Sportvrije gebieden

Dit stukje gaat niet over het roken van sigaretten en hoe niet-rokers worden gedwongen tot het verdragen van het onverdraaglijke: tweedehands rook, zoals het wordt genoemd. Tweedelongs zou ik zeggen. Ik breng het rookvraagstuk alleen te berde om een vergelijking te maken. Nog altijd zijn de niet-rokers aan de winnende hand.

Voor zover ze hun gevecht voeren om de zuiverheid van de besloten openbare ruimte hebben ze gelijk, vind ik. Binnen eigen muren en in de open lucht moet iedereen het zelf weten. Er zijn rokers die niet in een auto willen zitten omdat ze zich dan medeplichtig gaan voelen aan de vergroting van het gat in de ozonlaag en alle andere bewezen schade die de explosiemotor op wielen de mensheid heeft berokkend. De strijd tegen de tabaksrook en tegen de uitlaatgassen heeft zijn eigen logica, verdiensten en fundamentalistische uitersten. Als je niet rookt en evenmin een auto of een motorfiets hebt, moet je het lijdelijk aanzien; je bent de neutrale partij die de klappen krijgt.

Behalve de sigaret en de auto is er nog een mondiaal verschijnsel dat voor vele miljoenen een lust is en voor minder miljoenen een pest. Dat is de sport. Ik probeer het objectief te behandelen, zoals de sigaret en de auto. Mijn stelling is dat tweedehands sport in hinderlijkheid - om te beginnen - niet onderdoet voor de rook van andermans sigaret. Om de kans op misverstanden zo klein mogelijk te maken: het gaat dus niet over de sport zelf, maar over de tweedehands sport, de sport van anderen.

Dit jaar is het begonnen met de Europese Kampioenschappen Voetbal. Ook voor wie het niets kon schelen, de voetbal-onverschilligen, was het onontkoombare wetenschap: “Oranje ging voor goud”. Tot de laatste ogenblikken voor de ramp die altijd op zo'n opgepompte euforie volgt, vielen in de media het gestamp, het getetter en de kleur oranje niet te vermijden.

Iedere kleur op zichzelf kan mooi zijn maar als alles dezelfde kleur begint te krijgen wordt het wat anders. Het deed me denken aan de DDR, het laatste land van het socialistische blok waarin het marxisme nog staatsgeloof was. Daar was alles rood. Op de stations, in de etalages, de recepties van de hotels, zo gek kon je het niet bedenken of ze hadden er wel een paar vierkante meter rood in verwerkt. Rood is prachtig. Daar werd het vaal, de plaatselijke variant van dof-grijs, met dit verschil dat grijs onder alle omstandigheden de meest verdraagzame kleur is. De overmaat aan rood maakt dat je rood gaat haten, bij wijze van spreken. Dat is daar dan ook wel gebleken. Zo gaat het trouwens met iedere kleur. De posterijen mogen wel oppassen met hun groen. En zo is het dit jaar ook met het oranje gegaan.

De nationale Nederlandse sport is oranje. Wat is er na het voetbal gekomen? Het tennnis. Tot dusver gebeurt dat in het wit, maar de tekenen bedriegen niet. Als Richard Krajicek het nog een paar jaar volhoudt, verschijnt er wel een nationaal gezinde multinational die hem een oranje sportuitrusting cadeau doet. Als dat niet mag komt het alleen doordat de baan al oranje is.

Nu de Olympische Spelen. Dat ze op handen waren is niemand ontgaan. Ik merkte pas dat ze begonnen waren toen ik op Schiphol het kabaal door de monitoren hoorde. En hier kom ik nog even terug op het roken.

Al een paar jaar rukken op onze mainport de niet-rokers op. Dat is onder Amerikaanse invloed. Let eens goed op: het is een soort landje-pik. Ik beklaag me niet; ik beschrijf het verschijnsel.

De vliegtuigen hebben altijd vertraging. Reizigers die moeten wachten vervelen zich. Hoe langer de vertraging van meer vliegtuigen duurt, hoe harder een groeiend aantal reizigers zich gaat vervelen. Zoals iedere ouder weet: verveling kan gevaarlijk worden. Als groeiende massa's zich langer vervelen binnen een beperkte ruimte waar bovendien niet mag worden gerookt, zijn de risico's op den duur niet meer te overzien.

De directeur van Schiphol heeft dat begrepen. Naarmate het aantal wachtende reizigers groeide zijn er in de vertrekhallen meer monitoren opgehangen. Daar komt over het algemeen getetter uit terwijl je Naomi Campbell, Claudia Schiffer, Michael Jackson ziet. Tenminste zo was het vóór Atlanta. Nu is het de sport.

Overal hangen monitoren. Overal liggen mensen. Uit Tokio, uit Birmingham, uit Milaan, Ulanbator. Ze wachten tot hun vliegtuig dat wegens late aankomst vertraging heeft opgelopen, van oude kranten is gezuiverd. Sport verbroedert, wachten verbroedert, wachten met sport op de monitor verbroedert grenzeloos.

Van een afstand, of als het je niet interesseert klinken alle sportverslaggevers van alle landen hetzelfde: pratend alsof hun stem uit een hogedrukketel komt. Gewone mensen stuwen hun woorden de wereld in met een overdruk van misschien een tiende, of zelfs een honderdste atmosfeer. Sportverslaggevers hebben zeker 10 atmosferen extra nodig om zich waar te maken. Een ongezond beroep, maar vrije keuze. Het is hun zaak, hun carrière.

Maar vast en zeker zijn er mensen, wachtend op een vliegtuig, zittend in een café of zich ophoudend in welke openbare ruimte dan ook, die niet omhuld willen worden door tweedehands sport. Stel je eens voor dat er voortdurend wolken sigarettenrook door de monitoren, televisies en radio's werden geblazen. Het is niet leuk bedoeld. Het is om aan te geven welke vergelijkbare situatie er dan ontstaat. Daarom pleit ik voor sportvrije gebieden. Het zal strijd kosten, dat besef ik, maar met de rookvrije is het ook gelukt.

    • S. Montag