenzende departementen Yvelines, Essonne en Hauts-de-Seine en de gecompliceerde smeergeld-circuits waar politieke partijen en het bedrijfsleven hun belangen in behartigen. Hoe kunnen zij dat volhouden zonder te worden weggepromoveerd?Jean-Pierre: “Het zijn knokkers. Zij gaan tot de grenzen van hun mogelijkheden, ook al zijn zij overbelast, zijn de onderzoeken uiterst gecompliceerd en kunnen zij nooit de internationale vertakkingen van grote corruptiezaken doen. Wij geven de strijd niet op, integendeel. De regering bereidt een serie wetswijzigingen voor in het strafprocesrecht. De bevoegdheden van de rechter van instructie worden ingeperkt en het 'geheim van het strafrechtelijk onderzoek' wordt uitgebreid tot iedere burger. Dat betekent dat niemand mag praten of schrijven over lopende justitiële affaires. Ook journalisten niet. De financieel-economische wereld en de politiek willen dat het afgelopen is met de berichtgeving over al deze schandalen. Het establishment bepaalt voortaan wat mag worden besproken.

“Een aantal rechters heeft besloten te reageren. Van Ruymbeke en een aantal binnen- en buitenlandse collega's publiceren in september een boek tegen deze plannen van de regering. Zij zullen zeggen: 'Let op! Er móet worden opgetreden tegen internationale corruptie, er móet internationale samenwerking komen. Deze plannen mogen geen wet worden.' Daarna zullen zij zwijgen en neem ik de fakkel over met een eigen boek en politieke actie. Alain Madelin is het volkomen eens met mijn overtuiging.

“Het wordt een duivels gevecht, heel belangrijk. We beleven echt een sleutelperiode. Wie er ook wint, in beide gevallen verandert deze maatschappij fundamenteel. Als de politieke en economische machten het winnen, dan betekent dat voorlopig het einde van de 'Revolutie van de Rechters'. Dan maakt de ontwikkeling van de laatste drie rechtsomkeert. Maar als wij winnen, dan plaatsen we de eerste steen van de rechtsstaat zoals wij die zien: een rechtsstaat die voor iedereen geldt, ook voor de staat zelf, ook voor politieke machthebbers en het establishment. Dat betekent: Een Ander Frankrijk. Als er een compromis uitkomt, dan winnen wij op termijn. De affaires blijven aan het licht komen. Dat is dan niet meer terug te draaien.”

De huidige rechtse meerderheid en de socialisten met boter uit de jaren-Mitterrand op het hoofd vormen toch een overweldigende barrière tegen iedere poging het politiek-justitiële systeem fundamenteel te veranderen? U kunt onmogelijk winnen. Franse burgers staan even argwanend tegenover rechters als tegenover politici, lijkt het wel.

“Er komen verkiezingen voor de Assemblée Nationale in 1998. Zeker 150 Kamerleden van de huidige regeringscoalitie gaan hun zetel verliezen. Week na week komen er affaires in het nieuws. De media zullen op de bres staan. Die willen blijven schrijven. De kiezers zullen hun parlementslid aan de tand voelen over die affaires. Zij zullen zeggen: als u voor die muilkorfwet stemt, bent u ons vertrouwen niet meer waard. Links heeft de verkiezingen in 1993 mede verloren door al die affaires. Ze zullen wel uitkijken dit keer. De naderende verkiezingen zijn ons enige wapen.”

Ziende blind

Frankrijk beroemt zich er altijd op de bakermat van de rechten van de mens te zijn. Montesquieu heeft de leer der machtenscheiding bedacht. Hoe is het mogelijk dat zijn regeerders bij voortduring denken dat niemand het verschil met de realiteit ziet?

Jean-Pierre: “Het is waar, vraag het maar in het café op de hoek, iedereen vindt dat de justitie in een democratisch land als het onze onafhankelijk moet zijn. De enigen die doen alsof ze het niet begrijpen zijn de politici aan de macht. Vijf jaar geleden liet Jacques Toubon, toen justitie-woordvoerder van de oppositie, me zijn wetsontwerpen zien om de onafhankelijkheid van de rechtspraak te verzekeren. Daar was niets op aan te merken. Nu is hij minister en zegt hij: 'de rechtspraak is volkomen onafhankelijk, alleen sommige rechters gaan hun bevoegdheden te buiten'. Hij liegt, hij liegt gewoon, het is niet waar. Het Franse establishment is ziende blind. Deze ontwikkeling van de rechtspraak naar onafhankelijkheid is broodnodig. Iedere Fransman ziet het, alleen politici willen het niet weten. Schandalig. Als je het tekort van Crédit Lyonnais tot je laat doordringen, - 50 miljard gulden belastingsgeld, meer door verspilling dan door corruptie -, en je ziet de legioenen werklozen en daklozen in Parijs en in de provincie, dan is het toch schokkend dat niemand daar voor verantwoordelijk wordt gesteld? Zo ontstaat het beeld dat 'alle politiek verrot is'. Die walging voedt puur extremisme. Dat is het gevaarlijkste. De opiniepeilingen zijn alarmerend genoeg over de opkomst van het Front National.”

Hoe komt het dat er de laatste jaren steeds meer affaires aan het licht komen, maar het aantal rechtszaken en veroordelingen nog steeds beperkt is? “Veel zaken worden van hoger hand geblokkeerd. Er zijn mogelijkheden genoeg: men weigert politiemensen om rechters van instructie te helpen bij het praktische onderzoek, ook al is dat tegen de wet, of het parket geeft geen enkele rechter van instructie opdracht een strafzaak voor te bereiden, of een zaak wordt zonder onderzoek vertraagd of geseponeerd, er zijn duizend manieren om een affaire in de doofpot te stoppen. Het voorkennis-schandaal bij de bank Société Générale bijvoorbeeld is na zeven of acht jaar nog steeds niet berecht. De zaken tegen oud-minister Longuet liggen overal stil.

“De strijd om en tegen de rechtspraak is diep geworteld in de Franse geschiedenis. Wij hebben omkoopbare rechters gekend, en rechters van de koning. De Revolutie, Napoleon, de Restauratie en de Republiek hebben de rechters sindsdien steeds in een ijzeren greep gehouden. Daarom is de huidige opstand van de rechters zo belangrijk. Voor politici is het heel moeilijk te begrijpen dat deze rechters consequent hun juridische logica volgen zonder politieke bijgedachten. Die rechters hebben een uiteenlopende maatschappijvisie. Sommigen zijn zonder politiek etiket, anderen meer links, en weer anderen, zoals ik, zijn van links naar rechts opgeschoven. Maar dat is niet waar het om gaat. Het is geen complot. We mòeten naar een totale rechtsstaat voor iedereen. Frankrijk heeft wat dat betreft een achterstand op de Angelsaksische en Noordelijke landen.”

    • Marc Chavannes