Slapen beste voorbereiding op recordraces

Vrije-slagzwemmer Pieter van den Hoogenband (18) speelde in Atlanta bij de mannen een hoofdrol. “Op de WK in 1998 en op de Spelen in Sydney moet hij er staan”, zegt bondscoach René Dekker.

ATLANTA, 27 JULI. “Die jongen moet je in de gaten houden”, adviseerde NOC*NSF-voorzitter Wouter Huijbregtsen aan Bill Clinton. Het was donderdagavond, vlak nadat Gary Hall jr er in de A-finale van de 50 meter vrije slag niet in was geslaagd de Rus Aleksandr Popov te verslaan. Bij de daaropvolgende B-finale wees Huijbregtsen, die in het Georgia Tech Aquatic Center vlak achter Clinton zat, de Amerikaanse president op Pieter van den Hoogenband. “Die gaat in een Nederlandse recordtijd winnen.” De Brabander beschaamde het vertrouwen van Huijbregtsen niet. Clinton draaide zich om naar de Nederlander en vroeg hem aan Van den Hoogenband zijn persoonlijke gelukwensen over te brengen.

De zwemmer vertelt het verhaal enthousiast, net nadat hij op zijn eerste Olympische Spelen voor het laatst in actie is geweest. In een van zijn schouders heeft hij nog een flinke spierpijn. Er zitten een paar “knopen” in.

Gisteren zwom Van den Hoogenband zijn zesde nummer, de estafette 4x100 meter wisselslag, en weer werd het Nederlands record gebroken. Met Martin van der Spoel, Benno Kuipers en Stefan Aartsen stelde hij het record dat op de Spelen in Seoel (1988) was gevestigd, ruim drie seconden scherper, op 3.42,42 minuut. “Iedereen zat er vandaag doorheen, maar we zijn tot op de bodem gegaan.” Op individuele en estafettenummers brak Van den Hoogenband binnen zeven dagen tienmaal een Nederlands record.

Vooral slapend bracht Van den Hoogenband de laatste dagen voor de Spelen door. “Je lichaam is dan lekker uitgerust.” Bij voorkeur valt hij in slaap bij harde muziek van Pearl Jam. “Dat is een CD van twee uur en een kwartier, Live in Atlanta.” Ook op wedstrijddagen wil Van den Hoogenband zo lang mogelijk blijven “maffen”. Door laat bij het bad te arriveren, creëert hij voor zichzelf spanning. “En onder druk presteer ik beter.” Bondscoach Dekker stuurde donderdag niet zo lang voor de 50 meter vrije slag nog iemand naar Van den Hoogenband toe om te kijken of hij niet meer sliep. “René houdt er niet van dat ik die spelletjes speel.”

Op de eerste dag van de Spelen maakte Van den Hoogenband een vliegende start. Hij plaatste zich als vierde in de A-finale, waarin hij 's avonds op vierhonderdste van een seconde de bronzen medaille miste. “Toen ik aangetikt had, ging er van alles door mijn hoofd. Hoor ik opeens Erica Terpstra op de tribune roepen: 'Pieter, voor mij ben je nummer één'. Een fantastisch mens.”

Voor wie alleen olympische medailles tellen, telt Pieter van den Hoogenband niet mee. Maar wie de prestaties van de achttienjarige scholier uit Geldrop op juiste waarde schat, zag deze week in Atlanta een zwemmer die in korte tijd pijlsnelle progressie heeft gemaakt. Werd hij vorig jaar op de Europese kampioenschappen in Wenen nog zesde op de 100 meter vrije slag en zevende op zijn specialiteit de 200 meter vrij, op de Olympische Spelen eindigde hij twee keer als de vierde beste zwemmer ter wereld.

Van den Hoogenband blikt terug op zijn eerste race, de 200 meter vrije slag. “Ik dacht, ik laat effe wat zien. Omdat anderen zo hard hadden gezwommen, moest ik mijn persoonlijke record wel breken om in de finale te komen.”

Ook voor de finale stond de vrije-slagspecialist op scherp. Het werd net geen brons. 's Avonds ging hij vroeg naar bed om zondag weer bijtijds op te staan. “Ik was heel moe omdat ik twee keer tot op de bodem ben gegaan.” Desondanks haalde de estafetteploeg zondag, met Van den Hoogenband, de A-finale. De Nederlanders werden zevende op de 4x200 meter vrije slag, weer met een nationaal record.

Maandag, opnieuw vermoeid, zwom Van den Hoogenband naar een finaleplaats op de 100 meter vrije slag, “terwijl ik hier naartoe was gekomen met als doel ten minste één finaleplaats”. Het werden er vier. Hij zwom de 100 meter als eerste Nederlander onder de vijftig seconden, in 49,73. “Ik ging helemaal uit m'n dak toen ik zag dat ik weer in de A-finale zat. Voor de start in de finale zei ik tegen mezelf: Van den Hoogenband, lekker twee banen rammen.”

Hij haalde opnieuw meer dan een halve seconden van zijn verse record af: 49,13. “Fantastisch, vierde van de wereld, terwijl het de zesde tijd is die ooit is gezwommen. Als ik het thuis op de video terugzie, denk ik er misschien anders over, maar ik geloof niet dat ik mag klagen.”

Dit jaar zwemt Van den Hoogenband niet meer. Hij concentreert zich nu op het afmaken van zijn VWO. In januari 1997 wil hij de training oppakken, met meer nadruk op krachttraining. Zijn zwemsnelheid ligt nauwelijks lager dan toppers als Popov en Hall, kostbare tijd verliest hij bij zijn afzet van het startblok en bij het keerpunt. Een kwestie van kracht. “Maar voorlopig wil ik even geen zwemmen aan m'n kop en wil ik de gewone wereld weer eens in.”

Bij Van den Hoogenband staat plezier in het zwemmen voorop. “Anders had ik het nooit zo lang kunnen volhouden. Thuis (moeder is oud-zwemster Astrid Verwer, red.) hebben ze me nooit gepushed. Mijn vader (clubarts bij voetbalclub PSV, red.) zegt altijd dat ik het voor mijn plezier moet doen. Er valt trouwens ook geen dikke boterham mee te verdienen.”

Met veel zwemmende leeftijdgenoten die aanvankelijk te veel in de sport hebben geïnvesteerd, is het slecht afgelopen, onderstreept Van den Hoogenband. “Toen ik twaalf was, waren er jongens van mijn leeftijd die toen zo hard trainden als ik nu, om mij bij te kunnen houden. Die jongens zijn nu opgebrand.”

    • Ward op den Brouw