'Schuld' aan mijnwerkers verdeelt Limburg

In Limburg is een vuile strijd gevoerd om de uitkeringen wegens stoflongen. En nog gaat het voort. Volgende maand dient in Maastricht weer een rechtszaak van oud-mijnwerkers die menen dat ze de uitkering ten onrechte niet kregen.

RANSDAAL, 27 JULI. De strijd om de uitkeringen wegens stoflongen heeft secretaris-penningmeester W. Friedrichs van de stichting Silicose Oud-Mijnwerkers niet onberoerd gelaten. “Gelukkig ben ik goed gezond, maar het vreet wel aan je”, zegt hij. Wat hem kracht geeft is het besef dat hij voor deze groep erfgenamen van het vuile ondergrondse werk of voor hun weduwen geld heeft kunnen loskrijgen. “Meer mensen zijn geholpen dan in de regeling was voorzien. Laat één ding gezegd zijn: als wij van de stichting na Lubbers' uitspraak in 1990 over het inlossen van de ereschuld niet het initiatief hadden genomen, dan was er helemaal niks gebeurd. Dan had twee weken later niemand er nog naar gekraaid.”

Volgens de laatste cijfers heeft de stichting aan bijna 1.700 mensen met stoflongen uitkeringen verstrekt van 20.000 gulden belastingvrij. In totaal werden 4.300 aanvragen behandeld. In augustus buigt de rechter in Maastricht zich over de vraag of de criteria op grond waarvan al of niet tot een uitkering wordt besloten juist zijn. De zaak is aangespannen namens een aantal oud-mijnwerkers die menen dat ze ten onrechte de uitkering niet krijgen. “Als de rechter ons in het ongelijk stelt dan zou het weleens kunnen komen tot een totale heroverweging en dan begint het circus weer opnieuw”, zegt Friedrichs.

De zaak in Maastricht is een van de meer dan 500 rechtzaken die al zijn gevoerd, soms tot aan het Europese hof toe. Daarnaast behandelde een commissie, waarin zitten oud-burgemeester P. van Zeil van Heerlen, een rechtskundige van de FNV en de directeur van een districtsgezondheidsdienst, honderden bezwaarschriften.

Friedrichs (59), tot zijn vervroegde uittreding voorzitter van de FNV Limburg: “Ik was op een bijeenkomst toen de dochter van een oud-mijnwerker tegen me zei: Jullie zijn smeerlappen dat je ons dat geld niet geeft. Later bleek dat haar vader al in 1937 was overleden. Als we met terugwerkende kracht aan al deze mensen een uitkering hadden moeten geven, dan was de groep uitgegroeid tot 3.000 of misschien wel 5.000. Dan hadden we onze geloofwaardigheid verloren.”

Bijna zes jaar nadat de toenmalige minister-president Lubbers tijdens een ontmoeting met oud-mijnwerkers met stoflongen sprak van een “ereschuld”, maken degenen die bij het inlossen ervan betrokken zijn elkaar uit voor rotte vis. Insinuaties zijn niet van de lucht. Longarts F. Maesen van het De Weverziekenhuis in Heerlen, die onder zijn patiënten veel silicoselijders heeft, bekritiseert bijvoorbeeld de keuringsmethode die onder supervisie van zijn collega E. Wouters aan het Academisch Ziekenhuis Maastricht wordt gebruikt. Daar werden 2.000 keuringen verricht.

Maesen noemde Friedrichs “een van de kleine mensjes die uit zijn op macht”. Friedrichs: “Hij probeerde door druk op de stichting uitkeringen er alsnog door te duwen ook als daar geen redenen voor aanwezig waren. Waarom? Omdat hij zijn patiënten heeft toegezegd: Dat regel ik wel even voor jou. Zijn kritiek op de keuringen in Maastricht is des te merkwaardiger omdat hij als voorzitter van de Limburgse longspecialisten het protocol ervoor mede ondertekende.”

Nadat staatssecretaris E. ter Veld van Sociale Zaken op 16 december 1992 een bedrag beschikbaar stelde van 4,6 miljoen gulden voor een groep van toen nog 350 lijders aan stoflongen (het aantal dat naar aanleiding van een enquête onder Limburgse longspecialisten, onder wie ook Maesen, was vastgesteld), dacht iedereen dat daarmee de zaak was beslecht. In plaats daarvan kwam er een helse machinerie op gang van verdichtsels, roddel en insinuaties. Het aantal aanvragers van een uitkering groeide uit tot 4.300. Hetzelfde gold voor het aantal uitkeringsgerechtigden nadat de Gezondheidsraad, op verzoek van Ter Veld, tot een verruiming kwam van het begrip silicose. Friedrichs: “Dertig procent invaliditeit door stoflongen werd 25 procent omdat we er een foutmarge in aanbrachten. Toen was de vraag weer: en die met 24 procent dan? Als je zo begint dan is het einde zoek.”

Vooral de SP liet zich in de discussie niet onbetuigd. Onder haar patronage kwam een actiecomité tot stand. Dat stelde niet alleen de toetsingscriteria aan de kaak, maar vond ook dat de weduwen geld moesten krijgen, wat later ook gebeurde voor weduwen wier mannen na 16 december 1992 overleden aan stoflongen. “Daardoor wisten we 220 weduwen in de regeling te trekken. Bovendien regelden we nog eens een uitkering van 4.800 gulden netto uit een provinciaal potje voor een groep van 270 mensen die daar strikt genomen niet voor in aanmerking kwamen omdat ze bij de afkoop van de invaliditeitswet daarvoor al een uitkering hadden gehad”, aldus Friedrichs. “Maar die gegevens hoor je niet van de tegenpartij.”

Tot 10 juli jl. was het aantal afwijzingen 2.712. Friedrichs: “Sommige mensen kwamen er in de verste verte niet voor in aanmerking omdat ze onvoldoende stof hadden, zelfs nadat de normen daarvoor waren verruimd, soms omdat ze te laat waren met hun aanvragen, maar vooral omdat de SP kopieën van de aanvraagformulieren in zalen ronddeelde en zei: Vul die maar in, want iedereen krijgt een uitkering.”

Ter Velds opvolger Wallage besloot tot een 'open-eindfinanciering', wat ertoe heeft geleid dat niet 4,6 maar al 33 miljoen gulden is uitgekeerd. Friedrichs: “Wij van de stichting hebben dat zo met Wallage kunnen regelen. Dat er in de regeling een terugwerkende kracht werd opgenomen tot 16 december 1992 is uniek; dat komt bij sociale uitkeringen nooit voor.”

Ter Veld had de hete aardappel doorgeschoven naar Limburg. In Vrij Nederland van vorige week zei ze: “Ik zag het al helemaal voor me, al die verschrikkelijke beslissingen. Daarbij doe je het natuurlijk nooit goed. Als Limburg dat geld zo nodig wil, dacht ik, dan lossen ze die problemen maar lekker zelf op.”

Opponenten plaatsten de inspanningen van Friedrich en van zijn diens PvdA-partijgenoten Ter Veld, Wallage, Kok en Wöltgens voor de silicoselijders tegen de achtergrond van de opmars van de SP, die voornamelijk ten koste gaat van de PvdA. In Heerlen kreeg de SP bij de laatste raadsverkiezingen zeven zetels. Friedrichs: “Gaat het er nu om geld voor die mensen binnen te halen of om politiek gewin? Waarom, vraag ik me wel eens af, zetten die grote bekken als ze het zo goed weten zich wel in voor mijnwerkers met stoflongen en niet voor werknemers in de cementindustrie die met dezelfde problemen zitten of voor slachtoffers van asbest of wegens invaliditeit in de bouw?”

“Mij gaat het om de mensen met stoflongen die stil thuis zitten en niet op rotzooitrappen uitzijn. Ze willen slechts erkenning van hun gelijk dat het mijnwerk hen stoflongen bezorgde wat altijd is ontkend. Ik ben er trots op dat ik aan die erkenning mag bijdragen.”

    • Max Paumen